Marcus en wetenschapsfraude: Eerste-Eeuwse Marcus

ACHTERGROND - Het stuk van Sargasso’s volkscultuur-specialist Hans Overduin over de evangelist Marcus was voor mij een aanleiding om iets te vertellen over de merkwaardige zaak rond het zogeheten Geheime Evangelie van Marcus. Met die tekstvondst zou wel eens een heel slimme bedrieger aan het werk kunnen zijn geweest. Daar kan ik ergens wel om lachen. De affaire rond de papyrus die bekendstaat als Eerste-Eeuwse Marcus is grimmiger.

Mythicisme

Een van de grootste drama’s in de hedendaagse bestudering van de oude wereld is de terugkeer van achterhaalde ideeën. De verklaring is simpel. Grote digitaliseringsprojecten plaatsen allerlei negentiende-eeuwse boeken online, terwijl wetenschappers hun inzichten achter academische betaalmuren verbergen. Mensen die informatie zoeken, vinden dus makkelijk achterhaalde kennis en blijven verstoken van actuele inzichten. Bad information drives out good.

Een gênant voorbeeld is de terugkeer van het Jezusmythicisme, het negentiende-eeuwse idee dat Jezus niet heeft bestaan en dat het christendom ontstond uit de Grieks-Romeinse religie. Voor zover dit idee, ooit uitgedragen door een antisemitische denker als Bruno Bauer (1809-1882), nog weerlegging verdiende, is dat gebeurd toen de Dode Zee-rollen een jodendom documenteerden waarin het vroege christendom past als een hand in een handschoen. Desondanks maakt het Jezusmythicisme een onverdiende comeback.

Eerste-Eeuwse Marcus duikt op

Een van de argumenten van de aanhangers is dat de oudste evangeliehandschriften vrij jong zijn. Het was daarom redelijk belangrijk nieuws toen de Amerikaanse onderzoeker Daniel Wallace in februari 2012 bekendmaakte te beschikken over een fragment van het Evangelie van Marcus uit het laatste kwart van de eerste eeuw. Een zó oud exemplaar van deze tekst, die rond het jaar 70 n.Chr. is geschreven, bewees dat het evangelie inderdaad zo oud was als wetenschappers altijd hadden aangenomen.

De eerste vraag bij tekstvondsten is of het fragment wel echt is en voor één keer was er geen twijfel, want het was afkomstig uit het papier-maché masker van een mummie, een zogeheten kartonnage. In een filmpje lichtte een van de onderzoekers, die blijkbaar vragen verwachtte, toe dat het deassembleren was toegestaan omdat het masker hun eigendom was. Later zou blijken dat dit niet zo was, maar voor het moment ging de discussie over de vraag of het werkelijk was toegestaan oudheden te vernietigen om andere oudheden te bemachtigen.

Marcus en Sapfo

Nog verontrustender was dat de onderzoekers niet hadden begrepen wat ze aan het vernietigen waren. De jongste kartonnages waarvan de ouderdom vaststaat, zijn van het begin van onze jaartelling en hoewel musea hun stukken soms iets later plaatsen, is een fragment van na 70 n.Chr. iets speciaals. Egyptologen zouden er een lief ding voor over hebben gehad als ze de kartonnage hadden kunnen bestuderen, maar dat ging niet langer.

Iets later doken ook papyri op met gedichten van de Griekse schrijfster Sapfo – in Nederland had Sargasso de primeur van het nieuws – en die papyri zouden afkomstig zijn uit een nóg jongere en eveneens vernietigde kartonnage. Het leek erop dat ergens in Romeins Egypte een plaats was geweest waar mensen een uitvaartritueel hadden gehandhaafd dat elders niet langer voorkwam. En het bewijs was dus vernietigd. Niet één maar twee keer.

Hoe eerste-eeuws was Eerste-Eeuwse Marcus?

Wonderlijk genoeg bleef de wetenschappelijke publicatie van Eerste-Eeuwse Marcus uit en de vraag kwam op waarom. Aan het bestaan twijfelde niemand, want het uit elkaar halen van een kartonnage was te onprofessioneel om te zijn verzonnen. Maar als het fragment bestond en belangrijk was, waarom zwegen de betrokkenen dan?

Het vermoeden rees dat ze hun claim dat het stamde uit de eerste eeuw niet konden waarmaken en dat het jonger was. Dat was natuurlijk jammer voor wie had gehoopt een Jezusmythicistisch argument te kunnen ontzenuwen, maar het was nog erger voor de egyptologen. De jonge kartonnage die ze zonder onderzoek waren kwijtgeraakt, was dan immers nóg jonger en intrigerender. De waarheid kwam vanaf 2018 aan het licht en zou nog erger blijken te zijn.

[Wordt vervolgd. Dit was een bewerking van een deel van mijn boekje Bedrieglijk echt, waarin ik de wedloop tussen de vervalsers van antieke teksten en wetenschappers behandel.]