De onvoltooide formatie

Ooit was er een architectuurdocent in Delft, die zijn colleges eindigde met een geheven vinger, roepende “Think…”, waarop zijn studenten hem dan toebrulden “the impossible…!” Mijn onderbewuste produceert troostrijke beelden, wanneer ik die nodig heb. Want het was een dramatische weekje voor de politieke belangstelling: heeft u dat ook? Vele Clavan’s trokken voorbij, maar na uren van voorspelbare bagger en blijmoedig gezanik, over verkiezingen die niet deugen, zou ik ook niets zinnigs meer kunnen zeggen. Die verkiezingen gingen niet over het bestuur van de provincies, maar waren het sluitstuk van een flodderige formatie. Van een koning die slechts linten doorknipt, zal die praktijk niet beter worden.

De basisregel in de democratie is: de helft plus 1 beslist, maar respecteert de minderheid. Deze coalitie begrijpt niet dat werken met een minimale meerderheid praktische bezwaren heeft: niet iedereen zit in een ideologische loopgraaf, de mop van democratisch overleg is dat je je laat overtuigen en een harde fractiediscipline lijkt niet meer van deze tijd.

De dichte deur van de CDA-fractie is nog vers; gaan we hetzelfde opnieuw meemaken in de Eerste Kamer? Het werd opgewekt verdedigd. ” Rutte moet zaken doen met de oppositie, dus zijn goedgeluimde charme komt hem van pas.” Ja, aan mijn hoela. De VVD zou “orde op zaken stellen”, daarvoor is een regeeraccoord gemaakt. Alleen is daarvoor geen meerderheid in de Staten Generaal, waarom de Koningin had gevraagd.

Wat gaan we nu doen? In de langzame pan van de Staten Generaal kan alles doodsudderen, smakeloos worden en aanbranden. Marc Rutte wilde het optimisme en de creativiteit terug, maar ik merk er zo weinig van. Laten we een nieuw regeeraccoord maken, want in het huidige stond toch al niet veel en de omstandigheden zijn veranderd. De VVD heeft zich, zie de analyse van Vermeend in “Het Minderheidskabinet”, op vrijwel alle punten de kaas van het brood laten eten, de symbolische xenofobie waar de PVV op stond, zal verzanden in eindeloos geprocedeer, het CDA moet herbronnen en houdt voorlopig vooral het pluche op temperatuur.

Hoe zou je nieuwe meerderheden moeten smeden? Ik denk aan de kreet van een oude architect, waarmee ik begon. Onvermoede medestander is ook Chavannes in de NRC, die de formatie permanent noemt. De werkwijze is al beoefend: Groen Links was ooit pacifistisch, maar ging tegen de verwachting in toch mee in een militaire trainingsmissie in Afghanistan, met flinterdunne garanties.

Dat is op meer terreinen mogelijk, want de tegenstellingen tussen ‘links’ en ‘rechts’ worden door diepzinnige denkers als Martin Bosma toch wel lichtelijk overdreven. Ik geef een voorbeeld op een terrein dat mij dierbaar is: de volkshuisvesting en de woningmarkt.

In Hollands Maandblad (2011,1, p.32) schrijven Wim Sterkenburg en Arno van der Valk een inspirerend stuk met als titel de slogan van de Tegenpartij: “Geen gezeik, iedereen rijk”. Het verhaal schetst de stille revolutie waarin de volkshuisvesting dreigt te verdwijnen. Wat is het belang? Dat is groot: het bezit aan sociale huurwoningen zou, verkocht tegen marktprijzen, wel eens 200 miljard waard kunnen zijn. Daar kun je iets mee in sombere dagen. Lastig verkopen, natuurlijk, want prijzen zijn elastisch, maar toch…

Als je dat geld wilt aanboren moet de sociale huisvesting kleiner, zo menen de auteurs, dus is het logisch de ‘brede-doelgroep’ te versmallen. De scheefheid moet worden bestreden, d.w.z. dat mensen met voldoende inkomen uit hun sociale huurwoning gepest moeten worden. Dat is stap één. Maar als dat gebeurt, moet de koopbereidheid natuurlijk niet worden aangetast, dus de hypotheekrente aftrek moet ongemoeid blijven. Dat is stap twee.

Dan komt stap drie in beeld: de woningcorporaties moeten hun bezit verkopen, dus hoe bereiken we daar een forser tempo in? B.v. door de middelen van corporaties af te romen door belastingen. Dat is bij de beroemde formatie van Balkenende IV in Beetsterzwaag al geregeld, met steun van links.

Het rendement van dit bij elkaar gerommelde beleid is volgens de auteurs aantrekkelijk: de krimp van het corporatiebezit, zal geld opleveren, geen 200 miljard, maar wel veel. Het lijkt een samenzweringstheorie, maar het is een plausibele.

Dan blijft het huurprijsbeleid nog buiten beeld. Links meende “working class hero”te zijn, door de strijd voor een inflatievolgende huur. Maar dat was misschien een misverstandje? Door de prijzen van de woondiensten te bevriezen, kunnen de corporaties alleen voldoende geld binnen krijgen door verkopen van en boekwinsten op hun bestaande bezit. Dat de sociale huursector nog niet erg is gekrompen, ligt aan de prijsontwikkeling van het vastgoed en de blokkade op de woningmarkt, maar de bedoeling dat de voorraad sociale huurwoningen afneemt, is al langer gemeengoed.

Ik wil graag het onmogelijke denken. Als de VVD een geliberaliseerde huurmarkt wil, zou links bereid moeten zijn dat te overwegen. Als de VVD de financiering van de huurtoeslag geheel bij de corporaties zou willen leggen, zou links dan moeten overwegen.

Maar links en rechts zouden ook oog moeten hebben voor de sociale gevolgen van geliberaliseerde huren. Dus rechts moet overwegen wooncorporaties de wettelijke plicht te geven om huisvesting te verzorgen voor de laagst betaalden. Rechts moet ook overwegen dat als de huurtoeslag door wooncorporaties wordt uitgevoerd, dat gevolgen heeft voor de fiscaliteit van die wooncorporaties. En rechts moet stoppen met dromen over de verkoop van een groot deel van het sociale woningbezit. (2.4 miljoen woningen)

Het is maar een richting, maar de bedoeling zal helder zijn: elke politieke hoofdstroom in dit land kon ideologisch uit de voeten met de sociale woningbouw en de wooncorporaties. Laten partijen doordenken over een nieuwe brutering. Ik zie Heerma nog, met opgestroopte mouwen, uit het overleg komen met NWR en NCIV. De verzelfstandiging van de corporaties was een grote deal en leidde tot een halvering van de omvang van VROM. Als we nu bij dat resultaat in de buurt zouden komen, doen we iets goeds.

Zijn er meer van deze kansen? Nou en of. De zorg in de buurten is nodeloos inefficiënt, door grootschalige en ingewikkelde aanbodstructuren, met alle welzijnsgedoe daaromheen, terwijl een beter gebruik van ICT daarin tot veel simpeler en goedkopere allocatie van diensten zou kunnen leiden. De provincie, ander voorbeeld, heeft de energiebedrijven verkocht in schaalvergroting, maar de enige kans om het milieu vooruit te helpen is schaalverkleining van productie en verhandelen van energie. De verkoopwinst is nog niet verjubeld, dus kan nog voor een echte hervorming worden gebruikt. Kortom, daadkrachtige mannen en vrouwen: “denk het onmogelijke”. Daag de oppositie uit en grijp je kansen.

  1. 1

    Je raakt me kwijt bij stap 2. De HRA is een onhoudbaar systeem. Er zijn slechts 3 partijen di er nog voor zijn, vandaar ook dat we dit kabinet hebben.

  2. 5

    @2 De stijl is heel goed. Schijt hebben aan pretenties, incl. waarheidpretenties. En zorgvuldig doorgaan, met het gas op de plank. (Plank op het gas ?)

    En als het schip strandt is er *geen* man overboord.

    #like

  3. 6

    @1: de hra is nodig om kopers van woningen een beetje bereid te houden transacties te doen, de koopmarkt een beetje in stand te houden.
    @2: ik bepleit “out of the box” denken, als je een cliché wilt; het voorspelbare geblaat maakt mij een beetje moe.
    @3: zie 2.
    @4: dat verhaal komt er aan.
    @5: ???
    De boodschap is: denk eens met elkaar mee en zet een beleid van 100 jaar eens op zijn kop. Want de stagnatie in het wonen van nu is een schande. De politiek is geen bron van verandering, maar de oorzaak van de stagnatie. Stellen we ons Marc Rutte voor met een felgekleurde hanenkam, zoals The Economist Cameron afbeeldde…