Innovatie in de politiek

Ooit wilde Hans van Mierlo dat het oude bestel zou ontploffen. Het D66 programma vertoont die ambitie niet echt meer. Ik wil er over schrijven als ik die 200 pagina’s gelezen heb.

Maar nu de programma’s voor de komende verkiezingen beginnen rond te zingen, heb ik een probleem met het woord vernieuwing, ook wel hervorming. Wat is dat toch en waarom zijn VVD en PvdA zo trots op hun hervormingen?

En ook: is het A-viertje van de PVV innoverende politiek?

Protocollen en gelijkheid

Onze wereld is gevuld met protocollen en managementafspraken. De uitvoerder legt verantwoording af aan de hoger geplaatste, die zichzelf daarvoor vorstelijk laat belonen. Dat schept een breed gespreide hindermacht in de samenleving en het gevolg daarvan is stagnatie.

Gebeurt er dan niets? Dat valt nog mee. Werkende systemen worden vaak gekenmerkt door het verraad der klerken, mensen die inzien dat het letterlijk naleven van opgelegde normen en verplichtingen niet werkt. Die mensen zoek je dus als je ambitie hebt iets te bereiken. Samen probeer je dan het verraad jegens de systeemeisen vorm te geven. Een enkeling komt verder dan de guerrilla.

De radicale breuk met het systeem komt van Jos de Blok en Buurtzorg: laat vakmensen gewoon hun werk doen, zorg voor zelfsturende teams, weg met de gebakken lucht. Bijzonder is dat die breuk kon ontstaan en dat Buurtzorg inmiddels een succesvol concept is geworden. F. Laloux schrijft er over. Ook de Correspondent ( Rutger Bregman) verbaast zich en prijst hem.

Mark Rutte wil van ons land weer een gidsland maken, zo meldt hij in Zomergasten. Misschien zouden we een eind kunnen komen met die ambitie, maar de geharnaste neiging om alles ingewikkeld te maken, wordt door die ambitie niet weggewerkt. We willen wel normen, we willen wel gelijkheid en standaarden, we willen voor elk probleem en elk belang maatwerk; en nog eerlijk ook. En dat moet allemaal de zegen van het parlement hebben.

Eenvoud

Op zich zinvol lijkende regels, die het systeem hinderen bij het functioneren, kunnen beter worden afgeschaft. Als je een maal op die manier hebt leren kijken naar regeldrift, kun je niet meer onbevangen kijken naar wat overheden en publieke organisaties doen.

Dan zoek je naar simpel en eenvoud. Philips voerde ooit de slogan “sense and simplicity”. Edward de Bono schreef over “Simplicity”. Cass Sunstein schreef “Simple(r), the future of Government”, New York, 2013. En met Richard Thaler, Nudge, improving decisions about health, wealth and happiness.”

Het zijn inspirerende geschriften, die je laten zitten met de wanhopige vraag waarom al die mooie inzichten niet doordringen in het openbaar domein. De Fransen noemen de computer een ordinateur, een ding dat orde schept in informatievloed. Waarom helpt de ICT-revolutie ons niet beter bij het realiseren van politieke doeleinden?

Margaret Mead zei ooit: “Never doubt that a small group of thoughtful, committed citizens can change the world. Indeed, it is the only thing that ever has.” Moeten we niet werken en denken over een “samenwerkingsdemocratie”, die de ICT mogelijk maakt? Zie Beth Simone Noveck, “Wiki goverment’, 2009.

Politiek en economie

Het probleem van overmatige complexiteit is natuurlijk niet het enige. De grens tussen politiek en economie is zeer vervaagd. Robert Reich beschrijft in Saving Capitalism uitvoerig wat wij allemaal doen om de markt te reguleren.

Economische begrippen overheersen het politieke discours. Tony Judt zag het als een groot probleem, Jeff Madrick schrijft er over in Seven Bad Ideas (New York, 2014) Een voorbeeld is de discussie over de zorgkosten, die relatief groeien. Het is efficiency-denken, maar verbazing of verontrusting passen niet. Als onze technologische productie steeds minder arbeid vraagt, moeten de kosten van de zorg relatief stijgen; geen reden voor verontrusting.

Piketty heeft de ongelijkheid weer op het menu geplaatst: nivelleren was het devies in de tijd van Joop den Uyl, maar “een feestje” was het nooit. De inkomens- en vermogensongelijkheid zijn de laatste decennia alleen maar toegenomen. Wilkinson en Pickett onderzochten in “The spirit level” de sociale gevolgen en betekenis van die ongelijkheid en toonden de effecten ervan aan op geestelijke en lichamelijke gezondheid.

Paul Mason (Postkapitalisme) en Jeremy Rifkin (The Zero marginal cost society) vinden dat het kapitalisme de grenzen van zijn adaptatieve vermogen heeft bereikt. In hun ogen staat het mondiale kapitalisme op zijn laatste benen. Het is vaker beweerd en nog miljarden mensen leven van een dollar per dag. Maar als het waar is, wat wacht ons dan? Het autoritaire Chinese bestuur? Of “Gratis geld voor iedereen”, zoals Rutger Bregman en andere voorstanders van een onvoorwaardelijk basisinkomen bepleiten?

Het economische denken lijkt het politieke denken te overheersen. Maar wat is mis met ‘eerlijk’ en ‘rechtvaardig’? De woede van de populisten is deels verklaarbaar door deze groeiende ongelijkheid, het graaien van bankiers en managers. Daar bij komt de strijd van de culturen, met de uitwas van het islamitisch fundamentalisme.

Hervormen en vernieuwen

Het huis van Thorbecke moet ingrijpend gerenoveerd worden, vond een VNG commissie ‘van de Donk’. De inbreng van D66-leden in de commissie was aanzienlijk. Ik ben het met dat harde oordeel eens, maar hoe die renovatie moet wordt niet verteld. Rutte vindt dat hij een eind op streek is met het hervormen, maar ik heb nog geen enkele gedachte over bestuurlijke hervorming gezien.

De EU is ooit begonnen als EGKS, een kartel uit de zware industrie, dus dat de EU te maken heeft met een ernstig democratisch tekort, mag niet vreemd worden genoemd. Lastig is wel dat het al decennia geaccepteerd wordt, dat het politieke karakter van alle bestuurlijke impulsen worden ontkend en gekarakteriseerd als technocratische noodzakelijkheden. De onvrede in Duitsland en Frankrijk zal sneller manifest worden in verkiezingen, dan dat de EU gaat hervormen. De Brexit toont de mogelijkheid van het ondenkbare.

Hoe gaan we de komende verkiezingen beleven? Het lijkt mij dat we eerlijk moeten evalueren wat er door de politiek is gepresteerd. Ik ben daarover niet opgewekt. De VVD heeft a-politiek geschoven met budgetten en bezuinigd. De PvdA heeft vooral ook naar de economie gekeken, daardoor de veranderingen en de boosheid van de achterban gemist. Beide coalitiepartners hebben een beetje geluk gehad, omdat het herstel in de V.S. goed doorzet en de vertraging in China beperkt is gebleven. De bestuurlijke prestaties hebben evenwel niet vereenvoudigd maar complexer gemaakt: kijk b.v. naar het woonbeleid van Blok. De hypotheekrenteaftrek wordt beperkt maar egeltjesgewijs. Met de AOW is het niet anders.

Maar echt hervormen? Nee. De arbeidsmarkt is een irrationeel slagveld, gehandicapten hebben geen kans.

Wat gaan we nu doen met de zorg? Hoe gaan we de participatie-samenleving vormgeven? Hoe redden we de EU van de populisten? En hoe betalen we de tekorten van de Grieken, de Spanjaarden, de Italianen? Hoe gaan we het lokaal bestuur moderniseren? Hoe de belastingen? Hoe slopen we de grote hoeveelheid van mislukt, nieuwe complicaties veroorzakend en averechts beleid?

Prof. Peter van Hoesel schreef er een aardig boekje over: ‘Partij van de Eenvoud’. Het is al wat ouder en gedateerd, maar aanleiding voor de oprichting van het Netwerk voor Politieke Innovatie. (NPI)

Het is meer dan ooit wat ons moet bezighouden, als we het hebben over een nieuwe coalitie; eenvoud in regelgeving en effectiviteit in het beleid. Dit is ongeveer het stramien waarop wij het politieke gekraai in de komende maanden moeten gaan bekijken. Tenminste, dat is hoe ik u zou willen uitdagen tot denken en participeren.

  1. 1

    Je kan niet top-down hervormen in de fundamenten van het land, dat levert gigantische schokken op. Wil je flexibel zijn? Dan moet je een kleinere hierarchie hebben en dus een hele sterke middenklasse.

    Het beroerde is dat we die dingen in het bedrijfsleven vaak wel zien, met name ICT. Hechte teams (Agile, SCRUM), waar iedereen een rol heeft en niet onderhevig is aan 1 manager. Minder lagen in de organisatie zodat teams hun ideeen makkelijker kunnen pitchen en ontwikkelen met anderen. De mate van autoriteit en autonomie is veel sterker onder de werkpaarden. Dat zorgt voor flexibiliteit.

    Echter als we dan buiten de deur kijken dan moeten we toch vooral bezuinigen terwijl er een kleine groep zich steenrijk maakt aan alle misere. Onrealistische aandeelhouders, bonusjagers in de publieke sector en lobbyende conglomeraten hebben de middenklasse in de afgelopen 10 jaar compleet leeggeroofd.

    Dus is er hervorming nodig in de overheid? Misschien. Maar waarvoor? In mijn ogen een sterkere middenklasse.

  2. 2

    @1: dat is een mooie overweging. Je twijfelt over de dingen die mij ook bezighouden. Voorname vraag: wat is dat precies, hervorming of vernieuwing? We zien onze Mark Rutte drie uur als Zomergast, maar er komt vrijwel geen gedachte die het vermelden waard is.
    Misschien is dat prima, want fundamentele vernieuwing levert grote schokken op.
    Ondertussen gebeurt het wel: de middenklasse wordt leeggeroofd, de verhoudingen veranderen fundamenteel, zie de banken. Er zijn dus krachten, die fundamenteel hervormen. Ik geloof niet dat ons politiek systeem dat kan of graag wil.
    Ook ik zou graag een sterkere middenklasse zien, grotere gelijkheid.
    Maar laten we dan eens zorgen dat de politieke discussie gaat over wenselijke richtingen in ontwikkeling. Ik noem maar wat: betere beheersing van markten, maar geen detailsturing, inzet op kleinschaligheid in organisatie, een andere arbeidsmarkt, die beter past bij het moderne productieproces.

  3. 3

    Hervorming, vernieuwing, innovatie, die woorden zeggen me niets als er geen richting of doel bij wordt gegeven. Het afbreken van de zorg wordt ook verkocht onder de naam ‘hervorming’. De ‘innovatie’ in bedrijven en op de arbeidsmarkt heeft in veel gevallen tot massaal ontslag van werknemers en loondaling geleid. Nieuw is niet altijd beter, zeker niet als het enige doel is het op korte termijn behalen van een grotere winsten voor een beperkte groep aandeelhouders.

    Inhoudelijke criteria voor de beoordeling van partijprogramma’s zijn voor mij: het reduceren van de sociale ongelijkheid, ook wereldwijd, en de zorg voor het behoud van de aarde op langere termijn. Dat vraagt meer richting dan vaagheden zoals ‘betere beheersing van markten, inzet op kleinschaligheid in organisatie, een andere arbeidsmarkt’.

  4. 4

    @3: dat die woorden weinig betekenis hebben is de basis boodschap. Maar “afbreken van de zorg” is een beetje vaag. Ik ben boos over de manier waarop invaliden en gehandicapten worden gekort in huishoudelijke zorg, terwijl gemeenten prima rond komen met de Wmo.
    Soms leidt innovatie bij bedrijven tot ontslag en meestal voedt het de dalende loonvoet; dat is bij Marx al te vinden. Maar iets anders is de vraag of je daar dan tegen moet zijn, zoals de Luddieten.
    Minder sociale ongelijkheid en meer ecologisch bewustzijn, zeker. Dat delen wij volstrekt.
    Maar betere beheersing van markten vind ik niet vaag. De EU wil een gemeenschappelijke markt en verzuipt in het definiëren van het ‘level playing field’, wij hebben een woningmarkt die we al een eeuw pogen te sturen, voegen daar een welzijns en zorgmarkt aan toe, die ontsporingen vertonen.
    Hoe dat komt? Ik ben niet principieel tegen het feit dat mensen op markten actief zijn en dingen met elkaar regelen, maar geloof wel dat ongebreidelde groei van markten en de schaal van partijen die daarin acteren, een kwaad vormen.
    Dus ja, ik ben voor kleinschaligheid en zou politieke programma’s willen beoordelen op de wijze waarop zij grootschaligheid remmen en kleinschaligheid bevorderen.

  5. 5

    @0

    Het probleem van dit stuk is dat je zo veel verschillende zaken meeneemt dat het uiteindelijk helemaal nergens meer over gaat. Je schiet niets op met het benoemen van een waslijst aan zaken die beter zouden kunnen en vervolgens hopen dat politieke innovatie de oplossing is. Politieke innovatie zorgt niet per definitie voor beter beleid. Alleen wanneer weeffouten in het politieke systeem, of in de daaruit voortvloeiende politieke cultuur, systematisch het beleid beïnvloeden, is politieke innovatie een oplossing.

    Ik zie nergens een analyse van mogelijke onderliggende oorzaken.

    Bovendien zie je een van de actoren in het politieke proces volledig over het hoofd: de kiezer. Die bepaalt namelijk welke partijen, op basis van hun programma’s, samen een meerderheid krijgen en dus een regering kunnen vormen. Het idee dat er iets zal veranderen als programma’s op andere criteria worden beoordeeld lijkt me een illusie. Als kiezers zoiets als kleinschaligheid belangrijk vinden, zouden ze daar nu toch ook rekening mee houden? En dan zouden politici dat toch weten, en het meenemen in hun verkiezingsprogramma’s?

    Als je werkelijk politieke innovatie wil, zul je allereerst de echte pijnpunten van de huidige politiek moeten benoemen. Pijnpunten die volgens mij behoorlijk voor de hand liggen:

    – afnemend vertrouwen in de politiek (omdat gedrag van politici dat op korte termijn lonend is – bijvoorbeeld via gunstige verkiezingsuitslagen of het vermijden van een ministers- of kabinetscrisis – op lange termijn averechts werkt);
    – te hoge verwachtingen (bij alles wat er mis gaat staat er wel iemand naar een “falende overheid” te wijzen en de politiek gaat daar in mee);
    – afnemende macht van landelijke overheden door globalisering.

  6. 6

    @5; Tja, voor gemakzuchtige lezers schrijf ik dit niet. Ik zeg niet dat jij daartoe behoort, maar een college over de kiezer hoef je me niet te geven. Daarover heb ik het.
    Vraag is waarom je het niet leest: als Mason je niks zegt, of Rifkin, dan kan ik me voorstellen dat je weinig oppikt.
    Analyses, neen, die lees je niet. Daarom verwijs ik uitvoerig naar litteratuur, waar ik eerder over heb geschreven. Zelfs naar Marx.
    Je kunt ook een uurtje nemen en in het zoekvenster van Youtube eens Madrick, Varoufakis, Krugman of Mason intikken. Dan moet je wel even kijken.
    Ook boeiend: Wolfgang Streeck, die vertelt hoe het kapitalisme en democratie uit elkaar zijn gegroeid. De man is professor in Keulen en heeft het over de teloorgang van het kapitalisme.
    Terug naar de kiezer: het kernpunt van de verhouding tussen kiezer en gekozene is nu net dat zij zich tot elkaar verhouden. Dat betekent dat politici iets zouden kunnen beweren over een onderwerp als kleinschaligheid en daarvoor enthousiasme zouden kunnen oproepen. Als dat ontbreekt, stem je op een ander.
    Je pijnpunten deel ik wel. Natuurlijk: wie vertrouwt er nog een politicus? Wie gelooft er nog in de overheid? Hebben we de macht nog wel?
    Ik stip vrijwel al die punten impliciet en soms expliciet aan, b.v. als het over de EU gaat; geen politiek, maar onontkoombare technocratische oplossingen. Daar wordt de kiezer bunzig van.
    Wat de kiezer ook niet leuk vindt: sinds de jaren zeventig is de productiviteit fors gestegen, maar het inkomen van de arbeider niet. Ga mij niet vertellen dat ik de kiezer over het hoofd zie, want dat doe ik niet. Maar het is jammer dat je het niet leest.

  7. 7

    @6

    Ik stip vrijwel al die punten impliciet en soms expliciet aan

    En daarom begon ik #5 zo:

    Het probleem van dit stuk is dat je zo veel verschillende zaken meeneemt dat het uiteindelijk helemaal nergens meer over gaat.

    Je stipt van alles en nog wat impliciet of expliciet aan, maar de vinger op de echte zere plekken ontbreekt. En dat is waar een stuk over politieke innovatie in mijn ogen over zou moeten gaan. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat je met die enorme waslijst aan punten de kern van de zaak ontwijkt.

    Maar misschien ligt het aan mij, en kunnen heel veel andere lezers van alle bomen in dit verhaal wel een bos maken.

  8. 8

    Over de VVD: de VVD schuift helemaal niet a-politiek met budgetten. Ze laten ook helemaal niet het economische denken voorop staan. De VVD is nu toch wel redelijk duidelijk in alles behalve openlijke woorden: ze gaan voor verrijking van de eigen klasse: de topinkomens, de bureaucraten, de adviseurs, de managers, de aandeelhouders… ten koste van iedereen die dat niet is. Zij maken die keuzes ook als de totale economische winst er vrijwel niet is, of als de verwachte extra regels alleen maar meer chaos en problemen veroorzaken. Neem bijvoorbeeld het overhevelen van de budgetten naar de gemeenten: dat doen ze terwijl ze tegelijkertijd nadrukkelijk de ruimte van de gemeenten om werkelijk eigen keuzes te maken in te perken (vooral, heel toevallig, als die keuzes gaan om het invullen van inkomen of zorg.) Daarin tonen ze zich wat dat betreft door en door ideologisch.

    (Behalve Rutte dan misschien, want ik had het gevoel dat de momenten waar hij het echt voor deed toch de glory-momenten waren waar hij op de bel van de beurs kon hameren of een ritje in die sportwagen kon maken. Op enige inhoud heb ik hem niet kunnen betrappen en wellicht dat hij zijn ‘geen visie’ dus gedeeltelijk meende. Maar dat geldt zeker niet voor de VVD als geheel – daar zit een behoorlijke ideologie achter en dat is niet meer het oospronkelijke liberale verhaal van gewaarborgde grondrechten voor iedereen, goede rechtsgelijkheid, het remmen van onverdiend inkomen en het bieden van kansen aan iedereen die er hard voor werkt.)

    Om dan terug te gaan naar ‘wat heeft de VVD om trots op te zijn’: heel wat als je het bekijkt vanuit een ideologische doel om het sociale stelsel af te breken. Ze hebben in vrij korte tijd enorm veel schade aangericht op allerlei plekken: de mensen die ziek zijn of hun werk verliezen voelen dat verschil overduidelijk. Het echte probleem is dat teveel mensen verwachten dat de huidige VVD op een of andere manier nog verbonden is aan de redelijkere idealen van een tijd terug.

    (De PvdA daarentegen… die heeft niets om trots op te zijn. Die verdienen alleen maar hoon.)

  9. 9

    Misschien moet het democratisch tekort in nederland eerst worden opgelost?

    Het idee dat alles topdown door de boekhoudersbril bekeken en dichtgeregeld moet worden ( en dan nog het liefst vanuit de Eu zodat er nationaal geen verantwoordelijkheid behoeft te worden afgelegd) en dat men daarbij elke werkelijke zeggenschap van de burger vermeden moet worden is wellicht toch niet zo’n goed idee?