Nieuw Nederlands Nee?

Wat zou een volgend EU-referendum ons brengen?

ACHTERGROND - Een nieuw EU-referendum. Eurosceptici hopen erop; eurofielen vrezen ervoor. Terecht? Of zo’n referendum er ooit komt is twijfelachtig. Bovendien zou de uitslag sterk afhangen van de vraag die in dat referendum wordt gesteld. Het vorige referendum, deze maand negen jaar terug, leert ons dat ‘framing’ van die vraag de doorslag kan geven.

‘Je kunt er donder op zeggen dat er bij het volgende EU-verdrag een referendum komt,’ aldus Niesco Dubbelboer onlangs. In 2003 was Dubbelboer als PvdA-Tweede Kamerlid mede-indiener van het wetsvoorstel dat leidde tot het referendum over de Europese Grondwet. Destijds was een belangrijke reden voor het houden van een referendum de verwachte vergroting van het draagvlak voor de EU. Nadat de Nederlandse bevolking overweldigend ‘ja’ zou hebben gestemd, zoals de verwachting was. De Raad van State merkte destijds in zijn advies op dat Dubbelboer en zijn mede-indieners niet stil hadden gestaan bij de mogelijkheid dat het referendum zou ‘mislukken.’ Met een ‘nee’ hadden de drie Kamerleden domweg geen rekening gehouden.

Een blunder – maar minder onbegrijpelijk dan die lijkt. Een ‘Nee’ leek onwaarschijnlijk. De Grondwet bevatte geen radicale wijzigingen, maar bestond vooral uit bestaande verdragen. Ze genoot de steun van vijf partijen, samen goed voor 83% van de stemmen bij de recentste Tweede Kamerverkiezingen. Bovendien stond Nederland bekend als pro-EU. Driekwart van de Nederlanders was voor EU-lidmaatschap en 72% voor de euro. Bij Europese verkiezingen kregen pro-EU partijen steevast minstens 83%. Ook na de beslissing tot een referendum leek het lange tijd een gelopen race. Acht maanden voor het referendum was volgens een peiling 73% van de Nederlanders vóór een Grondwet en 20% tegen. Vier maanden voor het referendum zei in een Spaanse volksraadpleging 82% ‘sí.’ De Spaanse uitslag was geen uitzondering. Meer algemeen hadden van de 39 eerdere keren dat er in een Europees land een EU-referendum was gehouden er liefst 29 in ‘ja’ geresulteerd.

Frame

Waarom dan een Nederlands ‘nee’? Van alle verklaringen die hiervoor zijn gegeven is voor een eventueel volgend referendum vooral van belang dat veel kiezers vóór sommige aspecten van de EU zijn maar tegen andere aspecten. Velen vreesden een Europese ‘superstaat’, bedreiging van de Nederlandse cultuur, of toetreding van Turkije. Het lukte het ‘nee’-kamp om juist die aspecten centraal te stellen in de campagne. Voorstanders lieten het initiatief aan tegenstanders, die met een intensieve campagne het referendum frameden als een keuze voor of tegen zo’n ‘superstaat.’ Geconfronteerd met die keuze waren veel kiezers er snel uit: tegen! Cruciaal voor hoe kiezers de keuze interpreteerden was wellicht dat de ‘nee’-campagne maandenlang vrij spel had. Vanwege hun verdeelde achterban hadden de grote partijen er geen belang bij zich uit te spreken. De ongeorganiseerde ‘ja’-campagne speelde in op angst – inclusief waarschuwingen dat een ‘nee’ de economische voorspoed en vrede zou bedreigen.

Bij een volgend referendum kunnen voorstanders zich beter richten op inhoudelijke argumenten. Dat was waar de meeste kiezers zich in 2005 op baseerden. Weinig kiezers waren bijvoorbeeld louter uit op het afstraffen van de regering. Slechts 2% van de kiezers zei vooral tegen de regering te hebben gestemd. In verscheidene studies bleek stemgedrag veel minder sterk gerelateerd aan houdingen ten opzichte van de regering dan aan EU-houdingen. Het ging kiezers niet zozeer om de Grondwet. Die zal vrijwel niemand hebben gelezen. Nee, van doorslaggevend belang, aldus onderzoekers, waren houdingen ten opzichte van de EU in het algemeen – net als bij veel EU-volksraadplegingen in andere landen. Dat zou bij een volgend EU-referendum heus niet anders zijn.

Ambivalentie

Hier komt framing om de hoek kijken. Die EU-houdingen zijn immers nog steeds ambivalent. Enerzijds zijn steeds meer Nederlanders tegen verdere integratie, en steeds meer voor terugdringing van ‘Brusselse invloed’. Er is weinig waardering voor Europese instituties. In 2004 had 45% een positief beeld van de EU; afgelopen maart was dat nog maar 31%. Het percentage dat vertrouwen had in de EU was al laag in 2004 en is nu nog lager. Dit terwijl het aantal kiezers dat de neiging heeft de EU te wantrouwen steeg. Hoewel de tevredenheid met de democratie in de EU iets toenam, is er een kritische houding ten opzichte van de EU, die de laatste tien jaar in het algemeen nog kritischer is geworden.

Anderzijds wil de overgrote meerderheid de euro houden en in de EU blijven. Net als tien jaar geleden. Steun voor de euro was in maart dit jaar met 74% minstens zo groot als eind 2004. Steun voor EU-lidmaatschap bleek even overweldigend als destijds – ook al is de tegenstand nu wat opgelopen. Bovendien vindt al jaren zo’n 60% dat ons land profijt heeft gehad van lidmaatschap. Gezien deze ambivalentie is essentieel hoe een nieuw EU-referendum zou worden geframed. Hoewel framing een volgende keer moeilijker zou zijn, kan het opnieuw beslissend blijken. Als kiezers ‘nee’ zien als rem op verdere bevoegdheidsoverdracht naar Brussel stemmen ze immers anders dan als ze ‘nee’ interpreteren als rem op economische samenwerking.

Als het ‘ja’-kamp dit inmiddels ook snapt, wordt een volgend EU-referendum wél spannend.

 

Voor nuttige opmerkingen op eerdere versies van deze bijdrage bedank ik graag Kees Aarts, Henk van der Kolk, Paul Lucardie, Philip van Praag en Andreas Schuck.

  1. 1

    Wat voor zin heeft een referendum als politici de uitkomst simpelweg negeren, zoals ook gebeurd is met het laatste referendum over de EU? Een refendum dus alleen als de uitkomst zal zijn wat je hoopt, en anders de uitkomst gewoon niet erkennen. Zo kennen we politici weer.

  2. 2

    Niet alleen de vraag wordt geframed, ook het antwoord. Zo heb ik me destijds wel degelijk grondig verdiept in de voorgestelde tekst, en daarna naar beste eer en geweten tegen gestemd, hoewel ik veel mogelijkheden voor Europa zie. (Nog steeds trouwens. Veel problemen maar zeker ook veel mogelijkheden.)

    Toch geeft men er de voorkeur aan om er op te hameren dat een nee-stem was gebaseerd op frames en weinig inhoudelijke kennis. Ik moet zeggen – daar krijg je mijn vertrouwen niet mee terug.

    En wat betreft economische samenwerking: is dat een samenwerking gericht op het vormen van een stabiele situatie voor de inwoners van Europa (en een beetje voor de rest van de wereld), bv door een sterkere positie in te nemen tegen de opruiende werking van bv de (grotendeels Amerikaanse) speculanten, hedgefunds en credit rating bureau’s aan de ene kant en Rusland en dergelijke aan de andere kant?
    Of is het gericht op het nog makkelijker maken van het doorschuiven van verantwoordelijkheden, het ondoorzichtig maken van wat er eigenlijk gebeurt? (Zeg maar wat Ewald Engelen hier beschrijft.)

    Is het er een die gericht is op het nog meer privatiseren van bedrijven, waarbij het ontstaan van en handelen in conglomeraties als Veolia of Vattenfall of Eon of Orange, of juist op het aanpakken van het belastingshoppen door allerlei bedrijven, en het creeren van behoorlijke zekerheden voor individuen en kleine bedrijven om te blijven bestaan?
    Dat zou namelijk voor mij nogal wat uitmaken.

    Verder heeft Europa m.i. een belangrijke functie in het handhaven van mensenrechten en burgerrechten (al is het maar omdat gebleken is dat we daar in Nederland nogal eens weinig van kunnen.)

  3. 3

    @2: Hier sluit ik mij volledig bij aan. Ik had ook mijn huiswerk gedaan en was tot de conclusie gekomen dat deze grondwet als stap voorwaarts met name teleurstellend was. Ik zag met name grote problemen met het nog steeds erg lage democratische karakter van de EU. Ook ik stemde tegen. Terwijl ook ik heel veel mogelijkheden voor de EU zie, en – mits het democratisch karakter toeneemt – zelfs veel meer bevoegdheden naar de EU zou willen zien gaan. Wat is er mooier dan een werelddeel met mensen met gelijke rechten? Een Europa dat minderheden beschermt, democratie en vrijheid waarborgt, veiligheid biedt, militair, maar ook economisch?

    Wat ik mis in dit hele stuk is de analyse dat de vraag simpelweg niet deugde. De vraag was: hey, we hebben hier een boekwerk met duizend regeltjes – voor of tegen?

    Sommigen stemden tegen omdat God niet in de grondwet stond, anderen stemden tegen omdat het leek alsof de grondwet de stierengevechten en het vetmesten van ganzen stimuleerde, sommigen stemden tegen omdat ze zoals ik het democratisch gehalte niet ver genoeg vonden gaan, maar anderen wilden precies het tegenovergestelde: minder democratie in Brussel (uit angst voor een superstaat). Er waren er die geen Europees leger wilden, en er waren die daar juist meer haast mee wilden maken. Sommigen stemden nee omdat ze Balkenende een lul vonden, anderen hielden niet van Beethoven of wilden geen blauwe vlag met gele sterren. Weer anderen hadden niet zozeer iets tegen de grondwet of de bedenkers daarvan maar vonden de Euro te duur (hiertoe nog eens aangezet doordat de alcohol-accijnzen tijdens de introductie van de euro flink verhoogd waren, want vraag maar na: Nederland denkt in prijzen van bier).

    Dat “Nee” zei dus uiteindelijk helemaal niets, want al die “Nee” zeggers waren het met elkaar al helemaal niet eens.

    Is een referendum daarmee sowieso waardeloos? Welnee. We hadden separaat kunnen stemmen over de stieren, over de ganzen, over de inspraak, over het leger, over Beethoven, over de vlag en over de euro. Dat was helder en duidelijk geweest. En als dit bindende referenda waren geweest, dan was met dit soort referenda het draagvlak voor Brussel alleen maar toegenomen. En wellicht hadden we dan de crisis in 2008 ook veel voortvarender aan kunnen pakken. Iets wat ons heel veel geld en banen had gescheeld.

  4. 4

    Is dit een Droste-imitatie?

    Een (al dan niet niet bestaande) frame framen in de hoop dat mensen niet doorhebben dat ze door jou alsnog geframed worden?

    Denkt dan niemand op de redactie nog na of zijn jullie gewoon, de schaamte voorbij, verworden tot een wat muffige spreekbuis van de politiek?

  5. 5

    @4: sinds Sargasso aan de subsidietiet heeft gehangen, is de kritische blik met rasse schreden achteruit gegaan ten opzichte van politieke kwesties. Don’t bite the hands that feeds.

  6. 6

    Leuk hoor, de hele redactie verantwoordelijk houden voor één stuk, maar zo werken we (gelukkig) niet.

    En die subsidie is helaas al een tijd op. Plus dat de meeste redacteuren er geen cent van hebben gezien.

    Beetje onzinreacties dus.

  7. 7

    Dus het verdwijnen van die enigszins kritische blik is helemaal uit vrije wil verdwenen. Dat is wellicht nog kwalijker.

  8. 8

    @6

    Eh. Redacties zorgen voor leesbaarheid, consistentie en wat niet al. Dus zo gek is dat dan toch niet? Bovendien, jullie nemen jezelf toch graag serieus? Er zijn blogs zat waar je reclame/subsidievrij meningen tot je kunt nemen, maar jullie zelf dragen met enige regelmaat uit de zaken professioneler aan te (willen) pakken.

    Los daarvan was de reactie vooral bedoeld om dat lullig uitgewerkte Droste-effect voor het voetlicht te brengen. Een beetje de frame van een stropop gaan zitten framen… Bepaald geen onzinreactie dus, tenzij je bedoelde dat je op onzin alleen maar onzin kunt teruggeven (GIGO).

  9. 9

    @8: Nou nee, ik was het met het eerste deel van je reactie helemaal eens. Vandaar juist dat het tweede deel me – als redactielid – nogal stak.

    Volgens mij loopt het niveau, de pretentie, en de stijl van de stukken hier nogal uiteen – dat vind ik juist verfrissend. Ik vind het ook wel prettig op Sargasso andere meningen te lezen dan die van mij – eigenlijk zou ik graag nog wat vaker dingen lezen waar ik het niet mee eens ben hier.

    (En verder sloeg de term ‘onzinreactie’ ook en met name op de reactie daarna – dat is gewoon een jijbak zonder enige kritiek waar iemand iets mee zou kunnen. Het slaat ook nergens op want ik ben nooit gecensureerd hier, en heb ook nog nooit een rooie rotcent van Sargasso gezien.)

  10. 10

    “Als kiezers ‘nee’ zien als rem op verdere bevoegdheidsoverdracht naar Brussel stemmen ze immers anders dan als ze ‘nee’ interpreteren als rem op economische samenwerking.”

    Als mensen moeten kiezen tussen verlies vermijden en winst realiseren kiezen ze in meerderheid voor dat eerste. Framing van dat eerste is veel makkelijker dan dat van het tweede. Tel daarbij op de politieke polarisatie en het alomtegenwoordige cynisme in ons land.

  11. 11

    @5 Bassie, als het allemaal zo pet is ga je toch gewoon een ander blog lezen? Verder vind ik net als Klokwerk de artikelen hier die tegen mijn intuïtie in gaan een verrijking voor mijn beeld, zeker als erna nog een discussie van niveau wordt gevoerd door de reageerders. Kom daar maar eens om bij andere blogs …..

    Ik heb destijds ook mijn huiswerk gedaan, tegen gestemd om precies dezelfde redenen als Inca & Klokwerk (het lage democratische gehalte), aangemoedigd door de arrogante politici die ons gingen vertellen dat een nee stem het einde van de vrede zou betekenen.

    Ik geloof dat van de vele redenen om nee te stemmen die hooghartige houding waarbij geen antwoorden werden gegeven op de frames misschien wel de belangrijkste reden voor het afwijzen is geweest van het verdrag. Helaas zie ik nog niet zo veel verandering sindsdien bij heren en dames politici.

  12. 12

    @9

    Vandaar juist dat het tweede deel me – als redactielid – nogal stak.

    Hier een doekje, dan.

    En een blokje kaas voor bij de wijn. Proost op meer uiteenlopende meningen op Sargasso, en vruchtbaarder discussie.

  13. 13

    Het ging kiezers niet zozeer om de Grondwet. Die zal vrijwel niemand hebben gelezen.
    Misschien was dat het probleem? dat die grondwet vrijwel onleesbaar was voor iedereen die geen rechten heeft gestudeerd.. en dat is nogal een slechte eigenschap voor een grondwet.

  14. 15

    Men is niet tegen de EU, men is tegen de manier waarop de EU is ingericht en waar de EU allemaal wat over te zeggen heeft / zou moeten hebben.

    Een “Nee” bij een referendum hoeft dus helemaal geen “Nee” tegen de EU te betekenen. Zowel voor- als tegenstanders hebben de neiging dit veel te zwart-wit voor te stellen.