serie

Filosofisch veldwerk

Jojanneke Vanderveen houdt gesprekken met lezers, kennissen en wildvreemden over moraliteit en ethiek in het dagelijks leven. Daarvan brengt ze verslag uit op Sargasso.


Foto: Moyan Brenn (cc)

Ethische kwestie #3: waarom anderen respecteren?

Het lijkt zo logisch: natúúrlijk respecteer je anderen, ken je hen waardigheid toe. Natúúrlijk neem je het leven of de belangen van anderen in ieder geval tot op zekere hoogte mee in je morele overwegingen. Maar waarom? Wat is er de reden van dat we anderen bepaalde rechten toekennen? En wie zijn dat, ‘anderen’? Tijdens mijn filosofische veldwerk sprak ik met Alex, die zei: ‘Je moet er naar streven om andere mensen, andere dieren, andere wezens niet bewust te laten lijden.’ Dit werpt de vraag op: wat is de basis van moreel respect? Is er daarbij een verschil tussen mensen en andere dieren?

Als we Alex’ theorie verder uitwerken, dan wordt pijn het criterium op basis waarvan een wezen morele overweging verdient. Kan iets pijn hebben? Dan moet je dat in ogenschouw nemen en ernaar streven de totale pijn die voortvloeit uit je handeling zo klein mogelijk te maken. Kan iets geen pijn hebben? Dan hoef je er in morele zin geen rekening mee te houden. Op basis van deze theorie kan je inderdaad zeggen, zoals Alex doet: ‘Dieren zijn onze zwakzinnige broertjes. Er is geen fundamenteel onderscheid tussen mensen en andere dieren.’

Deze trant van redeneren vinden we rechtstreeks terug bij Peter Singer, die een utilistische morele theorie neerzet. Het morele gehalte van een handeling is af te meten aan de hoeveelheid pijn (of genot) die eruit voortvloeit. Ook Singer wijst een strikt onderscheid tussen mensen en dieren resoluut van de hand. Zijn theorie speelt daarom een belangrijke rol in het ethische debat over dierenrechten.

Foto: Emilie Ogez (cc)

Ethische kwestie #2: heeft de idealist gelijk?

Het is al weer even geleden, een blog op Sargasso. Met een verhuizing en een gecrashte computer laste ik min of meer noodgedwongen toch nog een zomerstop in. Die computer is nog niet aan de praat, maar ik vond het weer tijd voor een blog. Het laatste gesprek dat ik in het kader van mijn filosofische veldwerk gevoerd heb, is tot aan de reparatie van mijn computer ontoegankelijk. Vandaag zal ik daarom putten uit een gesprek dat ontstond tijdens een familiedag afgelopen zaterdag.

De zin van die avond die in mijn gedachten is blijven steken: ‘Het vervelende aan discussiëren met idealisten is dat ze altijd gelijk hebben,’ zei een oom. Toen zei een neef, beamend: ‘Ik ben het er altijd wel mee ééns wat idealisten zeggen, maar wat hebben we daaraan? Wat schieten we daarmee op? Uiteindelijk houd ik gewoon van een biefstuk. En uiteindelijk draait het bij bedrijven toch gewoon om geld.’

Er ontstond een discussie die ik op Sargasso wel eens eerder heb aangestipt: als we bepaalde dingen belangrijk vinden, wie is er dan verantwoordelijk voor dat die dingen ook hun weerslag vinden in de realiteit? Oom en neef waren het erover eens dat de overheid kaders moet stellen. Dat konden we van bedrijven niet verwachten; die handelen pragmatisch.

Foto: Christian (cc)

Ethische kwestie #1: zwart/wit of grijze zone?

INTERVIEW - Wanneer en onder welke omstandigheden mag je afwijken van je principes?

Principes. Waarschijnlijk heeft iedereen er wel een paar, zeker als je er even een moment op reflecteert. De eerste drie deelnemers aan mijn filosofische veldwerk in ieder geval wel.

In alle drie de gesprekken kwam op een gegeven moment een variant op de Kantiaanse categorische imperatief voorbij, beter bekend als: ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Ook al speelde dit principe voor alle drie mijn gesprekspartners een rol, op de vraag hoe absoluut deze rol moet zijn, kwam geen eenduidig antwoord. De kwestie: onder welke omstandigheden mag je je principes inruilen voor pragmatiek? John poneerde een uit zijn eigen leven gegrepen dilemma: ‘Ik heb een half jaar in een oorlog in Libanon gezeten. Daar gebeuren verschrikkelijke dingen. Je komt daar zelf ook aan de grenzen van je moraliteit. Als je dorst hebt en er rijdt en tankwagen met water langs die niet voor jou is bedoeld, dan ben je toch geneigd om ‘m tegen te houden. […] De tankwagen had echt, nou, ik denk wel 20.000 liter bij zich en wij hadden een ton van, zeg, 100 liter. We hebben die man aangehouden en we hebben gevraagd wat een druppeltje water kostte. Hij zei: “Niks.” Toen hebben we gezegd: “Druppel deze dan maar vol.” En ja, doe dat met verbaal en fysiek geweld en met dreiging van wapens en die man moet dat dan gewoon doen. Dat is niet netjes, maar het is wel een oorlog; het is hij of ik. Je komt dan vanzelf aan de grenzen van wat acceptabel is. Ik dacht: “Ja, één zo’n tonnetje uit zo’n hele grote ketel… Het is stelen, maar ja, ik moet ook vijftien man in leven houden en wij hebben ook water nodig.” […] Ik vond het moeilijk. Ik heb er heel erg over ingezeten.’

Foto: Helico (cc)

Filosofisch veldwerk

OPROEP - Een half jaar geleden begon ik met bloggen op Sargasso. Nu, 16 blogs later, is het tijd voor iets nieuws. Ik ga filosofisch veldwerk verrichten.

Alle blogs die ik geschreven heb, verhielden zich op de een of andere manier tot alledaagse moraliteit. Sommige stukjes riepen lange discussies op, die ik soms wel, maar soms ook niet kon bijhouden. Hoewel ik niet op alle discussies ben ingegaan, heb ik er wel veel van gelezen. En na een half jaar moet ik constateren dat de reacties van de Sargasso-lezers me niet onberoerd laten. Het zijn vooral de reacties van de mensen die het het felst met me oneens zijn, die me aan het denken zetten.

Met enige regelmaat word ik ‘moralistisch’ genoemd, of word ik van ‘verheven-vingertjes-gedrag’ beticht. Er zijn mensen die jeuk krijgen van mijn stukjes, en die meer voorstander zijn van pragmatisme. Er zijn mensen die denken dat je ethiek niet kunt funderen en dat het daardoor een heilloos project is. Er zijn mensen die niet geloven in individuele verantwoordelijkheid, maar die denken dat de overheid of ‘het collectief’ de taak van moraliteit en ethiek op zich moet nemen. Er zijn mensen die menen dat nadenken over ethiek er alleen maar toe leidt dat je je de hele tijd schuldig voelt over alles wat je doet en niet doet.