Indianen strijden voor lijfsbehoud

Guus Benkers: student Journalistiek aan de Fontys Hogeschool ging voor het uitwisselingsprogramma Beyond your World van Lokaalmondiaal naar het Amazonewoud in Brazilië waar hij een illegale houtzagerij bezocht. Fotograaf Leonard Fäustle maakte onderstaande foto.

De zandweg kronkelt door het groene landschap. Aan de rand van de uitgestrekte golvende weiden doemt het woeste Amazoneregenwoud op. Koeien grazen tussen de enkele beschermde bomen die er nog staan. Ooit waren deze weiden bedekt met oerwoud.

De pick-uptruck hobbelt voort. Hij wordt bestuurd door Ivaneide Cardozo, een vastberaden vrouw van vijftig jaar oud. Ze is op weg naar een houtzagerij, want ze vermoedt dat daar illegaal gekapt hout wordt verwerkt. Dit wil ze met eigen ogen zien. Dat is niet zonder gevaar, want houthakkers staan meestal vijandig tegenover pottenkijkers. Zeker wanneer de pottenkijker lid is van een indianenstam.

Ivaneide is namelijk getrouwd met Almir Suruí, het opperhoofd van de Suruí-indianen. Deze stam ondervindt de gevolgen van de illegale houtkap aan den lijve. “Federale agenten legaliseren illegaal hout,” zegt ze. “Ze geven kapvergunningen voor gebieden waar helemaal geen hout is om te kappen. Maar deze gebieden grenzen aan bijvoorbeeld een indianenreservaat waar wél veel goede bomen staan. De houthakkers steken dan de grens over, kappen stiekem die bomen en brengen ze naar hun eigen gebied. Daar krijgen ze een certificaat.”

Ook het reservaat van de Suruí wordt regelmatig bezocht door houthakkers die hun leefgebied steeds weer iets kleiner maken. Dit heeft al vele malen tot confrontaties geleid, sommigen zelfs met dodelijke afloop. Want de houthakkers laten zich niet zomaar dwarsbomen.

Als Ivaneide aankomt, is er net een nieuwe vrachtwagen met hout gelost. De zaagmachines draaien op volle toeren en verwerken in hoog tempo de grote stapels boomstammen op het terrein. Het valt haar meteen op dat op de meeste stammen de verplichte certificeringslabels ontbreken. “Voor deze bomen is dus geen kapvergunning afgegeven,” zegt ze zacht. “Waarschijnlijk komen ze uit een indianenreservaat.”

Om geen problemen te veroorzaken vertelt ze de eigenaar van de zagerij dat ze onderzoek doet naar ‘goede’ zaagfabrieken. En dat dit bedrijf haar is aanbevolen als zijnde zeer betrouwbaar. De eigenaar wil haar dan ook graag rondleiden. Toch doet hij niet veel moeite om te verbergen dat ook hier ‘fout’ hout ligt.

“Je moet illegale houtkap gewoon legaliseren,” vindt hij. “Op die manier verdient de overheid er door middel van belastingen ook nog wat aan. En stoppen doe je het toch niet.” Ivaneide kijkt ondertussen afkeurend naar een grote loods die uitpuilt met houten planken. De houthakker volgt haar blik. “De regering heeft bosaanplantprojecten,” haast hij zich te vertellen. “Wij doen dus eigenlijk aan een vorm van natuurbehoud. Boeren zijn de grootste bedreiging voor het regenwoud, want zij branden alles plat voor landbouwgrond en weiden voor hun vee. Wat wij kappen is maar een fractie van wat zij vernietigen.”

Ivaneide heeft genoeg gezien. Terwijl ze wegrijdt bij de houtzagerij komt er net een nieuwe karavaan van vrachtwagens met hout aan. Ze kijkt verbeten. “Mijn vermoedens waren juist. Dit hout komt allemaal uit indianenreservaten. Soms vraag ik me af waar het eindigt. Ik moet er niet aan denken dat er in het Amazonegebied geen bomen meer staan. Dat zou niet alleen het einde van onze stam betekenen, maar misschien ook wel van de hele mensheid. Het is dus niet alleen ons probleem, of dat van Brazilië. Het is een probleem van iedereen!”

Reacties zijn uitgeschakeld