Henrik Langedam, bruggenbouwer

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Dit kunnen stukjes zijn die we (uiteraard met toestemming) overnemen van andere weblogs. Hieronder een stuk van Jaap, dat eerder verscheen op zijn eigen weblog.

Caïro, van onze verslaggever.

Afgelopen week stonden de Egyptische kranten weer bol van wat zij betitelden als ‘de zoveelste aanval op de islamitische identiteit’. Aanleiding vormde een cassettebandje dat De Broederschap in handen was gespeeld en waarop we de Nederlandse hoogleraar ‘sociale cohesie en broederschap’ – Henrik Langedam ? horen spreken over de gelijkheid tussen man en vrouw. Althans, zo beweert de hoofdredacteur van Dar al-Taqiyya, het lijfblad van de Broederschap.

Henrik Langedam (46) kennen wij hier als een innemende persoonlijkheid en een begenadigd spreker maar bovenal, als een geleerde die zich ook in de Arabische wereld verstaanbaar weet te maken. Zelf ziet hij zich als bruggenbouwer tussen ‘twee culturen met een tastbare overlap’. Gekneed en gevormd door de Verlichtingsgedachte acht Langedam de Mohammedaanse openbaringsleer op een aantal punten niet in strijd met de beginselen van Verlichting en seculariteit. Daarom wil hij zich met de Egyptische overheid inzetten om de verlichtingsfobie, die in de Arabische wereld steeds ernstiger vormen aanneemt, een halt toe te roepen.

De aanslagen uit 2001, waarbij extremisten van het Voltairisch Genootschap vier gestolen kamelen tot ontploffing brachten in de Al-Aqsa moskee, dreunen in de Arabische wereld nog altijd na. Net als de vele gewelddadige aanslagen in de jaren daarna waarbij de brute moord op de omstreden cineast Teov Angogh het dieptepunt vormde. Deze aanslag en de ongeregeldheden die daarop volgden deden de universiteit van Caïro besluiten een leerstoel ‘sociale cohesie en broederschap’ in te stellen. Een leerstoel die tot op de dag van vandaag wordt bezet door de Nederlandse hoogleraar.

Toch is Langedam in de Arabische wereld niet onomstreden. Veel Egyptenaren zien in hem een bedreiging van de islamitische cultuur en verwijten hem met dubbele tong te spreken. Zo zou hij in zijn Arabische lezingen de door Allah ingestelde kosmische orde onderschrijven, maar verklaart hij in het bijzijn van Europeanen dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Daarnaast heeft hij, zo luidt de beschuldiging, nooit afstand genomen van de radicale denkbeelden van zijn grootvader die voorstander was van het homohuwelijk, die geen bezwaar had tegen het afbeelden van levende wezens en zelfs gemengd zwemmen niet als zonde wilde bestempelen.

“Onzin,” noemt Langedam deze beschuldigingen zelf. “Ik heb in het verleden meermalen aangegeven hoe ik hier tegenover sta. Laten we daarbij niet vergeten dat mijn grootvader zijn uitspraken bijna vijftig jaar geleden deed. Het is niet alsof de wereld sindsdien heeft stilgestaan.” De hoogleraar windt zich zichtbaar op als de jongste beschuldigingen ter sprake komen. “Die uitspraken heb ik tien jaar geleden gedaan,” zegt Langedam. “Bovendien zijn ze in het artikel volkomen uit hun context gelicht en slecht vertaald.” Tot die conclusie is inmiddels ook de gemeenteraad van Caïro gekomen.

In een gemeenschappelijke verklaring lieten gemeente en Langedam weten dat wat hen betreft de krant zich schuldig heeft gemaakt aan ‘onjuiste, onvolledige en tendentieuze berichtgeving’ en dat de gemeenteraad niet meedoet aan deze ‘stemmingmakerij’. De wethouder liet zich zelfs ontvallen verlichtingsfobie als een volksziekte te beschouwen waartegen landelijk ingeënt zou moeten worden. Langedam zei in zijn verdediging dat ‘het aanwakkeren van angstgevoelens jegens verlichtingsidealen een strategie is van partijen zonder toegevoegde sociale waarde’. De toegestroomde pers kreeg tenslotte te horen dat de gemeente Langedams dienstverband met twee jaar zal verlengen.

Na afloop van de persconferentie spraken wij nog even off the record met de hoogleraar. Over zijn ideeën, over de huidige situatie en over de weg die hij voor zich ziet. “Kijk,” begint Langedam, “toen de eerste lichting Westerse immigranten hier in de zestiger jaren aankwam was er niets geregeld en konden zij feitelijk geen kant op. Er waren geen vrijdenkersruimten, varkensvlees was nergens te koop en op atheïsme stond de doodstraf. Het is vooral de ‘daadkracht’ van de tweede generatie immigranten geweest die wereldwijd het proces van acceptatie in een stroomversnelling heeft gebracht. Het feit dat hierbij soms slachtoffers vielen en dat in een aantal gevallen aanzienlijke materiële schade werd aangericht is betreurenswaardig maar zal uiteindelijk slechts een rimpeling in de vijver van de geschiedenis blijken.”

Langedam toont zich verheugd over het feit dat Europese regeringen nog steeds bereid zijn grote sommen geld beschikbaar te stellen voor het beschermen van wat hij noemt ‘de verlichtingsidentiteit in den vreemde’. “Het gevaar is namelijk levensgroot aanwezig dat na een paar generaties assimilatie optreedt en de Europese cultuur uit Noord-Afrika verdwijnt,” aldus de professor, die verder benadrukt dat deze cultuur altijd in Noord-Afrika aanwezig is geweest en dat assimilatie daarom gezien moet worden als een misdaad tegen de menselijkheid.

Maar zover zal het niet komen stelt hij ons gerust. Nu de OIC (Organisation of the Islamic Council) besloten heeft dat de zakat, islamitische liefdadigheidsbelasting, nagenoeg volledig besteed zal worden aan integratieprojecten en ook de VN (haar zusterorganisatie), heeft toegezegd dat alles in het werk gesteld zal worden om verlichtingsidealisten en atheïsten een veilig thuis in de Arabische wereld te bieden, ligt er een stevig fundament. Als ‘bewijs’ hiervoor citeert Langedam de Egyptische Minister van Integratie die naar eigen zeggen niet uitsluit dat in de toekomst sprake zal zijn van een islamitische verlichtingstraditie.

“Toch is het zaak scherp te blijven,” besluit Langedam zijn betoog. “Incidenten zoals deze kunnen de boel op scherp zetten. Laten we niet vergeten dat vertrouwen bij het gemene volk soms ver te zoeken is. Het is de angst voor verandering. Zij kunnen zich niets voorstellen bij gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Het is een ethiek die hen vreemd is. Weliswaar omvat hun Leer zowel het geestelijke als het wereldlijke, maar de ethiek van het menselijke ontbreekt. Het is juist op dit punt dat onze cultuur veel voor de islamitische wereld kan betekenen en daarom moeten we alert blijven; we moeten verhinderen dat tegenstanders zich toeleggen op het uitvergroten van randverschijnselen (zeg, dit komt toch niet in de krant hè?).”

En met een traditioneel ‘de vrijheid is met u en met uw geest’ neemt de hoogleraar afscheid en haast zich naar het volgende interview, uw verslaggever enigszins beduusd achterlatend aan een morsig tafeltje zomaar ergens in Neêrlands 13e provincie.

  1. 1

    Mooi stuk. Paar kanttekeningen:
    1. Een rimpel in de historische vijver? Was het Ottomaanse rijk ook zo’n rimpel? Achteraf gezien misschien wel. Dat rijk is ondergegaan. Maar het was geen rimpeltje.

    2. Omdat er een geschiedenis lang, in zoveel landen (en niet alleen islamitische!) dit soort schrijverij heel vervelende reacties oplevert, heb ik het gevoel dat streven naar Verlichting vechten tegen de bierkaai is.

  2. 2

    AHA! Een echte, ouderwetse, onvervalste cultuurrelativist!

    Vervang Nederland/Egypte nu eens door Zuid-Afrika en Ramadan/Langedam nu eens door een Afrikaner met afkeer van zwart.

    Da’s pas relativeren, want dan houd je de kernzaken (tolerantie/intolerantie) hetzelfde, wat jij doet is niet relativeren, maar recht lullen wat krom is.