Maak je de wereld veiliger door leiders van onwelvallige landen uit te schakelen? Nope. Kijk alleen maar naar het intens stabiele Irak nadat Saddam Hoessein werd afgezet. Alsof geopolitiek een Jenga-toren is waarin je simpelweg het verkeerde blokje verwijdert en de rest vanzelf blijft staan. In werkelijkheid wordt een ander signaal afgegeven. Niet dat recht zegeviert, maar dat macht loont, mits ze op het juiste moment beschikbaar is voor de juiste belangen. Dat maakt de wereld niet veiliger, maar voorspelbaarder voor wie aan de knoppen zit en gevaarlijker voor iedereen daarbuiten.
Laten we één mogelijk misverstand alvast opruimen. Nicolás Maduro is een lul. Hij heeft Venezuela verder de afgrond in bestuurd, verkiezingen gemanipuleerd, oppositie monddood gemaakt, media onder druk gezet en staatsmiddelen ingezet om een kleine kliek aan de macht te houden terwijl de bevolking verarmde. Zijn regime is corrupt, repressief en moreel bankroet. Dat Venezuela ondertussen beschikt over ’s werelds grootste bewezen oliereserves, en dat die reserves structureel slecht worden beheerd en geplunderd, is geen verzachtende omstandigheid maar onderdeel van het probleem. Maduro’s falen is echt, autonoom en niet het product van buitenlandse vijandigheid.
Juist daarom is het zo problematisch wat er nu gebeurt. De dreigementen van Trump richting de Venezolaanse vicepresident, na het ontvoeren van Maduro naar New York, zijn geen uiting van rechtsstatelijkheid maar van pure machtspolitiek. Ze passen naadloos in een lange traditie waarin instabiliteit in olieproducerende landen wordt gezien als een beheersbaar risico, zolang de toegang tot deze grondstoffen maar onder controle blijft. De boodschap is eenvoudig: wie meewerkt, mag blijven zitten; wie dat niet doet, wordt verwijderd. Desnoods met geweld. Dat is geen afrekening met autoritarisme, maar een herverdeling van wie er aan het olieventiel mag draaien.
Het gevaar schuilt niet in het verdwijnen van een slechte leider. Het gevaar zit in het precedent (of vermoedelijk 'president' als we het aan Trump zouden overlaten). Als leiders worden weggehaald door buitenlandse mogendheden, en opvolgers openlijk worden bedreigd, ontstaat een wereld waarin leiderschap niet langer draait om legitimiteit of interne steun, maar om externe bruikbaarheid van de sterkste. Zeker in grondstofrijke staten wordt macht daarmee losgekoppeld van de bevolking en vastgeknoopt aan exportcontracten, sanctieregimes en strategische loyaliteit. Een nieuw soort kolonialisme. Dat is geen remedie tegen dictatuur, maar een handleiding om haar efficiënter te organiseren, met minder binnenlandse verantwoording en meer externe dekking.
Wat autocratische leiders hier vooral van leren, is iets banaals: dat naar de pijpen dansen van de juiste externe macht loont. Niet goed bestuur, niet hervorming, niet het welzijn van de bevolking bepaalt overleven, maar voorspelbaarheid als leverancier. Wie olie, gas of andere strategische hulpbronnen zonder al te veel politieke ruis beschikbaar stelt, kan rekenen op bescherming, wegkijken of actieve steun, zelfs als het eigen land structureel wordt leeggeroofd. Corruptie, repressie en economische plundering zijn geen obstakel zolang de energiestromen intact blijven.
Dat is misschien wel het meest slechte signaal van allemaal. Het leert leiders dat nationale schade acceptabel is zolang internationale gehoorzaamheid wordt beloond. Dat soevereiniteit niet bestaat uit zelfbeschikking, maar uit het correct uitvoeren van opdrachten van buitenaf. De bevolking wordt daarmee gereduceerd tot wisselgeld in een grondstoffenpolitiek machtsspel waar zij geen stem in heeft, terwijl de elite leert dat legitimiteit niet van onderop hoeft te komen zolang ze van bovenaf wordt toegekend.
In zo’n wereld worden staten geen politieke gemeenschappen, maar leveranciers binnen een hiërarchisch systeem van gunsten, sancties en dreigementen. Misschien efficiënt voor wie energiezekerheid boven alles stelt, maar het maakt landen niet stabieler. Het maakt ze afhankelijker, cynischer en uiteindelijk explosiever. Een regime dat alleen overeind blijft dankzij externe goedkeuring en strategische grondstoffen, heeft intern niets meer te verliezen. Als Trump zijn dreigementen doorzet is dat geen recept voor veiligheid, maar voor uitgestelde instorting. Historisch gezien is dat geen tegengif tegen autoritarisme, maar een versneller ervan.