Politiek en overheid schuldig aan chagrijn in samenleving

Er waart een spook van negativisme in Nederland rond. Een nihilisme dat volgens de socioloog Gabriel van den Brink onder andere berust ‘op een filosofisch materialisme dat zich in het kielzog van de secularisatie overal in het Westen breed maakte’. In het boek Eigentijds idealisme rekenen Van den Brink en zijn mede-auteurs af met dat verfoeide negativisme.  

Samen met dertien onderzoekers van de Universiteit van Tilburg heeft Van den Brink drie jaar onderzoek gedaan naar de betekenis van geestelijke beginselen in Nederland. Het verslag van dit onderzoek verschijnt binnenkort. Inmiddels is al wel de publiekseditie (Eigentijds Idealisme) verschenen. Tijdens de overhandiging van het eerste exemplaar aan voormalig premier Ruud Lubbers liet Van den Brink weten dat het onderzoek megabytes aan informatie had opgeleverd. ‘Te veel dus om in tien minuten samen te vatten.’

De Tilburgse socioloog beperkte zich in zijn toespraak ter gelegenheid van de presentatie van het boek daarom tot drie opmerkingen. Zijn eerste opmerking betrof het algemene beeld van Nederland als een geseculariseerde samenleving.  ‘Nederland zou een samenleving zijn waarin religie, of meer in het algemeen geestelijke, spirituele en morele beginselen geen noemenswaardige rol meer spelen. In die moderne maatschappij zouden burgers slechts hun eigen belangen najagen en zich weinig herinneren van de vroegere inspiratiebronnen. Op grond van ons onderzoek hebben wij een heel ander beeld gekregen. De Nederlandse samenleving is weliswaar in sterke mate ontkerkelijkt, maar ze is niet geseculariseerd. Nederlanders jagen niet alleen hun eigen belang na, wat ze overigens heel goed doen, maar houden zich ook bezig met hogere beginselen. Sterker nog, het aantal beginselen is zelfs wonderbaarlijk vermenigvuldigd. Naast het klassieke hogere beginsel ofwel object van toewijding, God, bestaan er thans vele andere objecten van toewijding.’

In vergelijking met de andere Europese landen is Nederland de kampioen van de toewijding, aldus Van den Brink. ‘Nu weet ik wel dat dit op gespannen voet staat met ons zelfbeeld, maar Nederland is eerder een verzamelplaats van het hogere dan dat we er afscheid van hebben genomen. Er is overigens wel iets veranderd. We zijn het sinds de tweede helft van de 20ste eeuw ontwend om het hogere beginsel met veel vertoon en ideologie uit te dragen. Onze toewijding heeft alledaagse vormen aangenomen. De plaats waar het hogere gevonden kan worden, is voornamelijk in het leven van de burger en in het leven van alledag.’

De onderzoekers waren benieuwd naar wat Nederlanders zeggen en denken maar vooral wat ze doen. Ofwel, wat vinden ze nu echt belangrijk in het leven. ‘ Op de vraag “wat vindt u het belangrijkste in het leven?” antwoordde  ongeveer 10 procent van de respondenten voornamelijk het materiële eigenbelang na te streven. Ruim 90 procent vindt ook de natuur belangrijk en/of het spirituele, religieuze en sociale welzijn van anderen. Meer dan de helft van de ondervraagden zet zich in voor lokale tot internationale vraagstukken. Uit ons onderzoek blijkt duidelijk dat Nederlanders niet in de eerste plaats werken om rijk te worden, maar om van betekenis te zijn. Ze willen iets aan de samenleving bijdragen. Goed en behulpzaam zijn voor anderen is voor mensen een veel belangrijker motief dan sommige economische theorieën veronderstellen.’

Eigenbelang

Het positieve beeld dat de vindplaats van het hogere overal in de Nederlandse samenleving, op elk niveau is terug te vinden, heeft een zwart randje. In de publieke en politieke sfeer komt dat maatschappelijke idealisme namelijk geheel niet tot zijn recht. De huidige generatie politici en beleidmakers gaat ervan uit dat de mens een egoïstisch wezen is dat door prikkels gestuurd kan worden. Het daaruit voortvloeiende beleid heeft tot een probleem geleid dat Paul Schnabel, de directeur van het Sociaal-Cultureel Planbureau als volgt heeft verwoord: “met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht.” Ofwel, het beleid heeft ertoe geleid dat het heel veel Nederlanders in materiële zin privé heel erg goed gaat, maar met ons, de samenleving, gaat het helemaal niet goed. Reden? We zien onze private waarden niet terug in het politieke en publieke handelen. En dat nu is een van de oorzaken van het maatschappelijke chagrijn waar Nederland de laatste decennia zoveel last van heeft. In het laatste hoofdstuk van het vandaag gepresenteerde boek roepen wij op tot reinventing van de civil society. Door hernieuwing van de civil society kan het maatschappelijke engagement opnieuw gewonnen worden voor de publieke zaak en kunnen politiek en samenleving elkaar weer voeden bij de beantwoording van de vraag naar het goede leven.’

Dit artikel is gebaseerd op een inleiding die Gabriel van den Brink heeft gehouden bij de presentatie van ‘Eigentijds idealisme‘ op vrijdag 9 december in het Academisch Cultureel Centrum Spui 25 te Amsterdam. Van den Brink is socioloog aan de Universiteit van Tilburg en samensteller van het boek.

Bestel hier Eigentijds idealisme

fotobron

  1. 2

    ‘Samenleving’ is een volstrekt loos, dus ideologisch begrip, want je woont alleen samen met wie je affiniteit hebt; de rest heeft hoogstens recht op je onverschilligheid. Hóógstens.

    Want we delen ‘in de samenleving’ niet allemaal dezelfde belangen—en hoevaak staatsfetisjisten het wanbegrip ‘algemeen belang’ ook proberen te pushen, het hangt er maar net van af welk belang je hebt. Het bestaan van antagonismen zou duidelijk moeten zijn.

    Wat Van den Brink feitelijk probeert aan te roepen, is ‘samenkleving’: een afgedwongen nationale saamhorigheidsgevoel—waarbij de nadruk dan vooral zal liggen op: ‘horigheidsgevoel’.

    Maar ‘negativiteit’ is dus de stok om ons mee te slaan. Poeh. In het kader van de estafette, dan:

    http://de.wikipedia.org/wiki/Negative_Dialektik

  2. 3

    “Uit ons onderzoek blijkt duidelijk dat Nederlanders niet in de eerste plaats werken om rijk te worden, maar om van betekenis te zijn. Ze willen iets aan de samenleving bijdragen. Goed en behulpzaam zijn voor anderen is voor mensen een veel belangrijker motief dan sommige economische theorieën veronderstellen.’”

    Alleen rechtse ballo’s denken dat mensen primair werken om het geld. Voor mij is dit echt een open deur. Jammer dat we het niet aan het verstand van bovengenoemde rechtse ballo’s krijgen gepeuterd, al gooi je er nog een myriade onderzoeken tegenaan.

    “Door hernieuwing van de civil society kan het maatschappelijke engagement opnieuw gewonnen worden voor de publieke zaak en kunnen politiek en samenleving elkaar weer voeden bij de beantwoording van de vraag naar het goede leven.’”

    Hier snap ik geen bal van. Onnodig lastig taalgebruik en weinig inhoud. Wat is die civil society die hernieuwd moet worden? Hoe moet het hernieuwd worden? Komt die hernieuwing vanuit de politiek of ergens anders? Hoezo ‘voeden’ politiek en samenleving elkaar nu niet bij de vraag wat een goed leven inhoudt? Heeft het volk te weinig oog voor politiek, of andersom? Waaróm voeden ze elkaar nu niet?

  3. 4

    Je woont ook samen met die eikel van een buurman van je, ook al is dat tegen wil en dank.
    De samenleving is er, en het is duidelijk neo-liberaal gebral om dat te ontkennen. Dat je ‘m anders wil invullen, alla. Net doen of jij en wat vrindjes er slechts toe doen, is een plaat voor je hoofd en dom.

  4. 6

    “Nederland zou een samenleving zijn waarin religie, of meer in het algemeen geestelijke, spirituele en morele beginselen geen noemenswaardige rol meer spelen.”

    Ofwel: niet-religieuzen hebben geen morele beginselen. Zijn asociale klootzakken. Alleen religieuzen hebben een moraal.

    Right. Laat me raden: meneer van den Brink is zelf wel religieus en dus een beter mens dan al die bandeloze ongelovigen?

    En nog een opmerking: nihilisme is niet hetzelfde als negativisme.

  5. 7

    Dat beeld, dat de samenleving slechts een groep individuen is die hun economisch eigenbelang nastreven zonder enkele verdere samenhang, wordt hier juist aan de kaak gesteld.

    Dit is een ideologie die voor heel veel mensen simpelweg niet matcht met het gevoel en de dagelijkse praktijk. Daarnaast is het een ideologie die het functioneren van het geheel helpt verzwakken. In mijn ogen is het daarom niet alleen een vervelende kille, nihilistische ideologie maar ook een gevaarlijke ideologie. Erg gunstig voor de roofdieren in de samenleving, erg ongunstig voor de samenleving als geheel.

  6. 9

    Het begrip ‘samenleving’ is geloof ik toch niet zo loos als Karl Kraut (#2) beweert. Zo is het bijvoorbeeld geinstitutionaliseerd in een politiek en een rechtssysteem. Nergens wordt gezegd dat je moet houden van de rest van de mensen in de samenleving , maar als onze belangen of onze paden elkaar kruisen is het in elk geval toch de bedoeling dat je jegens de ander net iets meer bent dan onverschillig , namelijk dat je de ander ook als mens erkent (dus even vrij en met dezelfde rechten).
    Verder wat Loupe in #7 zegt.

  7. 11

    Die vrouwen uit Oekraïne roepen het ook:

    `We must stop this world-wide cult of ignorant selfishness. Of intellectual emptiness. Of material waste. Of cultural barbarism. Or it will become the end of civilization as we know it. ´

  8. 12

    Dat ligt toch echt aan de schrijver zelf. Let op de inleiding:
    “Er waart een spook van negativisme in Nederland rond. Een nihilisme dat volgens de socioloog Gabriel van den Brink onder andere berust ‘op een filosofisch materialisme dat zich in het kielzog van de secularisatie overal in het Westen breed maakte’.”

    ‘Filosofisch materialisme’ is het geloof dat alleen wat empirisch waarneembaar is bestaat. Nou geeft dat de nodig problemen rond bijvoorbeeld het al dan niet bestaan van het cijfer ‘3’, maar het leidt tot geen enkele logische wijze tot nihilisme of negativisme. Sterker nog: de ideeën die veel Nederlanders volgens van Den Brink aanhangen over de samenleving komen sterk overeen met wat de materialist Epicurus al in de 4e eeuw voor Christus poneerde.