Closing Time | Bez tebya
Kent u Aljanz nog? Van die foute Russische synthpop uit de jaren tachtig? Die gasten treden nog steeds op, zij het niet langer met elkaar. Dit nummer heet ‘Zonder jou’. Hoe toepasselijk.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Kent u Aljanz nog? Van die foute Russische synthpop uit de jaren tachtig? Die gasten treden nog steeds op, zij het niet langer met elkaar. Dit nummer heet ‘Zonder jou’. Hoe toepasselijk.
Kan drum op zichzelf onderhoudend zijn om te beluisteren? Oordeelt u zelf. Senri Kawaguchi is een jazz en fusion drummer uit Japan die veel optreedt op Jazz en Drumfestivals. Haar bijnaam in Japan is ‘de prinses van de vele slagen’.
Onlangs zag ik een paard in de wei met een soort vliegengordijn over zijn hoofd. Dat deed me denken aan de Canadese novelty act Orville Peck met zijn merkwaardige gezichtsbedekkingen: een combinatie van een Zorro-masker met een franjerand. Hij blijkt een breed scala aan franjemaskers te hebben. Soms draagt hij de franjes in vlechtjes, maar nooit is zijn hele gezicht te zien. Een bewuste mystificatie van een voormalige punkman. Hij heeft zo’n gimmick eigenlijk helemaal niet nodig, luister maar naar zijn gloedvolle, Roy Orbison-achtige stem in Dead of Night.
En dan hoor je in mei ineens een liedje dat je niet kent. Van een bandje dat je niet kent. En dat liedje ontpopt zich gaandeweg als de zomerplaat van het jaar. Je kende dat fenomeen al, je had hetzelfde een paar jaar terug meegemaakt met de song ‘All my pride’ van Black Honey. Maar dit jaar is het dus I’m Alive van het Engelse TTRRUUCES. Voor iemand die een lichte hang naar mineur heeft in muziek, zijn het een heerlijke vrolijke, luchtige, uplifting en Lebensbejahende 3 minuut 50 seconden. En het is zondermeer een kwaliteit van een liedje dat het je acuut vrolijk kan maken. Wie TTRRUUCES (wat een heerlijke manier ook om je bandnaam zo te schrijven) is, geen idee, ik heb het niet opgezocht. Welke muziek ze nog meer hebben gemaakt? Ik weet het niet, ik ken alleen mijn zomerplaat van 2020: I’m alive.
Stare Into Death and Be Still – nee, voor vrolijke, jolige liedjes met dubbelzinnige teksten, ben je bij Ulcerate aan het verkeerde adres. De technische death klinkt donker, wanhopig en intens. Daarbij is Ulcerate weinig gelegen aan traditionele liedjesstructuren a la couplet-refrein-couplet-refrein-tussenstuk-refrein. Geen lichte kost, wel erg mooi.
Eerlijk is eerlijk, zonder Will Oldham zou ik waarschijnlijk nooit van Jason Molina van Songs Ohia gehoord hebben. Hun zang heeft dezelfde soort intensiteit en onzuivere randjes. Helaas is hij in 2013 al overleden. Hij laat prachtige nummers na, zoals dit Farewell Transmission, dat ook in de versies van Kevin Morby & Waxahatchee en Glen Hansard weemoedig stemt. Soms zijn covers een herinterpretatie van een nummer, soms herken je een nummer nauwelijks meer. Gelukkig blijven zowel Kevin als Glen in de buurt van het origineel, zonder daarmee overbodige versies te maken. Een mooie manier om dit nummer, en dus ook een beetje Jason Molina, levend te houden. (Jason begint te spelen op minuut 1:20)
Nog even naar aanleiding van dat plaatje van gisteren. Voordat Cyclone Temple werd opgericht, zaten een aantal bandleden in de band ZnöWhite (ook wel Snowhite en Znowhite – jongens toch, wat boeit het?). Ik hoorde er gister voor het eerst van, toen ik dat CT’tje klaar aan het zetten was, maar JEETJE WAT IS DIT MOOI WAAROM KENDE IK DIT NOG NIET?!?!? Lekker snelle thrash met vrouwenzang. Sowieso een hyperdiversgezelschap voor de metalscene, met twee Afro-Amerikanen en een vrouw. Zeker voor die tijd (al is dat nu een klein beetje beter). Maar dat terzijde. Ik blijf zitten met een blijmoedig gevoel van verwondering: er zijn nog veel pareltjes te ontdekken.
De vroege jaren 90 was een slechte tijd voor veel metalbands. De opkomst van de grunge ging onder andere ten koste van de metal. En als thrashband kon je dan een alleraardigst debuutalbum uitbrengen, commercieel was het kansloos. Helaas. Voor Cyclone Temple, en het ondergewaardeerde I Hate Therefore I Am, maar ook voor de muziekliefhebber. En ja, critici kunnen opmerken dat er wel erg veel invloeden te horen zijn van een zekere band, maar fuck it – ook zonder de originaliteitsprijs te winnen kun je alleraardigste muziek maken, zoals Cyclone Temple hier laat horen.
Traditionele Mongoolse muziek – met de Morin khuur, Tovshuur en Mongoolse keelzang – overgoten met een heavy metal / rock sausje.
Eerder dit jaar werd het nummer opnieuw uitgebracht als titelnummer van de film The Retaliators met een gastrol voor Papa Roach zanger Jacoby Shaddix:
Loudon Wainwright III zong bij Bob Dylan’s 50ste verjaardag al over the new Bob Dylan’s waar platenmaatschappijen naar op zoek waren: Steve Forbert, John Prine, Bruce Springsteen en hijzelf natuurlijk.
We zijn inmiddels zo’n 30 jaar verder en er wordt misschien niet meer gezocht naar de nieuwe Bob Dylan, maar er zijn nog steeds bands die kunnen klinken als Bob. Zoals het verder (nog) onbekende Nederlandse Juan Juan in Life is Short (Wanna Get Stoned). Let nog even op de sousafoon aan het feestelijke eind van het nummer.
Cd’s koop ik tegenwoordig sporadisch. Niet alleen vanwege Spotify, maar mijn kastruimte thuis wordt er ook niet groter op: waar laat ik het allemaal? Maar voor bepaalde muzikanten maak ik graag een uitzondering. Ik kan de stem van Jason Lytle niet weerstaan, daar val ik als een blok voor. Dus toen ik las dat Grandaddy in november komt met een pianoversie van hun plaat The Sophtware Slump uit 2000, dan noteer ik die datum vast in mijn agenda. En ik weet eigenlijk al dat het goed zal klinken, want Jason Lytle heeft in 2014 ook een pianoplaat met Grandaddy-songs gemaakt. Van dat optreden is mijn favoriet ‘Smile’ te beluisteren vanaf minuut 11:30
Harder! HARDER, VERDOMME! Gooi het gewoon helemaal open mensen, dat volume. De buren, dat legt u later wel weer bij. Painkiller van Judas Priest kwam vandaag 30 jaar geleden uit. En dat mag gevierd worden. Leve Judas Priest, leve Painkiller en lang leve het briljante titelnummer.