Het Jiddische lied

In de komende weken presenteer ik op Sargasso een serie Jiddische liederen. Ik geef teksten met vertalingen, links naar filmpjes of geluidsopnamen en kort commentaar op de uitvoeringen. Ook zal ik iets zeggen over de teksten en melodieën. Van de ontelbaar vele Jiddische liederen die er zijn, kan ik hier maar een klein deel geven. Eerst een korte introductie, dan het liedje Rozjinkes mit mandeln.

Waarom een serie over het Jiddische lied?

Het Jiddische lied is de vocale kant van de klezmermuziek, die in heel Europa beoefend wordt. Populistische stromingen werpen muren op tussen de Europese landen, niet alleen economische maar ook culturele. Daarom wil ik juist in deze tijd aandacht besteden aan iets dat Europa niet verdeelt maar bindt.

Schoonheid van het Jiddische lied

Soms zijn Jiddische liederen niet meer dan liedjes, kort en simpel. Soms zijn ze nogal barok en hoor je een zeer degelijke muzikale vorming eraan af. Maar altijd weten ze te (mij althans) te ontroeren, er gaat warmte van uit.De teksten tonen ons het leven van de Oosteuropese JOden tot de Tweede Wereldoorlog, soms heel plastisch en zintuiglijk, soms vergeestelijkt in hun religiositeit; vaak ook geestig en satirisch. De melodieën zijn, met hun merkwaardige oosterse tonaliteit en hun mengeling van verdriet en vrolijk optimisme, de mooiste en interessantste die er (afgezien van sommige Gregoriaanse melodieën) bij mijn weten in Europa zijn ontstaan. In deze serie ga ik proberen, u hiervan te overtuigen.

Wat is het Jiddische lied?

Het Jiddische lied is het lied in de Jiddische taal, de taal van de Joden die vanaf de late middeleeuwen in Duitsland woonden en vanuit Duitsland ook naar de Balkan en Rusland trokken.

Wat is het Jiddisch?

Deze Joden kwamen naar Duitsland vanuit het Midden-Oosten en als hun oorspronkelijke taal brachten ze vooral het Hebreeuws mee. Dit Hebreeuws werd in ere gehouden in hun godsdienst, als de heilige taal van hun voorvaderen. In hun dagelijks leven namen ze het Duits van hun nieuwe omgeving over, maar ze doorspekten het met woorden uit het Hebreeuws en het Aramees, een andere taal uit het Midden-Oosten. De klanken van dit Jiddisch (d.w.z. van dit Joodse Duits) werden weergegeven in het Hebreeuwse schrift dat hun vertrouwd was. Het Jiddisch is dus het Duits van de late middeleeuwen, overgenomen door geïmmigreerde Joden, die er een oosters stempel op hebben gezet. Ik zeg erbij dat er, doordat niet al deze Joden direct in Duitsland terechtkwamen, ook invloeden zijn uit andere talen dan die ik hier genoemd heb, bij voorbeeld het Frans.

Eigen ontwikkeling van het Jiddisch

Doordat de Joden in dit gebied een geïsoleerd en gediscrimineerd volk waren, leefden zij in besloten, naar binnen gekeerde gemeenschappen. Daardoor is het Jiddisch niet meegegroeid met het Duits dat door de niet-Joden werd gesproken. Het heeft zich zelfstandig ontwikkeld tot een aparte taal. Als je Duits kent, kun je veel woorden herkennen, maar veel moet je ook opzoeken. Op het internet kunt u o.a. terecht bij het, weliswaar onvolledige yiddishdictionaryonline. Hebt u daar niet genoeg aan, dan hebt u een papieren woordenboek nodig. De website van de Stichting Jiddisj geeft u daarvoor wat mogelijkheden.

Mondelinge overlevering van liederen

Lang niet alle Jiddische liederen zijn opgeschreven. Het Jiddische lied is heel lang voornamelijk mondeling overgeleverd en nog steeds is men, nu het nog kan, bezig deze traditie in geluidsopnames vast te leggen. Zie hiervoor de prachtige weblog Yiddish Song of the Week.

Deze mondelinge overlevering heeft tot gevolg dat er van één lied meerdere versies zijn, en dat de auteurs en de ontstaansdatum vaak onbekend zijn. Van de liederen waar we ontstaansdatum of auteur wel van weten, is een groot deel pas ontstaan in of na de negentiende eeuw.

Het Jiddische lied nu

Sinds de Tweede Wereldoorlog bestaan de Joodse dorpen en stadswijken niet meer waarin de Jiddische cultuur gebloeid heeft. Het Jiddisch wordt vooral nog gesproken in de V.S. en Israël, de belangrijkste Joodse toevluchtsoorden in en na de Tweede Wereldoorlog. Voor velen is het Jiddisch spreken en schrijven een hobby, een kwestie van piëteit of een hartstocht, voor weinigen is het een directe praktische noodzaak. De beoefening van het Jiddische lied is dan ook niet alleen een verrijking en een genot, maar ook een eerbewijs aan een taal, een kunst, een volk dat vroeger bloeide in een groot deel van Europa en nu niet meer.

Rozjinkes mit mandeln

Dit is een liedje dat vaak zelfstandig wordt gezongen, maar het komt uit de musical Sjoelamit (1880) van Abraham Goldfaden (1840-1908).  De musical speelt in het oude Jeruzalem en in dit liedje voorspelt de heldin aan haar kindje Juda, dat het handelaar wordt in rozijntjes met amandelen.

Het kindje Juda staat in deze musical symbool voor het Joodse volk, dat in de Middeleeuwen door de Europese kerkelijke en wereldlijke overheden zou worden gedwongen om zich te beperken tot de handel. Dat er door Joodse handen geld gaat, is een belangrijk motief voor het antisemitisme. Een wreed aspect van de Joodse geschiedenis wordt hier verbeeld in een lieflijk wiegeliedje.

In dem bejs-hamikdosj,
in a winkel chejder

zitst di almone bas Tsion alejn.
Ir ben jochidl Jidele wigt zi kesejder
oen zingt im tsoem sjlofn a lidele sjejn:
“Oenter Jideles wigele
zitst a klor wajs tsigele.
Dos tsigele iz geforn handlen,
dos wet zajn dajn beroef,
rozjinkes mit mandlen,
sjlof zje, Jidele, sjlof.”
In de Tempel,
in een rustig hoekje,
zit de weduwe, de dochter van Zion alleen.
Haar zoontje Juda wiegt ze voortdurend
en ze zingt een mooi slaapliedje voor hem:
“Onder het wiegje van Juda
zit een helderwit geitje,
het geitje is handel gaan drijven,
dat zal jouw beroep zijn,
rozijntjes met amandelen,
slaap, Juda’tje, slaap.”
Rozjinkes mit mandeln is een heel populair lied en er zijn vele uitvoeringen van op het Internet te vinden. Ik noem enkele mooie en interessante:

Alberstein is voortreffelijk: gevoelig zonder sentimentaliteit en zeer ritmisch, wat juist in een wiegelied belangrijk is. In plaats van het gebruikelijke ene couplet zingt ze er twee (helaas niet te embedden): Netania Davrath

Wat een stem! Ieder gepraat van commentatoren wordt belachelijk zodra je haar hoort zingen, dus ik doe er het zwijgen toe.

Een uitvoering in Letland. Er doet een Engelse vertaling van Rozjinkes de ronde waarin van handeldrijven geen sprake is, maar waarin het geitje naar de markt zal gaan om voor het kind rozijntjes met amandelen te kopen. De angel is er dan uit. Limor Shapira geeft haar publiek deze vertaling in haar inleidend praatje, voordat ze de hierboven afgedrukte Jiddische tekst gaat zingen. Ze kijkt het publiek lief aan. Ook door de instrumentale begeleiding  waarmee ze haar stem laat omgeven  is Shapira een goede vertegenwoordiger van de zoetere en geliktere stijl in de klezmermuziek.

Sveta Kundish met Roman Grinberg’s Jerusalem Market op het Klezmore Festival in Wenen, 2009. Een jazzy begeleiding. Er is een opvallend contrast met de musical-achtige sfeer van de opname van Limor Shapira. Hier worden nieuwe muzikale wegen bewandeld. Er wordt intussen niet minder recht gedaan aan het karakter van het wiegelied.