Gelijkheid en wonen

ANALYSE - Nederland heeft een redelijke gelijkheid als het over inkomens gaat, maar de vermogensongelijkheid is vergelijkbaar met die in de VS. Dat is typisch. Ik denk dat de hypotheekrente-aftrek en de sociale huur daarmee te maken hebben.

Het beleid ten aanzien van wonen is beleid in het sociaal domein. Het is belangrijk voor de positie die mensen ervaren op de ladder van sociale waardering en betekenisgeving. En daarmee voor de uitgangspositie die in de samenleving bepaalt of je meewind of tegenwind hebt. En inkomens en vermogensvorming hebben er alles mee te maken.

Volgens Edward de Bono kun je veranderen door een bestaande kuil uit te diepen, maar je kunt ook besluiten een nieuwe kuil te graven. Dat viel me in na lezing van Wonen 6.0, van een groep hooggeleerde Delftenaren, die ik hoog acht. Maar het rapport is toch vooral het graven in een al bestaande kuil.

Het stuk Wonen 6.0 verwijst naar Wonen 4.0, dat een compromis was van Aedes, NMB, de huurders en de Vereniging Eigen Huis. Wonen 4.0 had als een toekomstbeeld een geleidelijk einde aan de bemoeizucht van de overheid met het wonen, te bereiken in drie decennia. Dat was een nieuwe kuil.

In Wonen 6.0 is deze visie, wat je er ook van denkt, niet terug te vinden. De aanbevelingen lijken gericht op de Haagse bazen. Gemeentelijk woonbeleid lijkt niet te bestaan. Het huurbeleid, het beheer van woningen, het blijft Haags beleid en onmisbaar voor betaalbaarheid. Het is realisme dat het OTB, bij monde van de Delftse onderzoekers, zijn bestaansrecht ziet in het leveren van advies aan de Haagse vierkante kilometer rond het Binnenhof. Maar er lijkt me behoefte aan een nieuwe visie, in verbinding met de discussie over gelijkheid en fiscaliteit.

Gelijkheid en ongelijkheid

Nederland heeft in inkomens een redelijke gelijkheid: de Gini-coëfficient is beneden gemiddeld, zo analyseerde de WRR in 2010. Sindsdien is die ongelijkheid in inkomens wel wat gestegen, maar voor de vermogens is de ongelijkheid in ons land vergelijkbaar met die van de Verenigde Staten. De rijkste 10% bezit hier 61% van het vermogen, de armste 10% slechts 1%. Het beeld is onlangs in de NRC van 11-10-14 geanalyseerd en geïllustreerd. De bijlage heette ‘Ongelijkheid in Nederland’.

Zou het te maken hebben met ons beleid met betrekking tot wonen? De sociale huur zou dan hebben gezorgd voor inkomensgelijkheid, met huurprijsbeleid, huurbescherming en huurtoeslag als beleidsinstrumenten. Het beleid met betrekking tot het eigenwoningbezit zou dan tot vermogensvorming hebben geleid, met het fiscale beleid, voornamelijk de hypotheekrenteaftrek, als beleidsinstrument.

Macro-economisch betekent deze stand der dingen veel: bijvoorbeeld dat Nederland mondiaal koploper is in de schuld per huishouden. Dat moet wel in hoge mate een gevolg zijn van de subsidiëring die Nederland verstrekt op schuld, door de HRA. Huurders bouwen daarentegen geen vermogen op, want na vijftig jaar huren zijn ze geen eigenaar geworden, maar is de woningcorporatie eigenaar van het huis. (We rekenen met een exploitatie van vijftig jaar.)

Maar indirect zijn de huurwoningen van de corporaties toch een beetje van iedereen? Zo kun je het zien, maar of je daarmee het particuliere schuldvolume mag wegrelativeren is nog maar de vraag. De Nederlandsche Bank waarschuwt al decennia tegen de koploperspositie die ons land inneemt op het lijstje van landen met hoge hypotheekschulden.

Het huidige woonbeleid

Hoe doordacht is de kritiek op het huidige woonbeleid? Ik word niet warm van de ‘hervormingen’ van Blok en het woonakkoord.
Mooi is dat de hypotheekrente aftrek nu heel voorzichtig wordt afgebouwd. Daar is jaren strijd voor geleverd, het H-woord was decennia lang onuitspreekbaar in het formatiecircus.

Maar ook de sociale huursector staat onder druk, door de opvatting dat 2,4 miljoen sociale huurwoningen te veel is en door de gedachte dat de verhuurdersheffing de corporaties stimuleert wat zuiniger te worden. Het geleuter over de doelgroep neemt niet weg dat de betalingsproblemen in de huursector groeien. Afdracht van twee maanden huurinkomsten als belasting aan het Rijk stopt de bewegingsvrijheid van de woningcorporaties geheel.

Dezer dagen verschijnt het eindrapport van de parlementaire enquête woningcorporaties. Dezer dagen ook komt Thomas Piketty, de econoom van de ongelijkheid, op bezoek in het parlement. Die feiten combineer ik: ‘De sociale huursector moet kleiner en het toezicht moet beter,’ zal de enquêtecommissie zeggen. Dat zal een anti-egalitair effect hebben. En die vergroting van de ongelijkheid zal verder strekkend zijn dan alleen inkomen van burgers, maar ook de spreiding van inkomensgroepen en marktprocessen in steden en dorpen raken.

De marktinformatie laat zien dat de betaalbaarheidsproblemen in de sociale huursector toenemen. Piketty zal met alle egards worden ontvangen en met rode oren worden aangehoord, terwijl hij het omgekeerde van de enquête zal bepleiten: meer gelijkheid van vermogens en inkomens.

Met prutsen, zoals in de Novelle van Blok, met nieuw ambtelijk toezicht, met het onderscheid DAEB en niet-DAEB zullen we het niet redden. Maar ook een zelfstandige woonautoriteit zal niet veel van betekenis veranderen.

Ingewikkeld bestuur

Bestuurlijke interventies falen, omdat zij naar hun wezen niet liberaal zijn: wel naar doelstelling, want minder ambtenaren wil elke regering wel graag, alleen blijken er na enige tijd steeds meer te zijn. Goed bestuur vraagt een vorm van werken die past bij het eeuwenoude subsidiariteitsbeginsel. Het houdt in dat de arme Blok had moeten nadenken over verhoudingen en krachten rond het sociale woningbezit, waardoor hij geen bestuurlijke interventies vanuit Den Haag meer nodig had. Als je wilt decentraliseren, doe het dan echt.

Woningcorporaties blijven niet uit de moeilijkheden als ambtenaren met voorschriften in de hand komen controleren. Dat lukte niet, dat krijgen accountants niet voor elkaar, dat gaat weer fout. Het idee was destijds dat decentralisatie de prikkels zou geven om een lokaal huisvestingsproces vorm te geven en de moeite waard te maken. Dat hebben we door te veel centralisme en Haagse bazigheid verknoeid.

Met onderwijs is het niet anders: ook hier is een rijksbureaucratie bezig om lokale processen aan te sturen tot in details. Waarom denkt OCW de kwaliteit van het onderwijs te kunnen sturen vanuit een Haagse kantoortoren? Dat doe je door belanghebbenden te organiseren en te stimuleren.

Met een paar oude profeten zou je dit een pleidooi voor ‘spontane veldcontrole’ kunnen noemen: geef minimale impulsen, regel verhoudingen tussen belanghebbenden, normeer kwaliteiten van opereren, maar laat de rest lokaal.

Gemeenten snik?

In Den Haag hebben ze geen zin aan serieus denken over decentralisatie: de minister is ‘systeemverantwoordelijk’ en moet elke vraag van een parlementariër kunnen beantwoorden. Dat is natuurlijk onzin, maar zo houdt de Haagse bureaucratie bestaansrecht.

Belangrijker nog: de gemeenten en provincies zijn natuurlijk niet goed snik, want ‘wij in Den Haag hebben het beste zicht en grip op het beleid’. Tja, zou het waar zijn? Zou het ook gelden voor het inzicht in het bestaan van gewone mensen, die object zijn van beleid? Ik zie de aktetassen der departementen weer naar huis marcheren om 17:00 uur, zodat ze na een goede maaltijd de avond tennissend tegen elkaar konden doorbrengen. Ik ging in rokerige zaaltjes vergaderen over het heil der mensen, soms ook met hen.

Het sociaal domein wordt nu in hoge mate aan gemeenten overgedragen. In die overdracht zit veel dubbelzinnigs: veel normen en eisen, weinig middelen die beïnvloedbaar zijn, weinig echte autonomie. Maar het is meer dan in jaren aan decentralisatie is vertoond.

In het Haagse discours is nu een belastingherziening troef; laten we die decentralisatie en de motieven voor herziening van het belastingstelsel eens met elkaar verbinden. Het woonbeleid zou in die verbinding een ‘brug’ kunnen zijn. (Weet u nog, ‘bruggen slaan’?)

De vraag naar de behoefte aan woonruimte, de vraag naar prijzen van woonruimte, de effecten op inkomens en vermogens, de lokale dimensies zijn niet te ontkennen. Dat vertellen we elkaar al jaren. De onderzoeken laten zien dat de markten lokaal sterk verschillend zijn, dus decentralisatie is verstandig. Dus laten we stoppen prijzen van woonruimte in Den Haag te bepalen. Die visie, of een andere, ontbreekt een beetje in Wonen 6.0.

  1. 1

    De rijkste 10% bezit hier 61% van het vermogen, de armste 10% slechts 1%. Het beeld is onlangs in de NRC van 11-10-14 geanalyseerd en geïllustreerd. De bijlage heette ‘Ongelijkheid in Nederland’.
    Zou het te maken hebben met ons beleid met betrekking tot wonen?

    Het lijkt me volkomen onzin, die hypothese. Bv uit de quote500 van vorig jaar:

    Dankzij goed ondernemerschap en een gunstige beurskoers is het gezamenlijk vermogen van Hollands rijksten in 2013 weer omhooggegaan. In totaal mochten de leden van ons befaamde rijkenlijstje zo’n €7 miljard meer op hun rekening bijschrijven dan vorig jaar.

    7 miljard meer. Bij de 500 rijksten. Dat heeft niets meer met HRA te maken (dat is gewoon een leuk extraatje… gewoon om de rest te fucken) – maar komt dus grotendeels uit speculatie op de beurs, en overname-goocheltrucs.

    Er valt van alles aan te merken op de HRA (want ja, denivellerend is het overduidelijk wel – hoe hoger het inkomen hoe groter het voordeel, en nog eens extra als je toegang hebt tot dure huizen en interessante financiele constructies) maar de hoofdoorzaak van de vermogensconcentratie is het natuurlijk niet.

  2. 2

    Gloeiend oneens met Van Doormaal, wiens aap na een ondoorgrondelijke uiteenzetting uit de mouw komt: “Dus laten we stoppen prijzen van woonruimte in Den Haag te bepalen”.

    Inflatievolgende huren – op een niveau van niet meer dan circa een kwart van het inkomen – in de sociale woningbouw was (en zou opnieuw zijn) de enige manier om grootschalige armoede en segregatie te voorkomen. Deze regering heeft, met goedvinden van de PvdA, dit systeem al in slow motion de nek om gedraaid met huurstijgingen boven de inflatie ook voor de laagste inkomens (de huursubsidie compenseert dit maar ten dele, wat veel mensen niet weten).

    Een schrikbarende versnelling dreigt via de ‘huursombenadering’ die nu een jaartje is uitgesteld: als die wordt ingevoerd, mogen verhuurders de huur van bepaalde contingenten van hun bestand nog veel méér laten stijgen. De huren in relatief gewilde buurten zullen dan in no time tot de liberalisatiegrens (nu circa 700 euro) worden opgehoogd, ook voor zittende huurders. Dit gaat honderdduizenden, zo niet een miljoen of meer huurders duizenden euro’s per jaar meer woonlasten opleveren. Ze zullen moeten oprotten naar haveloze flats of krimpgebieden in de rafelrand van Nederland. Daar slopen de corporaties trouwens moedwillig woningen om de schaarste maar in stand te houden.

    De groep die het net kan trekken, zal daarom door dit mes op de keel kiezen voor de iets minder nadelig uitvallende koop. Dat is precies de bedoeling: de vastgoedmaffia moet worden bediend, de huizenprijzen dienen koste wat kost weer te stijgen. De huurder wordt geslachtofferd op het offer-‘Blok’ van de God van het op schulden gebaseerde eigen woningbezit – een systeem dat trouwens alleen niet instort als de lonen voldoende op peil blijven, wat zeer de vraag is. Een grote groep huurders is echter te arm of te oud om te kunnen kopen. Bedenk dat nu al circa 2,5 miljoen mensen nog maar met moeite rond kunnen komen. Voor hen doemt een bestaan op in schrijnende armoede, met steeds meer huisuitzettingen.

    Alleen massale protestacties van huurders, om druk op de PvdA uit te oefenen, kunnen dit onheil misschien nog voor een deel afwenden. Helaas is de Woonbond (met bovengenoemd plan “Wonen 4.0”) al jaren op de kar van de liberaliseerders gesprongen. Ik ben bang dat miljoenen zich als makke schapen tot bloedens toe zullen laten kaalscheren en uitmergelen.

  3. 3

    @2: Zag net dat de SP een campagne (meldpunt) is gestart tegen de exploderende huurprijzen.
    Ik ben overigens geen lid of anderszins betrokken bij deze partij.

    In 2012 heb ik mijn woede al eens van me afgeblogd (stuk is rommelig en niet lekker leesbaar, maar nog wel informatief):
    VVD-PvdA-akkoord = afbraak sociale huursector

    Ook verontwaardigd of bezorgd? Protesteer bij de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en dring er op aan dat de PvdA het uitstel van de huursombenadering omzet in afstel:
    d.samsom[apestaartje]tweedekamer.nl
    j.monasch[apestaartje]tweedekamer.nl

  4. 4

    De reacties boeien, al zijn het er weinig.
    @1: ik beweer alleen dat het beleid jegens het wonen iets te maken heeft met de inkomens en vermogensverdeling. Waarom? Omdat iedereen huurt of een eigen huis bewoont.
    Dat betekent dat ruwweg 45 % van de huishoudens geen vermogen opbouwt. Dat betekent ook dat 55% van de huishoudens een hypotheek heeft of voldoende vermogen heeft. Ik geef graag toe dat ik de precieze sommen niet heb en dat je over de HRA-effecten nog wel kunt twisten.
    Maar ik wilde alleen een verbinding leggen tussen de huidige gelijkheidsdiscussies en het woonbeleid; iedereen woont, dus ik denk dat er effecten van betekenis zijn op gelijkheid.
    @2: de angst door de kat of door de hond gebeten te worden heb ik ook vaak. Maar als ruim 70% van de kiezers vindt dat de ongelijkheid te groot is, waarom zou je dan als huurder je lot niet in handen durven leggen van een overheid, die dicht bij is en die je kunt kiezen? Dat zou kunnen helpen, denk ik.
    Waarom? Ik denk dat Den Haag volledig de weg kwijt is, Blok is een als liberaal vermomde stalinist, die liever alle directies van corporaties ontslaat om zelf bestuurder te kunnen spelen. Het lijkt me niet liberaal en niet praktisch.
    Nu hebben ze weer een gedeeltelijke vrijstelling van de verhuurdersheffing bedacht, zodat er weer wat meer initiatieven door corporaties worden genomen. Dat is ontuchtige onzin, die een beetje wordt verzacht, maar nog steeds onzin.
    Hoewel het mijn partij is, ben ik het eens: de PvdA heeft grote moeite om de sociale huursector te behoeden voor verdere afbraak. Het is een reden om voor een serieuze systeemaanpassing te pleiten: dan kunnen we de decentralisatie een wat serieuzer gezicht geven en gemeenten wat minder afhankelijk van een centralistisch Den Haag.

  5. 5

    Iedereen die nu nog bij de PvdA zit is ongeloofwaardig. Je hebt geen recht van spreken meer.

    Verder voelt jouw manier van redeneren in #4 als nagels over een schoolbord – je associeert wat willekeurige zaken bij elkaar zonder ook maar enig benul te hebben van ordegroottes en trekt daar conclusies uit. Brrrr.