Het Theater, De IJdeltuit en De Waarheid

[Context: dit is een grove, absurdistische, satirische vertekening
van mijn eigen standpunt die op geen enkele manier recht doet aan het
stuk van Rijxman. Voor mijn veel genuanceerdere mening over dit
onderwerp zie hier.]
Vrijdagavond was ik bij de voorstelling “Wat is het nu” een directe aanklacht van de actrice Lineke Rijxman tegen de kunstbezuinigingen van dit kabinet. Het stuk heeft lyrische recensies gekregen. In de solo-voorstelling laveerde Rijxman tussen haar eigen persoonlijke ontwikkeling, de discussie tussen volk en elite over het belang van kunst, en de vraag wat waarheid is. De persoonlijke manier waarop de vraag over het nut van kunst gesteld werd irriteert en ergert.

Waarom zouden we kunst eigenlijk subsidieren? Waarom moet iedereen mee betalen aan de dure hobby’s van sommigen? De zaak wordt er niet beter op als theater gepresenteerd wordt als een obsessie van een podiumdier dat niets anders kan dan het toneel op gaan. Die vervolgens haar ergenis over het onbegrip van het volk en de politiek moet uithuilen bij een handvol designerbrildragende VPRO-kijkers met een NRC-abonnement in de kleine zaal van het theater. Hiermee wordt het probleem van kunstsubsidie alleen maar groter: waarom moet de gemeenschap betalen voor een therapeutische uithuilsessie van een actrice die zich zorgen maakt over haar eigen baan? Een ijdeltuit die niet kan zonder een publiek dat alleen maar komt als het niet te duur is.

Ik zie u denken kunst moet toch juist irriteren en ergeren. En bijdragen aan een discussie. Want kunst dat gaat altijd ergens over. En daar moet de gemeenschap aan bijdragen. Maar waarom hoeft de maatschappelijke bijdrage die opiniepagina’s van kranten leveren niet die gesubsidieerd te worden? U zegt dat redt het ook wel zonder subsidie. Als je nu subsidie weghaalt bij de kunsten leidt dat een grote kaalslag. Die brand in duinen bij Bergen is er niets bij. Kunstsubsidie is net kunstmest, een mooie Rijxman-roos dat redt het niet op de vrije markt want het is niet makkelijk te begrijpen. Daarom is het een goed idee om meer in kunstonderwijs te investeren, zodat we niet nog een generatie a-culturele barbaren zoals Simon Otjes op de wereld brengen. Want God, God, God als het acteerwerk van Rijxman je denken niet verdiept, dan is je leven toch wel heel zinloos. Ik blijf twijfelen over het nut en de noodzaak van kunstsubsidies, daar heeft dit toneelstuk weinig aan gedaan.

Iemand die niet twijfelt over kunstsubsidies is Halbe Zijlstra. Dwars door dit gesubsidieerde cultuurlandschap rijdt Halbe Zijlstra 130 met een bulldozer. Geen grijntje twijfel bij hem: we moeten de broekriem aanhalen, en daarom moeten we niet meer betalen voor lege zalen. Er zit een flinke dosis smalend, rancuneus anti-intellectualisme in -overgewaaid uit Amerika op de vleugels van Martin Bosma maar het is moeilijk te weerleggen.

En wat doen de acteurs hier tegen? Overtuigen zou voor hen tweede natuur moeten zijn. Maar ze kunnen alleen maar klagen dat het zo lastig is om in een soundbite uit te leggen waarom kunst dan wel zo waardevol is. Als je wel een zaal kan overtuigen dat je vader dirigent was en dat je zelf geboren bent bij zijn eerste optreden, in de artiestenfoyer op de bontjas van je moeder, waarom kan je dan niet een zaal overtuigen dat kunst zo waardevol is dat je er niet op mag bezuinigen?

Het lijkt alsof kunst niet begrijpbaar mag zijn. De kunst bevindt zich in een complex spanningsveld: aan de ene kant bestaat kunst dankzij het pretentieuze, het onbegrijpelijke, het gecompliceerde, het meerlagige. Aan de andere kant is het die onbegrijpelijkheid die kunst politiek nu onhoudbaar maakt. Als de kunst zich begrijpelijk maakt, dan verliest ze haar distinctive character, als de kunst onbegrijpelijk blijft dan verliest ze haar subsidie.

Als dit u mateloos irriteert of ergert, als u dit een samenraapsel vindt van halve waarheden en grove leugens, als u onmiddelijk aan tegenaanval begint te typen, heb ik maar een antwoord: blijkbaar is dit dan ook kunst. Waar blijft mijn subsidie?
[cmon]

  1. 1

    Ik heb helemaal niets met de Martin Bosmas van Nederland en hun populistische razernij tegen de kunstsubsidies. Maar ik heb ook heel weinig met veel mensen die kunstsubsidies verdedigen alsof ze een must zijn voor het voortbestaan van de kunst.

    Ik heb een tijd lang rondgehangen in de wereld van de obscure bandjes en kleine poppodia. Daar gaat een hoop subsidie in om. Het zorgt voor een hoop ongeinspireerdheid. Tien betalende bezoekers voor een buitenlands bandje is geen uitzondering. Acht van die tien die alleen maar komen omdat het podium een soort stamkroeg is evenmin. Bands zijn wel altijd lovend over de kwaliteit van het eten in Nederland.

    Ik heb ook wel eens geholpen met het organiseren van concerten in Griekenland. Geen subsidie. Zaaltje huren, veel (mond of mond) reclame maken, bandleden op de vloer laten slapen en dan hopen dat er genoeg mensen komen om de vliegtickets terug te verdienen. Vaak wel. Soms niet – dan was het misschien geen goed idee om die band over te laten komen.

    Ik heb geen goed inzicht in de subsidies in andere kunstvormen en besef me dat bovenstaande anekdotes niet meer dan dat zijn, maar toch. Zijn de meeste kunstsubsidies echt nodig?

  2. 3

    De kwaliteit van sommige kunst staat los van de vraag of het gesubdsidieerd moet worden. Het onderwijs krijgt ook subsidie, ongeacht de kwaliteit ervan en of het publiek wel komt opdagen. Sterker nog, als er publiek is dat spijbelt wordt er subsidie extra gegegeven. Idem als de kwaliteit te wensen over laat.
    Geen goede vergelijking natuurlijk, maar ik dacht: laat ik ook eens een kunstje doen ;-)

    Of kunst ook opiniërend, opvoedend of vormend moet zijn? Mwah, ook dat doet er niet toe. Kunst kan ook gewoon zichzelf zijn. Is het dan van waarde voor de maatschappij? Natuurlijk wel. Los van de werkgelegenheid van kunstenmakers, tentoonstelingsbouwers, horecawerknemers, drukkerijen, suppoosten, VVV-buro’s en schoonmakers, danken hele hordes ministers, wethouders en ambtenaren er hun bezuinigend bestaan aan. Die laatste groep subsidiëren we ook en is soms even onbegrijpelijk als sommige kunst en levert evenveel ergernis op als een mislukte theatervoorstelling.

    Laten we verder niet vergeten dat kunst niet zomaar voor subsidie in aanmerking komt. Op de manier zoals reacteur Martijn hierboven de zelfwerkzaamheid van het Griekse popcircuit schetste, zijn hier veel kunstenaars bezig hun ding te doen.

    Tot slot: moeten kunstenaars in één soundbyte uit kunnen leggen waarom ze bestaansrecht hebben? Zou mooi zijn, maar dat is hun werk niet. Daar heb je marketing- en reclamelieden voor. Ieder zijn vak. Helaas ontbreekt het geld om die in te huren.

    Terzijde: Joop van den Ende wil staatssteun om de kunstensector te redden. Een investering van 100 miljoen die de schatkist 650 miljoen zal opleveren, zoals ik hier schreef. Dat dan maar doen?

  3. 4

    “Aan de andere kant is het die onbegrijpelijkheid die kunst politiek nu onhoudbaar maakt.”

    Nou, ik dacht dat het meer om begrotingsproblemen ging, eigenlijk. Maar deze benadering is wel heel riskant. Wat begrepen wordt kan subsidie krijgen, iets onbegrijpelijks niet? Hier wordt de kunst zelf, de inhoud, afhankelijk gemaakt van steun. Dat kan niet anders dan tot staatskunst leiden (zie bv. de praktijk in de vroegere Oostblok-landen). Politiek moet zich niet bemoeien met de al dan niet begrijpelijkheid van kunst. Publieksbereik mag best een van de criteria zijn, maar als we geen (financiële)ruimte geven aan de vernieuwende, nu voor velen wellicht nog onbegrijpelijke kunst, dan zullen we heel veel moois mislopen.

  4. 6

    Kunst is niet onbegrijpelijk. Misschien op het eerst gezicht, maar als je er twee weken (op zijn hoogst, voor de allermoeilijkste vormen) voor uittrekt, dan weet je precies hoe het in elkaar zit.

  5. 8

    “Begrijpelijk of niet, het blijft lastig te beargumenteren waarom het door de overheid gefinancierd moet worden.”

    Hangt af van de voorwaarden natuurlijk. In Nederland is er volgens mij geen zwembad winstgevend (misschien wel ergens eentje van centerparks o.i.d., maar de normale niet), toch worden die gesubsidieerd. Dat, voornamelijk, omdat we het belangijk vinden dat onze kinderen leren zwemmen. Dat houdt natuurlijk niet in dat in elk dorp wat een waterpoloteam wilt vormen een zwembad gesubsidieerd moet worden. Kunst moet ook iets toevoegen, het moet hoogwaardige kunst zijn, zoals de orkersten van de publieke omroep bijvoorbeeld.
    Het probleem van de kunstwereld is echter vaak dat journalisten wietverlsaafde, langharige slobbers uit Oost-Groningse dorpen en studentenzolders trekken die bedroevende troep produceren maar een kunstenaarsuitkeringen ontvingen. En helaas, daar zijn er ook best veel van. Maar bepaalde kunst moet wel gesubsidieerd blijven worden natuurlijk, al is het maar omdat velen ervan kunnen genieten.
    Mijn inziens is er dus iets teveel wildgroei ontstaan in het subsidieparadijs wat nederland geworden is. echter, om dan alles er maar met wortel en al uit te trekken is ook weer te extreem.

  6. 9

    Dat een kind moet leren zwemmen is een algemeen gedeeld standpunt. Dat is een kwestie van veiligheid, zelfredzaamheid en is sociaal gezien misschien wel een vereiste voor een kind. Voor kunst kan je dat niet zeggen. Er zijn grote groepen mensen die helemaal niets met kunst hebben en er is geen directe urgente noodzaak voor, tenminste niet zoals je dat bij zwemmen ziet. De ene situatie is de andere niet.

    “Maar bepaalde kunst moet wel gesubsidieerd blijven worden natuurlijk, al is het maar omdat velen ervan kunnen genieten.”

    Daar ben ik het gevoelsmatig wel mee eens, maar het is een beetje slappe hap en er wordt wel belastinggeld geïnd om het verzetje van de ander wat goedkoper te maken. En waarom zou de markt niet gewoon haar werk in deze sector kunnen doen? Zijn de kunsten zo onaantrekkelijk of intrinsiek inefficiënt dat het op zichzelf niet levensvatbaar is, en is dat dan misschien niet een signaal dat de sector een grote zeepbel is ten einde het vermaak van een beperkte groep liefhebbers?