(Kerst)bomen en hun wortels

Erwin Lichtenegger (1928-2004) tekende de wortelstelsels van bomen en planten, zoals in 2002 van een fijnspar (hierboven afgebeeld). Lichtenegger was onderdeel van een driepersoonsteam van wortelonderzoeker Lore Kutschera, die inmiddels ook overleden is. Bodemkundige Klaas Metselaar van Wageningen Universiteit digitaliseerde en archiveerde 1000 van hun tekeningen van wortelstelsels. De fijnspar is populair als kerstboom, maar vanuit oogpunt van biodiversiteit en klimaat kunnen we weinig met deze boom. De fijnspar is hier inmiddels geworteld vanwege massale aanplant zo'n eeuw geleden voor de productie van hout, maar de boom is niet inheems. In de afgelopen eeuwen is vanwege economische redenen vaak gekozen voor het aanplanten van naaldbossen, waardoor herbebossing maar weinig geholpen heeft tegen klimaatverandering, zo concludeerden onderzoekers enkele jaren geleden. Het beste was geweest om de oerbossen onaangetast te laten, maar als er dan toch aangeplant moet worden dan is het beter te kiezen voor loofbossen. Een boom slaat niet alleen CO2 op in de stam en takken maar ook in de wortels. Grotere bomen slaan meer CO2 op dan kleine, maar hoe groot een boom is kun je niet in een oogopslag zien, want je kunt de grootte van het wortelstelsel niet afleiden uit wat je bovengronds ziet. Dat zien we bij de fijnspar maar bijvoorbeeld ook bij deze kleine zomereik (inheems in Nederland) die Kutschera en Lichtenegger tekenden. [caption id="attachment_335012" align="aligncenter" width="1024"] Zomereik (Quercus robur), 2002, tekening L. Kutschera, en E. Lichtenegger. Figuur 111 in de Wageningen Universiteit Image Collection.[/caption] Milieu- en klimaatorganisaties pleiten voor het planten van 1 biljoen bomen voor 2050. Maar, waarschuwen experts ook richting fossiele bedrijven: "planting trees can help, but no amount of tree planting can possibly replace the need for emission cuts." Dan denken we natuurlijk even aan Shell, de oliegigant die deze week de Gouden Hockeystick 2021 kreeg toegekend voor hun oeuvre van klimaatontkenning en uitstel van klimaatactie. Shell wil hun CO2-uitstoot onder meer compenseren met het planten van bomen. In 2020 was hun samenwerking met Staatsbosbeheer al een van de reden voor een nominatie voor de Gouden Hockeystick - investeren in 5 miljoen bomen planten is een prima plan natuurlijk, maar het is natuurlijk ook gewoon greenwashing. Het gaat overigens om het project van Staatsbosbeheer om essen te planten, omdat deze inheemse boom door de essentaksterfte uit het Nederlandse landschap dreigt te verdwijnen. [caption id="attachment_335007" align="aligncenter" width="1024"] Wortelstelsel van een Es (Fraxinus excelsior), 2002, tekening van L. Kutschera en E. Lichtenegger. Figuur 176 in het archief van Wageningen Universiteit image collection.[/caption]

Door: Foto: Picea abies (fijnspar), 2002, door L. Kutschera en E. Lichtenegger, gearchiveerd in Wageningen Universiteit Image Collection

Huizen bouwen van hout draagt bij aan lagere CO2 uitstoot

The Economist geeft een korte uiteenzetting waarom bouwen met hout bijdraagt aan een lagere CO2 uitstoot. Dit heeft voor een behoorlijk groot deel te maken met het bouwproces:

Cement-making alone produces 6% of the world’s carbon emissions. Steel, half of which goes into buildings, accounts for another 8%.

And the standards only count the emissions from running a building, not those belched out when it was made. Those are thought to account for between 30% and 60% of the total over a structure’s lifetime.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Ian Britton (cc)

CO2-opslag: geen daden maar woorden

ANALYSE - CO2-opslag in Nederland faliekant mislukt. Hoe kan dat?

De afvang en opslag van CO2, kortweg CCS (Carbon Capture and Storage) heeft zich nooit in een grote populariteit mogen verheugen. Zonnecellen op het dak zijn knuffelbaar en sexy, maar wie pleit voor CCS is een zonderling. Het CATO-programma ontwikkelde niettemin tegen de stroom in de optie verder, en Rotterdam bombardeerde CCS tot speerpunt van het Rotterdam Climate Initiative. De helft van het Rotterdamse CO2-doel moet via CCS worden gehaald.

De rijksoverheid bereidde een demo-project voor, waarop Shell intekende met een plan om CO2 van zijn raffinaderij af te vangen en in een gasveld onder Barendrecht op te slaan. Door een opeenstapeling van factoren (lokaal verzet, een weifelende rijksoverheid, communicatiefouten en bovenal een flinterdun gevoel voor nut en noodzaak) ging het project niet door.

Eerder startte de voorbereiding en bouw van nieuwe kolencentrales, op de Maasvlakte en in de Eemshaven. Politici en bedrijven werden zwaar aangevallen op de giga-kolenplannen, maar er was een verweer: er zouden flinke stappen worden gezet met de ontwikkeling van CCS. De energiebedrijven beloofden hun stinkende best te doen. In Noord-Nederland zou opslag in oude gasvelden onder land kunnen, voor Maasvlakte/Rotterdam stonden gasvelden onder zee ter beschikking.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Energieprojecten lopen niet per se stuk op NIMBY

Gasopslag bij Pieterburen of Bergen, CO2-opslag bij Barendrecht of in Noord-Nederland, windturbines bij Urk of in de veenkoloniën – ieder energieproject roept verzet op. De weerstand is goed georganiseerd en creatief: CO2-opslag onder Groningen werd tegengehouden met een briljante contramal van de bekende slogan ‘Er gaat niets boven Groningen’, namelijk: “Maar er gaat ook niks onder Groningen”. Het is te simpel om het verzet af te doen als onvermijdelijke NIMBY-reacties (Not In My Back-Yard). Probleem is dat de huidige procedures en besluitvorming zo zijn dat ze de weerstand eerder oproepen en aanwakkeren dan dempen.

Uitgangspunt achter de huidige procedures is dat er nu eenmaal projecten van nationaal en algemeen belang zijn, waarvoor een lokaal belang desnoods moet wijken. Daaruit volgt een lineair proces: vaststellen nut en noodzaak, locatiekeuze maken, vergunningen regelen, en na een snufje inspraak gaan met die banaan. Dat lineaire proces stagneerde steeds meer. Daarom kennen we sinds enige tijd een Rijkscoördinatieregeling en een Crisis- en Herstelwet, zodat Grootse en Meeslepende projecten nou eindelijk eens wat soepeler en sneller door het Nederlandse bestuurlijke moeras worden geloodst.

Alleen, de burger trekt zich daar niet zo veel van aan. Dat is niet zo gek, want wie door diens ogen kijkt, ziet het volgende beeld.

Initiatiefnemers voor energieprojecten komen pas met plannen tevoorschijn als ze al tamelijk ver ontwikkeld zijn. Marktwerking noopt daartoe: wie zijn project te vroeg openbaart, loopt de kans dat de concurrentie er met de bal vandoor gaat. Maar een uitgerijpt plan roept ook het gevoel op van een overval: dit is al zo ver doordacht, daar zal wel niets meer aan te veranderen zijn.

Voor wind is het nog een graadje erger: in een voor wind geschikt gebied werken verschillende projectontwikkelaars tegelijkertijd aan plannen, waarvan de optelsom in megawatt vele malen hoger is dan ooit gerealiseerd zal worden. De toon is dan gezet: het gebied dreigt te worden volgeplempt met windmolens.

Een beeld van dwingende redenen van groot openbaar energiebelang leeft ter plekke in het geheel niet. Ook de rapporten en visiedocumenten van de rijksoverheid geven geen eenduidig beeld van wat nuttig of zelfs noodzakelijk is. Ja, ‘marktwerking’ in de energiesector schijnt belangrijk te zijn, ‘de markt’ kiest zelf wat de beste opties zijn. Maar dan geldt ook het omgekeerde: wat door lokale weerstand sneeft is geen goede optie.

Vervolgens begint een sociale dynamiek: het verzet groeit, actiegroepen, lokale politici en media bieden tegen elkaar op. Wie dan nog durft te beweren dat zonder gasopslag de energievoorziening in gevaar komt, dat zonder CO2-opslag de klimaatdoelen onhaalbaar zijn, of dat windturbines misschien wel een verrijking zijn van het landschap, raakt in een sociaal isolement. Het Rijk mompelt met de Crisis- en Herstelwet in de hand nog iets over nationaal belang, blijkt geen medestanders meer te hebben. Iedereen weet dat als puntje bij paaltje komt, verzet succes heeft. Trok minister Verhagen immers niet onder druk van lokaal verzet de stekker uit de plannen voor CO2-opslag? Ziehier de wet van Nut en Noodzaak: het nationaal belang van een energieproject is alleen dan groot als verkiezingen nog ver weg zijn.

Tegenwerken wordt uiteindelijk beloond, meewerken niet. De regio die de plannen ziet als een gevaar voor de leefbaarheid, de veiligheid of de huizenprijzen, ervaart wel de lasten van een project, maar ontbeert lokale lusten.

Een simpele weg uit de impasse is er niet, een paar ingrediënten zijn er wel. Een heldere visie van de rijksoverheid op de toekomstige energievoorziening zou helpen. Dat die er binnen afzienbare tijd komt, lijkt een illusie. Van belang en haalbaar is wel een ‘omgekeerde’ procedure, die een regio de gelegenheid geeft mee te denken van nut en noodzaak tot en met locatiekeuze. Dat vraagt eerder een regionale ‘gebiedsregisseur’ dan het Rijk als coördinator. Onontbeerlijk is een landelijke, algemeen geldige regeling die bepaalt dat een deel van de nationale lusten van een plan beschikbaar is om lokale lasten te compenseren. Zo’n nieuwe benadering is geen garantie voor succes. Maar de huidige benadering is zeker een garantie voor voortdurend falen.

Dit artikel verscheen op 27 april als column op EnergiePodium.

Foto Flickr Leen van Yperen

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Fossiele energiebedrijven ‘zouden verplicht in CO2 opslag moeten investeren’

Bedrijven die actief zijn in olie, kolen en gas zouden volgens wetenschappers van het Oxford Martin Safe Carbon Investment Initiative evenveel in CO2 opvang en opslag (CCS) moeten investeren als dat ze investeren in het zoeken naar nieuwe olie-, kolen- en gasvoorraden.

Myles Allen stelt dat de Bank of England en financiële toezichthouders de opslag van CO2 als een nieuwe klasse van activa moeten beschouwen. Inclusief de bijbehorende monitoring en financiële waardering:

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

EU Billions to keep burning fossil fuels

Wederom een gastbijdrage van Corporate Europe Observatory. Het stuk staat ook op zijn site.

Carbon capture and storage (CCS) has been promoted by industry as the solution to tackling climate change. Why stop burning fossil fuels when instead you can capture the carbon dioxide and store it in a hole in the ground?

Defying objections on the grounds of cost, feasibility,the environment and in the face of public opposition , heavy industry has pushed for EU support for CCS. Shell, BP and others representing the industry persuaded UK Liberal MEP Chris Davies to work on their behalf – effectively securing billions of euros in EU subsidies to support the new technology.

Industry had already scored an initial success in 2005 when the European Commission was persuaded to set up an advisory body – the European Technology Platform for Zero Emission Fossil Fuel Power Plants, more commonly known as ZEP. This body, which is dominated by industry, was set up to advise the Commission on public research policies. It is partially funded by the Commission – but has become a vocal and effective industry lobbying vehicle for CCS.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Studie: 80% CO2 reductie in 2050 haalbaar

Vorig jaar deden de rijke landen op de G8-top in l’Aquila een halfbakken belofte dat ze de uitstoot van broeikasgassen tot 2050 met 80% zouden reduceren. De European Climate Foundation liet kennisinstituten als ECN, KEMA, University of Oxford maar ook grote energiebedrijven, netwerkbeheerders en consultancybureau McKinsey narekenen of dit haalbaar is met de bestaande technieken. Het antwoord was yes we can! Maar omstreden zaken als kernenergie en ondergrondse opslag van CO2 horen dan wel bij de samengestelde oplossing die met name voorziet in zonne-energie in het Zuiden en windenergie in het Noorden van Europa. Om de sterke fluctuaties in de opwekking op te vangen is een forse uitbreiding van het Europese energienetwerk nodig. Met name de verbinding Spanje-Frankrijk die nu nog slechts een capaciteit van 1 Gigawatt heeft zal naar 47 Gigawatt gegroeid moeten zijn in 2050. De jaarlijkse kosten van de Europese energievoorziening zullen stijgen van 30 miljard euro nu naar 65 miljard euro in 2025. Maar nog eens tien jaar wachten/twijfelen/discuzeuren maakt het alleen nog maar duurder: 80 miljard euro.

Dit plan gaat dus uit van bestaande technieken en neemt bijvoorbeeld het plan voor zonnecentrales in de Sahara (Desertec) niet mee. Dat maakt dat de cijfers in de ECF studie nog aan de conservatieve kant zijn: alle toekomstige innovatie zal het plan alleen maar makkelijker haalbaar en/of goedkoper maken. Lees meer op: het NRC, www.roadmap2050, download direct het rapport of bekijk de video:

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Herbebossing Groot-Brittannië: CO2 gunstig

climateforestreportAls er in Groot-Brittannië jaarlijks 23 duizend hectare (~15km x 15km) bos wordt bijgeplant legt het 10% van haar eigen CO2-uitstoot vast. In 2050 zal het bosareaal dan zijn gestegen van 12 naar 16%, dat ligt dan nog steeds onder het Europese gemiddelde van 37% maar de nieuwe aanplant biedt al veel voordelen op het gebied van klimaatbeleid, natuurbescherming, recreatie, houtproductie en overstromingspreventie. Dit stelt de Britse Forestry Commission in een rapport [zie: pdf] waarin het de risico’s en kansen voor de Britse bossen bij klimaatverandering bekijkt. De Woodland Trust vindt dat het tempo van de voorgestelde herbebossing best nog verdubbeld kan worden en dat de nadruk moet liggen op aanplant van inheemse soorten.

De Britse Eilanden zijn al vroeg vrijwel volledig ontbost: Keltische boeren, Romeinen en Britse adel hakten er enthousiast op los. De laatste eeuw herstelt het bos zich voorzichtig, maar het kan sneller. Het rapport van de Forestry Commision is hoopgevend omdat het de economische potentie én de significante impact van bosaanplant op CO2-reductie verheldert. Bovendien is er bij bosaanplant in stabiele staten aanzienlijk minder risico op conflicten rondom grondrechten die in ontwikkelingslanden wel spelen. Laat de Nederlandse overheid ook maar eens snel een studie doen naar de herbebossing van het ontboste Holland (oftewel houtland). Met slechts 10,6% bosbedekking bevindt ook dit land zich in de Europese achterhoede. Het gaat om keuzes maken, dit land kan zoveel bossiger. Een weiland met koeien dat kaas en melk oplevert óf een gevarieerd landschap met bossages en weiden dat bouwmateriaal, energie, bosvruchten, een beetje kaas en melk oplevert en bovendien faciliteert in koolstofvastlegging, recreatie, overstromingspreventie en een hogere biodiversiteit herbergt?