Ontdek je Plekje (16)

Van Gogh’s levensloop en schilderijen zijn bij de meesten onder ons wel bekend. Het miskende genie leefde van 1853 tot 1890 in grote armoede die zijn geestelijke toestand zwaar onder druk zette, hetgeen resulteerde in een afgesneden oor en een zelfmoord in laatstgenoemde jaar. Pas na zijn overlijden werd zijn talent onderkend en zag men in hoe hij de schilderkunst opnieuw had uitgevonden dankzij zijn eigenwijze werkwijze en volharding. Zijn werk werd van onschatbare waarde en de erven van Gogh bepaalden dat het tot het cultuurgoed van het Nederlands volk diende te behoren, waarop zij het schonken aan de Nederlandse staat, hetgeen zoon Theo menigmaal liet verzuchten dat ze toch minstens één werk hadden kunnen behouden voor de financiering van zijn films. Dankzij de generositeit van de erven zijn wij in staat de werken van van Gogh te aanschouwen en met ons vele toeristen die voor de broodnodige economische impuls voor de hoofdstad zorgen.

Minder bekend bij het grote publiek zijn van Gogh’s tekeningen. Onder de titel van Gogh tekenaar; de meesterwerken zijn een honderdtal tekeningen te zien (uit een oeuvre van zo’n 1100) die hij maakte tijdens zijn leven en die een goed overzicht bieden van de ontwikkelingen van van Gogh’s tekentalent. Uniek is het dat het museum deze werken bijeen heeft gebracht, want de helft ervan is bruikleen en afkomstig uit particuliere en openbare collecties. Dit aangevuld met een aantal schetsboekjes en brieftekeningen waarin hij broer Theo van zijn vorderingen op de hoogte bracht, maken deze tentoonstelling tot een genot voor de echte van Gogh liefhebber.

Ondanks de relatieve onbekendheid van zijn tekenwerk ligt de basis van van Gogh’s kunstenaarsschap in deze tekeningen. Het gele huis Vanaf zijn zeventiende begon als autodidact met het tekenen en bleef dit gedurende drie jaar doen. In Den Haag maakte hij stadsgezichten en later toen hij bij zijn ouders in Nuenen introk om zich te kunnen verdiepen in landschappen, maakte hij tekeningen van het platteland en portretteerde hij eenvoudige boeren. De tekeningen worden gekenmerkt door de volheid van het zwart waarbij hij door het uitvegen of het bewerken van de vlakken voor het contrast zorgde. Men kan deze tekeningen beschouwen als voorstudies van zijn beroemdste werk de Aardappeleters.

Om zijn technieken te verbeteren, ging hij colleges volgen aan de Akademie van Antwerpen. Aldaar maakte men gebruik van gipsen modellen en van Gogh stoorde zich aan de werktuigelijkheid en de mooi-tekenarij die destijds aan de Akademie gold. Om zijn eigen ideeën uit te kunnen werken, verbleef hij vaker in de kroegen waar wel de mogelijkheid bestond om modellen van vlees en bloed te kunnen tekenen. Het verblijf aan de Akademie was daarmee geen lang leven beschoren.

In zijn Franse tijd komen de landschappen terug en zijn voorliefde voor de gele boerderij uit Arles, maar ook voor de cipressen en knotwilgen uit zijn omgeving. Toch hebben deze werken minder zeggingskracht dan de schilderijen omdat hij hier ook experimenteert met zijn bekende arceringen en af en toe aquarellen maakt van de tekeningen, waardoor deze minder goed tot uitdrukking komen dan zijn olieschilderingen. Alleen zijn tekeningen van de psychiatrische inrichting waar hij zich vrijwillig in op had laten nemen in 1889 geven weer even die kracht terug aan zijn werk net zoals dat bij zijn portretten het geval was.

Aristide Bruant Naast de tekeningen heeft het van Gogh-museum een onverwachte schatkamer ingericht in het prentenkabinet. In deze omloop zijn een behoorlijk aantal lithografieën te zien van o.a. Edvard Munch, Theophile Steinlen en Henri de Toulouse-Lautrec. Het betreffen affiches, menu’s, theaterprogramma’s en uitnodigingen die kunstenaars in de laat 19e eeuw in opdracht maakten. Uit deze verzameling blijkt hoezeer kunstenaars verbonden waren met het theater. Van eerstgenoemde is er namelijk een affiche te zien van Ibsen’s ‘Peer Gynt’ en van laatstgenoemde hangt er zijn befaamde ‘Eldorado, Aristide Bruant’, een affiche dat voor veel opschudding zorgde vanwege de immense beeltenis die Toulouse-Lautrec aan de cabaretier avant la lettre had meegegeven. De prenten vallen op door hun grote rijkheid aan details en vertellen alle kleine verhalen op zich. Een lust voor het oog…


Van Gogh Museum

  1. 3

    In Nederland moet je eerst dood zijn voordat je als kunstenaar erkend word, da’s wel zo goedkoop nl. en kunnen anderen aan je werk verdienen. Zo blijft het geld tenminste bij OSM en niet bij al die ongewassen types.

  2. 4

    Commerciele sensatiezucht zit bij de Van Goghs in de familie, dat krijg je er zelfs in de achtste graad nog niet uit. Maar heimelijk hebben onbekender werk ter beschikking dat meer doet spreken, zoals Dagje naar het Strand of de Tekeningen inderdaad.

  3. 5

    Die affiches voor theater e.d. vind ik altijd erg mooi. Ik was laatst nog in het Picasso-museum in Barcelona. Daar hebben ze een interessante verzameling affiches die Picasso in zijn Parijse tijd schilderde aan het eind van de 19e eeuw, begin 20e eeuw. Ook daarbij veel theater affiches. En daarnaast veel op het theater geinspireerde schilderijen. Parijs was toen ‘the place to be’ voor een beetje zichzelf respecterende kunstenaar.

  4. 7

    Inderdaad een absolute aanrader! Toevallig vorige week nog gezien tijdens mijn allereerste bezoek aan het Van Gogh museum (beter laat dan nooit ahum). Gaat het zien en voor mensen met een rekening bij de Coöperatieve Boerenleenbank geldt halve prijs!

  5. 8

    Inderdaad indrukwekkend (van Gogh museum).
    Een wereldberoemd schilder zoals “de zonnebloemen”, die voor vele 10-tallen miljoenen de deur uitgingen.

    Dan overkomt de nazaten van deze genie een vreselijke ramp en laten “onze” “koninklijke hoogheid” en het stadsbestuur van A’dam, ongemanierd als zij zijn, even fijntjes merken dat deze nazaten ook maar tot het gewone volk hoort.
    Neen, onze “bovengestelden” buigen liever voor vreemdelingen, dan hun medeleven met schenkers van Nederlands cultuurgoed te betuigen.
    De oranje kunstliefhebbers hebben, in de loop der jaren, echter wél “artisitieke” vaardigheden ontwikkeld.
    Zo werden kunstschatten uit de kelders van ’t Loo worden ingezet om de gevolgen van Bernies escapades te verdoezelen.

    En werd “kunstliefhebber” en kampbeul Pieter Menten pas na veel effort veroordeeld tot tien jaar cel, waarvan 2 jaar effectief.
    En geen haan die daarnaar kraait.

    Vind je het gek dat Appel, Mondriaan, Leo Vroman de vrijheid elders opzochten?

    En is het niet raar dat olympische sporters, als bonus, een lintje uit de handen van de moeder van het ioc-lid, uitgereikt krijgen ?
    Je zult maar zo’n lintje weigeren, zeg. Zou het dan nog goedkomen met je sportieve carriere ?

    Nederland, een feodaal land.