Het Rooms-Katholieke geloof is een kleurrijke religie, vol van uitbundige feesten en beeldende rituelen: huwelijk, doop, carnaval, processies, wonderen, communies, rozenkransen, Mariaverering, hosties en wijn. De traditionele religies van de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent zijn al even kleurrijk: rituelen, mensenoffers, voorouderverering, regendansen, oogstfeesten, maskers en sjamanen.
In de hedendaagse Latijns-Amerikaanse samenlevingen leven beide voort. De Latino is gelovig en bijgelovig tegelijk en heeft bovendien, door de invloed van stamvaders uit het verlichte Westen, behoefte aan een rationele onderbouwing van zijn daden en doen.
Voor de middenklasse geldt dat het geloof dezelfde plek heeft als in Nederland: De zondagse kerkgang is er bij de meeste van hen wel uit. Ze komen in de kerk voor doop en huwelijk, maar daar blijft het bij. Sommige gelovigen slaan een kruisje voordat hun vlucht vertrekt of iedere keer als ze een kerk passeren. Dat laatste ritueel kan riskant zijn, zo ondervond ik toen ik naast iemand in de auto zat en we in volle vaart door de verkeersjungle van Bogota schoten. Bij elke kerk ging een hand van het stuur en werden de ogen een fractie van een seconde gesloten, terwijl we links en rechts inhaalden. Geloof is een kwestie van vertrouwen, niet van controle.