De schrale kleine overheid

Het is bijna een cliché om voor een kleinere overheid te zijn: zoals de demissionaire Rutte zegt, “we moeten de mensen in hun eigen kracht zetten.”  De overheid moet kleiner, bedoelt hij, dus de mensen moeten meer zelf doen. Het Congres van Bestuurskundigen, deze week in Utrecht ging over die veranderende verhouding tussen bestuur en samenleving. Wat betekent zo’n uitdrukking? Hoeveel beroep kun je doen op vrijwilligheid?

Het thema van het congres was het benutten van de kracht in de samenleving. Dat kun je nogal uiteenlopend in vraagstellingen omzetten: het woord “participatie” viel me wat te vaak. In veel gemeenten wordt vrij krampachtig getracht de participatie van de burger te vergroten. Maar waarom zou dat precies moeten?  Waarom moet de burger persé deelnemen aan een spel waarvan hij de mop niet in ziet? Ik leerde vroeger van mijn docenten dat de burger heus wel participeert, als het maar als zinvol en effectief  wordt ervaren. Het woord participatie roept een verdenking op, n.l. dat het vooral een strategie is waarmee vermolmde bestuursvormen zichzelf pogen te legitimeren.

Maar doet dat vermoeden recht aan die duizenden vrijwilligers in verenigingen, die duizenden die in verzorgings en verpleeghuizen hand en spandiensten verrichten? Neen. Zonder inzet van deze “participanten” stort onze wereld in. Rutte haast zich altijd dat er bij te zeggen. Een spreker, de filosoof Gabriel van den Brink beperkte zich tot drie stellingen: ‘er is in Nederland zeer veel praktisch idealisme, in de publieke sfeer komt dat onvoldoende tot uiting, daarom moeten we de civil society opnieuw uitvinden’. Hij citeerde Schnabel: ”Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht”. Dat is inderdaad een bizarre houding. Ook mooi vond ik zijn eigen formule: “de economen hebben de publieke zaak gekaapt.” Dubbelzinnig is het wel: als wij zoveel idealisme en vrijwilligers hebben in ons land, waarom moet de ‘civil society’ dan opnieuw worden uitgevonden? Die contradictie bleef wat hangen.

Openbaar bestuur

Het probleem is ook van de andere kant te benaderen: als je een kleine en effectieve overheid wilt, hoe zou dat dan moeten? Winsemius stapte met een hockeystick het podium op. Kan de marathonloper geen stok gebruiken als hij geblesseerd is? Maar er kwam een act: Winsemius liet even zien wat hockeystick-management is. Hij balanceerde de stick op een vinger. Ieder gezond mens kan het, maar je moet de ogen wel open houden, onmiddellijke en continu reageren en “niet langs het hoofdkantoor”. Fouten maak je voortdurend, maar als je er snel op reageert, ben je toch effectief. Het was een kleine voorpublicatie van het WRR-rapport dat deze maand verschijnt. Het is een mooi beeld van een kleine en effectieve overheid.

Maar levert een kleine en snelle overheid voldoende prestaties? Steven de Waal liet een lijst van initiatieven zien van ondernemers, die je filantropisch kunt noemen, met een grote variatie: Boymans van Beuningen, Baan, Cruyff, Gates foundations, Restovanharte, maar ook de Zonnestraal. Voor wie het niet weet: de Zonnestraal was een sanatorium voor diamantslijpers in Amsterdam, met vakbondsmiddelen gebouwd en recent overgenomen als architectuurmonument door de Alliantie (een grote woningcorporatie) en geleidelijk in herontwikkeling.  Er zal meer moeten worden geinvesteerd door het bedrijfsleven in onze samenleving, zoals in Japan.

Een kleinere overheid moet zich ook van maatschappelijke organisaties bedienen, maar: “de liefde voor het maatschappelijk middenveld is over”, zei de Waal, en wie zich de verhouding tussen de politiek en de woningcorporaties realiseert, ziet in hoe waar dat is. We doen wel aan decentralisatie, maar altijd met rampzalige kortingen, zei Winsemius, en wie een beetje aan lokale politiek doet weet hoe waar dat is. Gezegd wordt dat de krimp kansen biedt op innovatie, maar dat is niet de goede volgorde zegt Van den Brink: eerst innovatie en dan de besparing incasseren.

Op de tweede dag stal Frido Kraanen van PGGM de show: er is ruimte voor bedrijven met een “moreel kompas”. Kan dat dan op de markt, waar PGGM rendement moet scoren? Nou en of. Toen bleek dat pensioenvermogen in clusterbommen werd belegd, kwamen de leden in het geweer: “ik ben niet levenslang bezig met gezondheid om mijn pensioengeld in wapenindustrie te investeren”. Dat leidde tot een grondige heroverweging van bijna alles dat vanzelf sprak. Want moet de PGGM niet gewoon zorgen voor pensioenen? Nou neen, als je de belanghebbenden vraagt naar een goede oude dag, willen ze vitaliteit en niet eenzaam worden. De vraag was: kan PGGM daarbij helpen?

Ineens een verrassing: ik loop al tijden met de gedachte dat de ICT revolutie ons de kans geeft op een nieuwe manier (deel) markten te organiseren, ongeveer volgens het model van Marktplaats. Zou je de vraag naar verpleegkundige en huishoudelijke diensten niet weer centraal kunnen zetten  en daardoor het aanbod kunnen herstructureren? Nu is het aanbod een versteende en weinig efficient geheel van zorgaanbieders, indicatieproblemen, ambtelijk gedoe  en geldstromen. Maak dat simpeler, door een overzichtelijke digitale markt van vraag en aanbod, zoals door economen al eeuwen bepleit. Nu kunnen we dat. Tot mijn grote vreugde hebben PGGM, Achmea, CZ en Rabo een experiment in opbouw, waarmee precies dit thema wordt onderzocht. Daar word ik weer vrolijk van.

Verschilmakers   

Ik was benieuwd naar ontwikkeling in het denken bij BZK. Tenslotte was daar een volslagen mislukte campagne “burgerschap” uitgevoerd, ten tijde van Guusje ter Horst. Was daar een nieuwe gedachte ontstaan? Ik was benieuwd naar het begrip “Agenda Burgerschap”, maar ik kreeg helaas slechts een stortvloed van onhistorische, positieve anekdotes.

Wie ben ik om dat zo boosaardig te zeggen? Ik was in de jaren toen welzijn nog werd bevorderd door CRM “opbouwwerker” en verdiende mijn brood met “samenlevingsopbouw”. Inmiddels zijn dat ouderwetse begrippen geworden, maar de thematiek is toch echt hetzelfde. Hoe krijg je de energie die in de samenleving zit, op een positieve manier achter de voordeur vandaan? In Amsterdam Zuid Oost deden we dat met lokale omroep, niet omdat we het leuk vonden omroepje te spelen, maar omdat we sociale doelen nastreefden. Geen woord over die traditie, geen woord over de uitvindingen van vroeger en de rijkssubsidies daarop: zwak voor een ministerie dat zegt iets met burgerschap te willen.

In de workshop van de Tilburgse school voor Politiek en Bestuur werd het onderzoek naar “Best Persons” toegelicht: de verschilmakers in de wijk. Wie zijn dat, hoe vind je ze, hoe werken ze? Ik denk, met de profeet van het opbouwwerk Saul Alinsky, een goede activist manifesteert zich wel en hij kent de trucs, de verschillende talen en maakt zich eigen wat hij nodig heeft. Maar ik werd tegengesproken door wat oudere professionals, gelukkig. Het waren twee bijzondere dagen: een hutspot van oud, jong, ervaren, onervaren. Dat was goed, want die combinatie vinden we zelden op een studiedag. Inhoudelijk was het goed georganiseerd, met uitstekende thematische verbanden en sprekers. Voor mij als overjarige professional had de theoretische en historische voorbereiding nog wel wat verfijnder gekund. Want met de denkers over een kleinere overheid aan de macht, zal er steeds meer maatschappelijk initiatief uit het middenveld en van bedrijven nodig zijn.

Foto Flickr cc Minister-President

  1. 1

    Hopelijk moeten die denkers over een kleinere overheid snel het veld ruimen, dan kan dat Congres van Bestuurskundigen opnieuw bijeenkomen om de vraag te beantwoorden, hoe je een grotere overheid zo kunt organiseren dat de burger erbij betrokken blijft.

  2. 2

    Ik kan er ook alleen maar cynisch over zijn. Mensen die een kleine overheid voorop stellen zijn meestal niet zo scheutig met waar die kleinere overheid voor zou moeten staan. Dat mis ik hier ook in dit stuk.

    Vinden we het belangrijk dat zorg goed toegankelijk is voor iedereen tegen de laagste kosten? Overheidsbemoeienis levert draken van organisaties op, maar als je de kosten versus kwaliteit en toegankelijkheid meet dan doen we het veel beter dan landen als de VS.
    Vinden we openbaar vervoer belangrijk? Laten we het privatiseren en kijk naar de bende die het Engeland heeft gebracht, of de treinlijnen verdwijnen, dat heb ik in Colombia ooit gezien.

    Eerst denken waar een staat voor moet staan (b.v. toegankelijk onderwijs voor iedereen op eigen niveau), dan kijken of de staat of dat de vrije markt dat het meest efficient kan regelen en dan pas gaan blaten over kleinere overheid, of meer civil society of al die andere holle termen.

  3. 3

    En ze moeten ook eens af van het idee dat een grote overheid ook een grootschalige overheid betekent. Liever 3 kleine scholen, dan 1 grote.
    Liever 3 kleine ziekenhuizen dan 1 groot.

  4. 4

    Kleinere overheid prima, maar dan ook een heel andere begroting en met andere mensen. Ik ben cynisch, of sceptisch, of wantrouwend.
    Die mannen in de hoofdkantoren weten hoeveel geld er verdeeld wordt want ze zitten immers bij elkaar in de raden van bestuur, toezicht en commissarissen. Ze weten dus hoeveel er te halen valt en ze gaan dus heus niet voor minder geld die klussen klaren. En ze gaan andere mensen van buiten echt niet de kans geven met goedkope oplossingen te komen zolang zij er niets aan kunnen verdienen.
    Daarom zijn die zorgverkeringen zo gevaarlijk als ze ook nog ziekenhuizen gaan runnen, bijvoorbeeld. Die gaan heus niet zorgen voor een lagere begroting in de gezondheidszorg, want ze weten dat hun vrienden bij de overheid gewoon de BTW verhogen, of het accijns, of het eigen risico verhogen, of het reiskostenforfait verlagen, om de balans weer kloppend te krijgen. Het geld moet wel de goede kant op rollen! Wiegel is voorzitter van de vereniging van zorgverkeringen. Schippers is minister van zorgverzekeringen. Ze zitten allebei in de VVD.

  5. 5

    Dank voor deze reacties: groot en klein hebben inderdaad meer te maken met schaal, minder met omvang. Als iets te grootschalig is, wordt het niet meer ervaren als iets van ons; dan is het van niemand en voelt niemand zich verantwoordelijk.
    Dat is de tragiek van Vestia en uit hun kracht gegroeide onderwijsklonten. Dat de bemoei- en inspectiesystemen hun werk simpelweg niet doen, is dan nog wel een probleem.
    Mijn punt blijft echter: ook een grote en bemoeizuchtige overheid is geen oplossing. Je hebt dus een behoorlijk autonoom middenveld nodig dat ordent en regelt. Dat kunnen bedrijven zijn, corporaties of coöperatieve organisaties. Daarvoor moeten kaders en normen zijn en effectieve inspecties.
    Als ik de kampioenen van de kleine overheid iets verwijt, dan is het dit. Ze zijn voor kleiner en minder, maar over hoe ze bevorderen dat de samenleving zich ontwikkelt, blijft het stil.

  6. 6

    Misschien komt de contradictie van Gabriel van den Brink wel het dichtste bij mijn reactie: we moeten de “civil society” opnieuw uitvinden. Als daarmee wordt bedoeld dat ons denken over het besturen op zijn kop moet, dat ons denken over kaderstelling, autonome regelcapaciteit van het middenveld en de organisatie van dat middenveld geheel vernieuwd moet worden, ben ik het met hem eens.
    Bij de VVD zie ik er weinig van, hoewel iemand als Docters van Leeuwen daarin ooit wel iets betekende. Misschien moet het politieke midden het maatschappelijk middenveld opnieuw omarmen.

  7. 9

    De overheid moet wel groot zijn, maar niet zo bemoeizuchtig. Je hebt dus een autonoom middenveld nodig dat ordent en regelt, liefst coöperatieve organisaties. De (democratische) controle moet uitgeoefend worden door de basis, die daar eventueel de hulp van deskundigen voor kan inroepen.

    Als ik de kampioenen van de kleine overheid iets verwijt, dan is het dit: ze zijn eigenlijk de kampioenen van het bedrijfsleven.

  8. 11

    Tom, ik ben bang dat de term “civil society” net als “big society” te besmet zijn om in dit kader te gebruiken.

    In onze samenleving zie ik veel gemeenschapszin, nog steeds, maar die wordt geërodeerd door het rucksichtlos marktdenken. Ik denk dat daar waar mensen zich samen organiseren en macht nemen (cooperaties b.v.) ten behoeve van het algemene nut we dat als staat zoveel als mogelijk moeten steunen, en niet zoals nu tegenwerken onder het mom van oneerlijke concurrentie. Daar tegenover staat dat daar waar de vrije markt de vrije hand krijgt (ik ben helemaal niet tegen vrije markt), degene die het uit de hand laten lopen ten koste van de gemeenschap er ook veel harder voor gestraft moeten worden.

  9. 13

    Je zou toch denken dat waar de vrije markt de vrije hand krijgt,
    degenen die het uit de hand laten lopen, dat doen op eigen kosten

    en niet ten koste van de gemeenschap, aangezien dat in tegenspraak is met het principe van de vrije markt.

    Alleen zo kan het misverstand ontstaan
    dat verantwoordelijkheid een straf zou zijn,
    en het opleggen ervan een taak van de gemeenschap.

    Straf krijg je voor het overtreden van de regels.

  10. 15

    Op de schaal van de Nederlandse spoorwegen wordst dat toch al gauw “de cooperatie der nederlanders”.

    Ik ben sterk voor vernieuwing, maar dat betekent nog niet dat je steeds weer het wiel opnieuw moet uitvinden.

    PS: ik zou niet gauw stemmen op een partij waar in de naam het woord “liberaal” voorkomt, zoals anderen nooit zouden stemmen op gristelijke of een communistische partij. Die woorden zijn gewoon te besmet.

    Liberaal = legalized robbery.

  11. 16

    Het zou kunnen zijn dat je er op een gegeven moment achter komt dat een wiel weinig soelaas biedt. Dus juist niet steeds het wiel opnieuw uitvinden, maar op zoek gaan naar alternatieven (een rupsband??)

    Het spijt me dat het woord liberaal je zo tegenstaat. Volgens mij is er op het moment geen partij van invloed met de term liberaal in de naam. Voor ons staat sociaal-liberaal voornamelijk voor de daadwerkelijke vrijheden tot zelfontplooiing en niet een vrijheid van de markt o.i.d.