Nederland lag tot en met het eind (en terecht) dwars, maar nu is de kogel dan toch door de kerk. De nieuwe EU-wet tegen online kindermisbruik introduceert een systeem waarin appmakers “vrijwillig” hun platforms kunnen laten scannen. Niet meer verplicht, zoals eerder, waardoor bijna iedereen overstag ging. Dat klinkt alsof Europa het netjes aan bedrijven laat om te bepalen of ze hun gebruikers aan algoritmische inspectie onderwerpen. Maar die vrijwilligheid is vooral een diplomatiek doekje voor het bloeden. De werkelijke consequenties liggen, behalve in Europa ook ver daarbuiten.
Want zodra een grote appmaker één regio bedient met “vrijwillig” ingebouwde scanmechanismen, ontstaat er een wereldwijd precedent. En als één partij in Europa overstag gaat, dan wordt de druk op de anderen vanzelf groter: want 'wat hebben zij te verbergen?'. En 'denk aan onze kinderen!'. Als bijvoorbeeld Meta de scanner inbouwt voor Europa, dan kunnen Rusland en China precies hetzelfde eisen, maar dan zonder het gêne van een publieke rechtvaardiging, en het bestaat al! Europa heeft immers gezegd dat de technologie moreel en juridisch acceptabel is. En wat acceptabel is voor Brussel, wordt bruikbaar voor regimes die minder scrupules hebben. Vrijwillig scannen in Europa leidt tot verplicht scannen elders.
Dit is het patroon waarin een liberale rechtsstaat, goedbedoeld of niet, technologie legitimeert die vervolgens in autoritaire - en misshcien in de eigen - handen verandert in een machtsmiddel. Function creep is daarbij geen risico maar een zekerheid: zodra de scanner bestaat, groeit het toepassingsgebied vanzelf. Eerst alleen beelden. Dan ook teksten. Daarna metadata. Vervolgens “verdachte patronen”, want dat klinkt als moderne veiligheid. En uiteindelijk kan elke overheid het label “bescherming” plakken op wat feitelijk gedragsanalyse is.
Dat is de kern van het probleem: function creep stopt nooit bij het oorspronkelijke doel. Politie en inlichtingendiensten hebben een lange geschiedenis waarin bevoegdheden, eenmaal toegekend, meteen aan uitbreiding toe zijn. De vrijwillige optie is het startschot van die uitbreiding. Niet omdat alle overheden kwade intenties hebben, maar omdat de logica van surveillance altijd verder gaat dan de eerste versie. Alles wat gescand kán worden, zal vroeger of later gescand wórden.
Buiten Europa speelt nog iets anders. Lokale activisten, journalisten en oppositieleden vertrouwen op end-to-end encryptie om niet in handen te vallen van veiligheidsdiensten die weinig grenzen kennen. Als apps wereldwijd worden gedwongen om te kiezen tussen Europese compliant-scanning of het verlies van een gigantische markt, dan is die encryptie niets meer waard. De scanner zit immers al in de app. Autoriteiten hoeven alleen nog een juridisch smoesje te verzinnen om toegang te eisen tot de output.
En zo ontstaat een pervers exportmechanisme. Europa bouwt een infrastructuur met een vriendelijk sausje, andere landen nemen de rauwe variant ervan over. De EU kan dan trots verklaren dat alles “vrijwillig” gebeurt, terwijl de rest van de wereld gedwongen meebuigt. Het eindpunt is een mondiale normalisatie van controle, waarbij elk bericht standaard wordt behandeld als potentieel bewijs.
Vrijwilligheid is hier dus geen bescherming maar een opstap. De scanner wordt geboren als optie en eindigt als norm, zowel binnen als buiten Europa. En tegen de tijd dat iemand zich afvraagt hoe dit zo heeft kunnen gebeuren, is het zoals gewoonlijk al te laat.