Knallen of vallen: Nederlandse literatuur heeft geen alternatief

zwaagJoost Zwagerman schrijft het boekenweekgeschenk 2010. Het thema van de boekenweek in 2010 is ‘Het kind, de jeugd, de jongere’. De auteur mag de jeugdigheid bezingen van het CPNB. Volgende week is er overigens een speciale viering van Zwagermans generatieroman Gimmick! in Paradiso, met gastoptreden van Katja Schuurman. De afterparty wordt verzorgd door Joost van Bellen en de presentatie ligt in handen van Matthijs van Nieuwkerk. De werkelijkheid is dat Zwagerman zijn agenda weer mag vullen om in de polder de peroxidekapsels, bodywarmers en pittige brilletjes te aanschouwen. Literatuur en jeugdigheid is immers een zondige combinatie in dit land.

Tot op zekere hoogte kan ik me scharen achter Jeroen Brouwers’ pamflet Sysiphus’ Bakens dat onlangs verscheen, al zou ik mezelf niet in de positie brengen om zelfs de politiek (Brouwers over Plasterk: ‘Een ijdele flapdrol, die zich opblaast als een feestcondoom’) verantwoordelijk te stellen voor de literaire armoede. Het ligt niet alleen aan de markt en haar lezers. De schrijvers zelf zijn laf. En zelden jeugdig, overigens.

Misschien is jeugdigheid niet het juiste woord en moet ik mijn heil zoeken bij de termen frisheid, experiment, verrassing. Het heeft immers niets te maken met leeftijd om een lans te breken voor een ander geluid in de letteren. Het mooiste voorbeeld hiervan is de 79-jarige Britse schrijver J.G. Ballard (het begint zo’n beetje mijn stokpaardje te worden). Ballard schreef in de jaren 90 over de keerzijde van technologische superparken aan de Franse zuidkust in Super-Cannes, en bijna twintig jaar eerder maakte hij de onnavolgbare ‘roman’ The Atrocity Exhibition (1969), een wrede collage van dictaten en flarden over Hiroshima, de moord op Kennedy en andere uitwassen van de moderne tijd (Zoals het verhaal Why I want to fuck Ronald Reagan). De zuiderburen hebben de verrassende toon van Paul Mennes, die bovendien niet onverdienstelijk voor het theater schrijft; Ook heeft België Peter Verhelst die met Zwerm (2005) een modern epos schreef vol regeringsgeheimen en conspiracy. Spanje heeft de boze Ray Loriga. De Duitsers hebben popliteratoren als Christian Kracht en de Fransen hebben als toppunt de dwarse Michel Houellebecq wiens houding en voorkomen je misschien kan haten, maar aan eigenzinnigheid ontbreekt het hem niet.

Het literaire klassement in Nederland wordt aangevoerd door een peloton schrijvers dat al jaren het zelfde kunstje doet. Links en rechts worden hun corpulente lijven gestut door wat ik lighteratuur noem; boekjes die je van de AKO top 10 erbij pakt om in de trein te lezen of cadeau te doen aan tante Corrie, vaak het resultaat van een indrukwekkende uitwisseling van attachements tussen een BN-er en een vlijtige redacteur. Het resultaat is een smeuïge Allround Literatuur. Niets om je vingers aan te branden. Begrijpelijk, want uitgevers moeten ook het hoofd boven het water houden.

boekenbal

Beweren dat de literaire koers valt of staat met de aanwezigheid van boekenkaternen in een krant is onjuist. De epistels in NRC Handelsblad of in het ter ziele gegane boekenkatern Cicero van de Volkskrant hebben weliswaar in enige mate bijgedragen aan de allure van een schrijver, maar het is zinloos om te beweren dan Michaël Zeeman, Arjan Peters of Elsbeth Etty de dienst uitmaken in de do’s en don’ts van de literatuur. Als die theorie namelijk zou kloppen zou menig obscure Hongaarse schrijver er nu een tweede huis op na houden. Het probleem zit hem in het ontbreken van een ‘alternatief’ literair klimaat. Een type schrijver dat buiten de gemene deler van de dagelijkse talkshow én de massagestoel van de academische elite valt.

Laten we eens een vergelijking maken met de muziek. Er is een groot publiek en een ‘alternatief’ publiek, en deze groepen overlappen elkaar nu en dan op festivals als Lowlands. Anouk staat geprogrammeerd naast Ministry. Echter, de (Nederlandse) literatuur kent geen equivalent van het muzikale zusje. Literatuur is óf knallen, of vallen. Dat ligt niet alleen aan de uitgevers en boekwinkels die willen scoren. Schrijvers zijn slapjanussen. Die denken niet na over hun strategie. Natuurlijk moet je ook goed gefaciliteerd zijn en überhaupt ruimte, geld en tijd krijgen om iets anders te bieden dan voer voor een gemiddelde leeskring, maar in Nederland voelt men er weinig voor om nieuwe mogelijkheden van de literatuur te verkennen.

Het lijkt wel of schrijvers genoegen nemen met een verhaaltje van A tot Z, een kaftje van vormgever Ron van Roon, een borreltje bij de presentatie en een vermelding in een lokale krant. Dit cyclische model zet zich voort tot er eindelijk wel een bestseller binnen is gesleept onder het mom van ‘veel schieten is op een dag ook raak schieten.’ Zie Jan Siebelink en Arthur Japin. Fantasieloos, droog en beperkt. Maar ze kunnen cashen. De telefoonklapper van menig literaire kring heeft hun namen in vette letters en docenten Nederlands hijgen hun lessen vol over deze talentloze druiven.

De functie van rolmodel voor aspirant schrijvers is definitief vergeven. Literaire auteurs zouden zich bezig moeten houden met nieuwe vertelvormen, andere onderwerpen dan het eigen klein-realistische naveltje, experimenteren met nieuwe media, ritme, op de huid van de tijd zitten, hun wereld feilloos analyseren. Ze moeten geen genoegen nemen met een voorgeschreven canon, maar hun inspiratie halen uit films, muziek, de straat, andere culturen. Dat zou de literatuur zo’n enorme optater kunnen geven. Juist Gimmick! was in 1989 een aardige poging, maar waar zijn we twintig jaar later? De Nederlandse School der Letteren is gewillig en week, voegt moeiteloos in. Al die allemansvrienden vormen een gel voor de gewone man.

Misschien is Ilja Leonard Pfeiffer een prettige uitzondering (maar die maakte zich onlangs in een interview in HP/De Tijd weer druk om het dalende ‘kennisniveau’ van studenten in Leiden op het gebied van klassieke geschiedenis en talen. Elke eeuw zijn eigen verzuurde dandy). Een andere positieve uitzondering zie ik ook in een tijdschrift als Passionate, dat verder kijkt dan huis-tuin-en-keuken-proza (maar dat is weer niet eerlijk omdat die in januari mijn kop op de voorpagina had). P.F. Thomése is nog zo’n buitencategorie. Zij zijn het aan wie we de ontwikkeling van de literatuur te danken hebben, niet de slaafse ja-knikkers en kontenlikkers die braaf blijven meebabbelen.

Ik vestig mijn hoop op een nieuwe generatie. Ik zal het misschien niet meer meemaken, maar op een dag zal vorm en vent / vrouw even belangrijk zijn. Het is hoog tijd dat bijvoorbeeld al die schmierende talkshowhosts, die schrijvers als borrelende meubelstukken uitnodigen, een glas water in het gezicht krijgen – of iets sterkers.

  1. 1

    Goede Nederlandse schrijvers? ¡No comprendo, señor! Ik heb nauwelijks meer iets van eigen bodem gelezen sinds de desillusie van De Ontdekking Van De Hemel.

  2. 3

    @Thomas. Je vergeet de Amerikanen (bv Auster, Palahniuk)

    @1 Amen. Bij mij is de leeslust voor Nederlandse boeken er op de middelbare school wel uitgeslagen.

  3. 5

    @3: die wilde ik buiten beschouwing laten omdat hun literaire traditie van een andere orde is. Lessen in Creative Writing op scholen en universiteiten zijn in Amerika doodnormaal. Stephen King wordt stilaan serieus genomen.

    Daarom hield ik het bij Europeanen.

    @4: Daar mag jij nu over los gaan.

  4. 6

    Ik heb het genoegen (*not*) om eens mee te kijken in wat er in de jeugdliteratuur gebeurt. Weinig verrassends, weinig inspiratie, weinig niveau.

    De lang niet altijd zo denderende boeken van een Karel Eykman van 20 jaar terug steken huizenhoog boven de massa van vandaag uit.

  5. 7

    Ik snap je ergernis wel denk ik. Ikzelf bijvoorbeeld ben allergisch voor de Mulisch-types in ons land die zich zonder blikken of blozen een Homerus-status laten aanpraten.

    Maar toch…

    Kennelijk stel jij je de literatuur voor als een continuüm. Een instituut welhaast waarin iedere generatie zijn eigen helden moet voorbrengen.

    Persoonlijk geloof ik daar niet in. Werkelijk goede dingen zijn uitzonderlijk en die uitzonderlijkheid staat op gespannen voet met een verwacht continuüm. Eens in de zoveel tijd staat er weer eens een verlichte geest op die zwoegt en zwoegt. Niet zelden komt de waardering pas later, als de auteur al onder de groene zoden ligt.

    Gelukkig kunnen rolmodellen ook gevonden worden buiten de eigen generatie.

  6. 8

    @ 7 Grappig dat je Karel Eykman noemt. Zijn liedjes voor Ome willem en de jeugdroman Liefdewerk Oud Papier gingen altijd uit van rebellie en eigenzinnige identiteit.

    Ik kan wel roepen dat Carry Slee makkelijk scoort met haar jeugdromans, maar haar verkoopcijfers liegen niet.

  7. 9

    @8 Dat was dan ook weer zijn dogma, helemaal volgens de lijnen van Annie Schmidt en Vrij Nederland.

    Maar in Het fort van Sjako komen die rebellie, met een scala aan historische toestanden samen in een heel aardig boek. Jongensavonturen in een 18e eeuwse wereld. Boeiende accenten op de verschillen met nu.

  8. 11

    @9 ik bedoelde het ook als pluspunt van Eykman. Die dan weer met zijn hele collectief de Nederlandse jeugd in de seventies en eighties leerde rebelleren met de Stratemakeropzeeshow etc.

    (Al ben ik van 1978).

    Maar da’s geloof ik weer een ander verhaal.

  9. 12

    Het is mij niet geheel duidelijk wat er nu zo ontbreekt aan de Nederlandse literatuur. In kritieken komt de ‘navel’ uit den treuren aan bod als focus van (gewoonlijk bijna alle) Nederlands schrijvers. In bovenstaand stuk is dat niet anders.

    De betekenis van navelstaren is mij weliswaar bekend, maar deze betekenis in acht nemende blijft het mij onduidelijk waarom een schrijver als Japin, die zich middels zijn zeer uiteenlopende verhalen toch vanuit zo veel verschillende perspectieven aan de lezer heeft gepresenteerd, als iemand wordt neergezet die alleen met zichzelf bezig is. Wat ik van hem heb gelezen is naar mijn mening niet gelardeerd met, laat staan doorspekt met, een egocentrisch wereldbeeld. Ik zie het in ieder geval niet en ik zou het fijn vinden als er nu eens een polemist op stond die dit nader zou toelichten, zo mogelijk onderbouwd met citaten.

    Natuurlijk heeft deze man fragmenten van zijn dagboek in boekvorm gepresenteerd, en dit kan, als je van mening bent dat een schrijver enkel de verheven Kunscht van het Eeuwige Schrijverschap moet dienen als een zonde worden beschouwd, maar is het hiermee bewezen dat deze schrijver zich enkel met zichzelf bezig houdt?

    Dat hij verder een ongetalenteerde druif zou zijn gaat er bij mij niet in. Hij is een uitstekend verteller en weet prima te construeren en mij, de zeker niet onbelezen Van Katerschoten, daarmee te boeien. Ik neem aan dat zo een kwalificatie enkel gebruikt wordt om de argumentatie kracht bij te zitten. Zonder sterke bewoordingen geen polemiek.

  10. 13

    ik word echt doodziek van die azijnzeikers in nederland. je moet hier echt alles van eigen bodem kut vinden om als “elitair” of belezen gezien te worden. en geen boeken voor de jeugd? welke jeugd? de jeugd die ik ken vind lezen gewoon kut omdat het langer duurt dan een film, dat wil niet zeggen dat een boek als joe speedboot niet geschikt is voor jeugd, en zo zijn er vast nog tonnen boeken die literatuur zijn EN geschikt voor jeugd.

  11. 14

    Hij is een uitstekend verteller en weet prima te construeren en mij, de zeker niet onbelezen Van Katerschoten, daarmee te boeien.

    Japin is een uitlegger. En waar uitleggers absoluut geliefd zijn, in de eerste plaats bij mensen die vooral vermaak zoeken, worden de schrijvers die de lezer wel laten nadenken hoger aangeslagen.

  12. 17

    Ik was een tijd lang fan van Leon de Winter. Schreef prachtige boeken, mooie zinnen, interessant lagen. Maar zijn terugkerende thema’s (worstelen met Joodse achtergrond, verknipte vader/zoonrelatie) begonnen mij te vervelen. Zijn mediaoptreden als rechtse clown was de genadeschot. Er is slechts een literair lijk overgebleven, waardoor ik nu beter geconserveerde literaire lijken op mijn leesstapel heb. Deze bestaat eigenlijk alleen maar uit WFH en een enkele Elsschot. Ik beperk mij verder vooral tot non-fictie, er worden goede geschiedenisboeken geschreven in NL.

  13. 19

    @HansR

    Geschiedschrijvers zijn geen erflaters. Dat klinkt behoorlijk tegenstrijdig, dat is toch in theorie het werk waarvoor ze zijn opgeleid?

    Ik snap je opmerking, maar ik erger me vaak aan de overwaardering van kunstenaars-genieën (in dit geval schrijvers) die de ‘tijdsgeest’ laten zien of een ander lijntje met boven hebben.

  14. 20

    @spees
    Ik doelde eigenlijk op Jan en Annie Romein-Verschoor. Het feit dat hun De lage landen bij de zee geen eigen Wiki-pagina heeft is eigenlijk een verbeelding van mijn punt. Ze zijn geen erflaters in de zin van literaire schrijvers die iedereen gelezen moet hebben voor zijn lijst Nederlands.

    Literatuur is in Nederland zwaar overschat als cultureel erfgoed.