De opkomst van intieme technologie

Vanaf heden plaatst Sargasso bijdragen van het Rathenau Instituut over intieme technologie. Vandaag de inleiding, verzorgd door ‘trendcatcher’ Rinie van Est. De serie is ook te lezen op het weblog van het Rathenau Instituut over intieme technologie

Rinie van Est is ‘trendcatcher’ bij het Rathenau Instituut. Hij filosofeert over de intieme relatie tussen mens en technologie.

We’re breaking and rebuilding and we’re growing, always guessing
Never knowing
We’re shocking, but we’re nothing
We’re just moments, we’re clever, but we’re clueless
We’re just human, amusing and confusing
We’re trying, but where is this all leading?
We’ll never know

Jack Johnson (2005) “Never Know”, van de CD In Between Dreams

Mens en technologie zijn innig verbonden. De mens maakt technologie en vindt zich door die technologie constant opnieuw uit. Nieuwsgierigheid, onderzoeken, bouwen zit in ons bloed. Van holbewoners hebben we ons ontwikkeld tot flatbewoners. We halen ons eten in de supermarkt en voelen ons thuis in constructies van gewapend beton, met ingebouwd toilet en flatscreen 3DTV. Daarom typeerde de Duitse antropoloog Helmuth Plessner de mens als “van nature kunstmatig”. Onze manier van leven wordt mogelijk gemaakt door de technologie die ons omringd. Technologie bepaalt daarmee in hoge mate wie we zijn, wat het betekent om mens te zijn, zowel in fysieke als mentale zin.

De handige mens

Dat is altijd al zo geweest. De mens heeft zelfs haar ontstaan aan technologie te danken. Zo’n 3,5 miljoen jaar geleden maakten de tropische wouden in Afrika geleidelijk plaats voor savannes en grote grasvlakten. Die grote verandering joeg de aap uit de boom en veranderde hem van een klimmer in een loper. Door de rug te rechten kwamen de handen vrij om eenvoudige stenen werktuigen te maken en te gebruiken. De mensaap evolueerde in de Homo habilis, de handige mens. Door het maken van dingen ontwikkelde de mens verder. De mens gaat steeds rechter lopen, wordt letterlijk handiger en ontwikkelt daardoor zijn hersenen. Als resultaat van dit proces van ‘mensverbetering’ verschijnt zo’n 100.000 jaar geleden de Homo sapiens op de Afrikaanse vlakten; een zelfbewust, spiritueel wezen. Deze ‘verstandige’ mens was zodoende het gelukkige bijproduct van het gebruik van technologie.

Fysiek zijn we de afgelopen duizenden jaren slechts weinig veranderd. Maar onder invloed van technologie is het mens-zijn wel veranderd. Bijvoorbeeld omdat onze leefomgeving sterk is veranderd. Met machines hebben we natuurgebieden veranderd in bos- en landbouwgrond en steden gebouwd. En een wereldwijd stelsel van mijnen voedt een immens machinepark dat ons te eten geeft, onderdak biedt, transporteert en gezond houdt. Inmiddels leven er bijna 7 miljard mensen op de aarde. Jelle Reumer noemt de mens een ‘ontplofte aap’: een diersoort die zich handhaaft dankzij “grootschalige manipulatie van het leefmilieu.” Als resultaat leven we niet langer in een door de natuur bepaalde omgeving, maar in een kunstmatige. We leven steeds meer in een technosfeer, of nog beter: we technoleven steeds meer.

Intieme versus intimiderende technologie

In dit jubileumjaar (het Rathenau Instituut bestaat 25 jaar) vragen we ons af hoe innig de relatie tussen mens en technologie in onze hoogtechnologische samenleving is. De Homo Erectus was intiem met zijn stenen, Robin Hood met zijn boog, Marlene Dietrich met haar sigaret, Chect Baker met zijn saxofoon. Maar met welke technologie zijn wij intiem? Wat karakteriseert onze moderne technosfeer? En hoe definieert die technosfeer ons? Wat betekent het gebruiken of niet gebruiken van technologie voor onze identiteit? We willen zodoende de hedendaagse menselijke conditie zoals die in sterke mate wordt vormgegeven door technologie in kaart gaan brengen. Bij die zoektocht gebruiken we de term “intieme technologie” als een open zoekterm. Het woord “intiem” heeft vele positieve klanken: diep, innig verbonden, behaaglijk, familiair, gezellig, huiselijk, knus, openhartig, persoonlijk, privé, vertrouwd, vertrouwelijk.

Uitgaande van deze betekenissen verwijst intieme technologie naar dingen die in onze directe nabijheid opereert. We laten deze technologie toe in onze persoonlijke levenssfeer en hebben er een vertrouwelijke band mee. Soms zijn we er zelfs verslaafd aan. De bovengenoemde hightech machinerie die ons het leven gemakkelijk maakt, staat gewoonlijk ver van ons af. Slechts ingenieurs, monteurs en knutselaars hebben een intieme relatie met die technieken an sich. Wij merken dergelijke technologie pas op als er iets fout gaat. We krijgen geen warm water omdat de CV ketel kapot is. De auto start niet. Of erger, de fabriek vliegt in brand, zoals Chemie-Pack in Moerdijk. Pas als de technologie het niet meer doet, komt deze ineens heel dichtbij en beseffen we onze diepe afhankelijkheid daarvan. De bewoners van de gemeente Moerdijk beseffen ineens dat ze onder een chemische vulkaan leven, die eens in de zoveel jaren spontaan kan uitbarsten. Maar het is niet dit soort industriële technologie die we onder de noemer “intieme technologie” willen bespreken.

Persoonlijke levenssfeer

We zoomen in op technologie die een rol speelt in onze directe persoonlijke levenssfeer; ons lichaam, ons gedrag en onze sociale relaties. Kinderspeelgoed is een goed voorbeeld, de i-Pod (volwassenenspeelgoed) trouwens ook. We willen namelijk onderzoeken op welke wijze ook onze privéomgeving steeds meer een technosfeer wordt en hoe dat ons mens-zijn beïnvloedt. Een belangrijke vraag is steeds op welke wijze technologie zich laat kennen binnen onze persoonlijke levenssfeer. Speelt deze technologie een positieve rol en is deze intiem in de originele zin van het woord of intimideert de technologie ons, dringt ze zich op en verstoort ze de relatie met onszelf en met anderen?

We kijken naar drie trends die in ieder geval sterk bijdragen aan de technologisering van ons privéleven. Een eerste trend (‘techniek tussen ons’) betreft natuurlijk de opkomst van de sociale media. Over onze sociale levens ligt inmiddels een stevige digitale laag. Onze omgang met andere mensen vindt steeds meer plaats via technologie. Via mobieltjes zijn we always connected. Daardoor leven we tegelijkertijd in de fysieke en de virtuele wereld. Daarnaast onderzoeken we de relatie tussen technologie en ons lichaam en onze denkwereld (‘techniek over ons’). Beleven we ons lichaam en brein ook inmiddels als een technosfeer? Wat zegt bijvoorbeeld die hersenscantechnologie tegenwoordig over wie wij zijn? En kunnen we onze lichamen en breinen ook naar wens maken, zoals we dat met onze leefomgeving hebben gedaan? Tenslotte kijken we naar de trend om onze technosfeer te vermenselijken (‘techniek als ons’) door menselijke eigenschappen, zoals emotie en een lichaam in te bouwen in apparaten. Welke rol gaan dergelijke slimme en sociale apparaten in onze persoonlijke leefwereld spelen?

Aanpak

Het exploreren van bovengenoemde vragen willen we op een speelse wijze doen aan de hand van persoonlijke beslommeringen en verhalen. Een eerste verkennend verhaal verschijnt in het zilveren magazine Flux geplaatst. In het jubileumjaar zullen op de website van het Rathenau Instituut een aantal blogs over het thema volgen. We nodigen anderen, binnen en buiten het Rathenau Instituut, uit om over bovenstaande trends en vragen blogs te schrijven en op die manier het thema “intieme technologie” dit jaar van vele kanten te belichten.

  1. 4

    Interessant onderwerp. Hoewel dit stuk wel heul erg algemeen is. Zou ik dit soort onafhankelijk door de overheid aangestelde praat serieus nemen, dan mis ik dus een term die het allemaal samenvat, steeds meer trending is en absoluut essentieel is voor onze huidige en naderende technologie. Nou dan heb ik het toch weggeven.. of niet?