De hoge prijs van armoede

ACHTERGROND - Zo’n 1,1 miljard mensen moeten rondkomen van een dollar of minder per dag. Gaan we die extreme armoede ooit de wereld uit helpen en wat is daar dan de beste manier voor?

“Wanneer er geen eten is, groeien de kinderen niet. Ze hebben geen energie om te spelen. Ze liggen daar maar omdat ze slechts zout en tortilla’s binnenkrijgen.” Victor Coj is vader van jonge kinderen, hij woont op het platteland van Guatemala. Samen met zijn gezin moet hij rondkomen van minder dan een dollar per dag. Als rijke westerling kun je je niet voorstellen hoe moeilijk dat is, maar door de documentaire Living on One Dollar krijg je een beetje een idee. Is er een manier om die de wereld uit te bannen?

De documentaire is gemaakt door de Amerikaanse studenten Chris Temple and Zach Ingrasci. Samen met twee vrienden reizen ze in hun zomervakantie naar het plattelandsdorpje Peña Blanca om daar 56 dagen te wonen en rond te komen van minder dan een dollar per dag. Door de armoede te ervaren en dorpelingen te interviewen over hun leven hopen ze beter begrip te krijgen van wat extreme armoede is en wat het met je doet.

Elke dag trekken ze een lootje uit een hoed, waarop staat wat hun budget is. Dat varieert van 0 tot 9 dollar per dag en simuleert het onregelmatige inkomen waar veel dagarbeiders in derdewereldlanden mee kampen. De jongens krijgen een microkrediet om een huis te huren en radijsjes te kunnen verbouwen. Van de mensen in het dorp leren ze welke levensmiddelen genoeg calorieën bevatten. Je lééft niet van een dollar per dag, maar je overleeft op een dollar per dag. En dat heeft een fysieke en geestelijke prijs.

De gemeenschap in Peña Blanca telt 300 inwoners die allen onder de armoedegrens leven. Hun verhalen zijn schrijnend. Chino is 12 en droomt ervan om profvoetballer worden. Hij is leergierig, maar zijn ouders hebben geen geld om hem naar school te sturen. In plaats daarvan werkt hij op het land. Rosa wil graag verpleegster worden, maar ook haar familie kon een opleiding niet betalen. Viktor was afhankelijk van dorpsgenoot Anthony toen zijn vrouw ernstig ziek werd en naar het ziekenhuis moest. Anthony is 24 en zijn vrouw 20, ze hebben 8 kinderen. Hij is de enige in de gemeenschap die een vaste baan heeft, daarmee kan hij net zijn familie onderhouden en af en toe dus bijspringen als anderen in de penarie zitten. Zijn vrijgevigheid is frappant. Hij nodigt Chris en Zach zelfs uit voor een feestmaal, wat een flinke aanslag moet zijn op het dagelijkse budget van Anthony en z’n gezin.

Machtsstructuren zitten in de weg

Deze verhalen zijn niet uniek voor Guatemala. Wereldwijd moeten zo’n 1.1 miljard mensen rondkomen van een dollar of minder per dag. Schoon water, genoeg eten en onderdak zijn allesbehalve vanzelfsprekend. Onderzoeker prof. dr. Erwin Bulte concentreert zich op Afrikaanse landen waar in het recente verleden conflicten geweest zijn. Hij bestudeert onder meer wat de invloed is van de kwaliteit van lokale overheden en ontwikkelingsprojecten op de economische ontwikkeling.

Hij legt uit dat lang niet overal de sociale vangnetten bestaan die Living on One Dollar toont. Wat hem betreft geeft de documentaire dan ook een te romantisch beeld van hoe mensen voor elkaar klaar staan. Het is ook zeker niet zo dat in die gemeenschappen iedereen er belang bij heeft dat de allerarmsten uit hun misère worden getrokken. In Sierra Leone en Liberia bijvoorbeeld, zorgt de nasleep van kolonisatie voor tweespalt. Afstammelingen van mensen die tot slaaf gemaakt waren, werken nog steeds tegen lage lonen voor landeigenaren. Er zijn allerlei structuren en zelfs instituties die deze machtsstructuren in stand houden.

Microkrediet?

Bulte vindt ook dat de documentaire te veel reclame maakt voor microkredieten. Verschillende inwoners van Peña Blanca zijn een onderneming begonnen met een klein startkapitaal van de Grameen Bank. De Grameen Bank is opgericht door de Bengalees Muhammad Yunus, die daar in 2006 zelfs de Nobelprijs voor Vrede voor kreeg. Toch blijkt uit de wetenschappelijke literatuur dat microkredieten eigenlijk geen bijdrage leveren aan het verminderen van chronische armoede. De rentes van particuliere instellingen zijn ontzettend hoog en soms moeten nieuwe leningen worden afgesloten om de microkredieten te kunnen aflossen. Grameen is voor een groot gedeelte afhankelijk van subsidies en dus geen rendabel model. In Zuid-Afrika kent men ook de keerzijde van microkredieten. Veel mensen spenderen dat geld aan de ‘verkeerde’ dingen, slechts een zeer klein percentage van microkrediet gaat naar de ondersteuning van inkomsten genererende micro-ondernemingen. Maar veel van de bedrijfjes die opgericht worden dragen niet bij aan duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding: aan tien mini-kruideniers op een paar vierkante meter heeft niemand wat.

Druppel op de gloeiende plaat?

Kleine beetjes geld uitdelen helpt dus niet op grote schaal, maar hoe zit het dan met al die miljarden ontwikkelingshulp van de afgelopen jaren? Bulte geeft aan dat er geen bewijzen zijn voor de effectiviteit van grote geldstromen, maar dat er op projectbasis wel veel goeds is gebeurd. Al plaatst hij ook daar een kanttekening bij: het is makkelijk om binnen korte tijd iets op de bouwen, maar hoe lang iets beklijft is de vraag. Culturen en machtsstructuren die al lang bestaan verander je niet in een half jaar. Als voorbeeld noemt hij een interventie in Vietnam, met een business-gedeelte dat de lokale mensen vaardigheden bijbracht en een ander gedeelte dat zich richtte op de verbeterde positie van vrouwen. Dat eerste was succesvol, het tweede niet.

De documentaire Living on One Dollar groeide uit tot een stichting. Je kunt geld doneren aan de inwoners van Peña Blanca en de bijdragen aan de andere projecten van Chris en Zach. Zij richten zich nu op het verbeteren van de situatie in Syrische vluchtelingenkampen. Een doekje om het bloeden te stelpen zou de pessimist kunnen denken. De optimist veert op bij het bericht dat Rosa dankzij de steun inmiddels afgestudeerd.

Wat zou Bulte doen met een zak geld die hij vrij mocht besteden? “Ik zou investeren in landbouw, op het platteland is de meeste kans voor verbetering.” Soms geven nieuwe onderzoeken op dit gebied ook opmerkelijke inzichten. In Ghana keek men hoe het proces van intensivering van de landbouw kon worden verbeterd. Het bleek dat verzekeringsprogramma’s beter werkten dan het geven van geld of het aanleren van technieken. De verschillende genoemde voorbeelden doen je eens temeer beseffen dat er geen eenduidige, en al helemaal geen gemakkelijke oplossing tegen armoede is.

Meer weten?

•Living on One Dollar staat in z’n geheel op YouTube.
The Looting Machine, een boek van Tom Burgis over hoe war lords, multinationals en smokkelaars Afrika beroven van zijn natuurlijke bronnen.
The Big Truck That Went By: How the World Came to Save Haiti and Left Behind a Disaster, een boek van Jonathan Katz over de mislukte hulpacties na de aardbeving in Haïti.

Dit artikel van Laura Mol verscheen eerder bij Studium Generale Utrecht.

  1. 1

    Ik mis het plusje om mijn waardering te uiten, derhalve +1

    Wel een hele kleine kanttekening bij het verder goed gebalanceerde stuk. Grameen is voor een groot gedeelte afhankelijk van subsidies en dus geen rendabel model. Dat lijkt me negatieve framing, want vrijwel overal ter wereld vind er overdracht van kapitaal/geld plaats naar minder-bedeelden (in de vorm van bv uitkeringen in de westerse wereld) en noemen we dat geen “subsidies”.

  2. 2

    In Sierra Leone en Liberia bijvoorbeeld, zorgt de nasleep van kolonisatie voor tweespalt. Afstammelingen van mensen die tot slaaf gemaakt waren, werken nog steeds tegen lage lonen voor landeigenaren. Er zijn allerlei structuren en zelfs instituties die deze machtsstructuren in stand houden.

    Dat is een interessante benadering, die je zelfs tot in NL terug ziet. Eigenlijk heet het gewenning. Maar ook ‘werk’ gaat boven eigen belang en eventueel hoger loon. Je moet immers blij zijn dat je werk heb, en op je brood kan kauwen waar je zelf hard voor heb gewerkt.

    In NL worden de ‘werkende armen’ totaal vergeten. Er zijn geen cijfers over beschikbaar, gemeenten doen er dan maar niets aan, want ja, bezuinigingen uit Den Haag, dan maar geen extra geld voor de werkende armen. Want de uitkeringstrekkers krijgen vrijwel automatisch verschillende toeslagen, kwijtscheldingen en andere financiële ondersteuning. Dat is bij de werkenden armen anders.