De illusie van de progressieve belastingen

ANALYSE - Als puntje bij paaltje komt, lijkt Nederland een regressief belastingstelsel te kennen. Weinig kans dus dat VVD dat met een herziening van het belastingstelsel wil repareren, denkt Hugo van Haastert.

Het kabinet Rutte-II is halverwege de rit en er zijn veel plannen gerealiseerd. De afgelopen jaren is Nederland ingrijpend verbouwd; de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de zorg en het onderwijs liggen er allemaal anders bij als gevolg van ingrijpende hervormingen. Met de verkiezingen van volgende week voor de Provincie en de Senaat is het goed om de balans op te maken.

Het is een klein wonder dat een kabinet van VVD en PvdA, twee politieke tegenpolen, toch zo veel heeft kunnen bereiken. Maar tegelijkertijd lijkt het er op dat ze nu wellicht ten onder zullen gaan aan hun eigen succes. Want nu de belangrijkste doelen van het kabinet zijn bereikt, is er weinig meer over om te realiseren. Of toch wel? In Haagse kringen wordt nu namelijk aangedrongen op een nieuw belastingstelsel. Kunnen de VVD en de PvdA in hun laatste jaren van Rutte-II nog een nieuw fiscaal stelsel toevoegen aan de reeks van mijlpalen?

Ik vermoed van niet. De VVD en de PvdA denken fundamenteel anders over de economie en over inkomensverschillen. Het zijn de politieke partijen die de klassieke tegenstelling tussen kapitaal en arbeid vertegenwoordigen. Een nieuw belastingstelsel zou overigens geen slecht idee zijn. Want het huidige stelsel is zogenaamd progressief, maar in werkelijkheid valt daar wel wat op af te dingen. Laten we eens een goede blik werpen op de belastingen in Nederland.

Progressieve belastingen

Het Nederlandse belastingstelsel is volgens velen progressief. Dat wil zeggen dat het belastingtarief dat je betaalt hoger is naarmate het inkomen stijgt. Dat klinkt ook wel zo eerlijk: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Vandaar ook dat er schalen zijn in de inkomstenbelasting, van 37% naar 42% en voor de grootverdieners 52%. Maar wat is de werkelijke verdeling van belastingen tussen de verschillende inkomensgroepen?

Laten we in ons onderzoek uit gaan van decielen. Dat maakt het makkelijk om de belastingdruk te onderzoeken bij verschillende inkomensgroepen. Een deciel is een groep van 10% van het totaal. Stel dat Nederland bestaat uit 7 miljoen huishoudens, dan is een deciel 700.000 huishoudens. Als je de decielen op een rij zet naar inkomen, dan bestaat het eerste deciel uit 700.000 huishoudens die het minste verdienen in Nederland.

Een studie van het CBS naar Welvaart in Nederland kijkt naar de netto inkomstenbelastingdruk bij de verschillende inkomensgroepen. Zij constateren dat de netto belastingdruk voor wat betreft de inkomstenbelasting zeer progressief is. De laagste inkomens betalen netto zo’n 7% inkomstenbelasting en premies terwijl het hoogste deciel 27% inkomstenbelasting en premies betalen.

Belasting 1
 
Als we dit geheel overzien, dan heeft Nederland een prachtig progressief belastingsysteem. De huishoudens met de 10% hoogste inkomens betalen zelfs meer dan de helft van alle inkomstenbelasting.

Progressief paradijs?

Maar inkomstenbelasting is niet de enige belasting. Sterker nog, het is maar ongeveer een vijfde van de totale belastinginkomsten. Dus het is fantastisch dat rijken in Nederland zo veel bijdragen aan de inkomstenbelasting, maar we moeten wel zo veel mogelijk het volledige plaatje nastreven. Helaas Mathijs Bouman, nog even terug in je hok.

De volgende stap is dan ook om andere belastingen er aan toe te voegen. Onderzoekers De Kam en Trimp hebben onderzoek gedaan naar de belastingdruk bij de verschillende decielen. Zij nemen de inkomstenbelasting en de premies mee, maar ook indirecte belastingen (bijvoorbeeld de BTW). Dan komt het plaatje er volgens hen heel anders uit te zien.

Belasting 2
 
De hoogste inkomens zijn het grootste deel van hun inkomen kwijt aan de inkomstenbelasting. Zo is het hoogste deciel 27% van haar inkomen kwijt aan belastingen en premies (een stuk minder dan de toptarieven 42% en 54%, want er zijn genoeg aftrekposten in ons belastingstelsel). Maar de hoge inkomens zijn maar een klein deel van hun inkomen kwijt aan de BTW en andere indirecte belastingen, want hoge inkomens geven niet het merendeel van hun geld uit aan de consumptie van goederen.

Bij de lagere inkomensdecielen zie je het omgekeerde beeld. Zij betalen maar een klein deel van hun inkomen aan inkomstenbelasting en premies, maar de ziektekostenpremie en met name de BTW/indirecte belastingen hakken er goed in. Lage inkomens geven bijna hun gehele inkomen uit en met die consumptie betalen ze fors mee aan de BTW van vaak 21%. De Kam en Trimp laten met hun berekening weinig over van het idee van progressieve belastingen in Nederland: alle inkomensdecielen betalen ongeveer 40% belasting. De klaagzang van de VVD over hoge belastingen voor de rijken komt zo in een ander perspectief te staan.

Een vlaktaks, dan?

De belastingen worden dus vrij evenredig opgebracht door de verschillende groepen. Natuurlijk, er zijn groepen die hun inkomen te danken hebben aan de belastingafdracht van anderen. Denk aan AOW-gerechtigden, mensen in de WW en de bijstand. Dat is geen onbelangrijk detail. Deze mensen ontvangen geld van de belastingbetaler, maar de meesten van hen zullen ook stellen dat ze daar hard voor hebben gewerkt.

Maar toch. Het neemt niet weg dat we nu het beeld krijgen te zien van een werkende bevolking in Nederland die allemaal hetzelfde percentage belasting afdragen. Maar laten we nog even verder gaan met afpellen, want er zijn nog veel meer nuanceringen te maken!

Wie profiteert van de overheid?

Het SCP doet eens in de zoveel jaar onderzoek naar het Profijt van de Overheid. Een fascinerende studie die laat zien waar al dat belastinggeld naar toe gaat en wie daar voordeel aan heeft. Ze hebben daar natuurlijk ook een mooie grafiek van gemaakt.

Belasting 3
 
De titel van de laatste editie is, veelzeggend, Minder voor het midden. De grafiek laat zien welke inkomensgroepen, wederom decielen, hoeveel voordeel hebben van de overheidsuitgaven aan bijvoorbeeld volkshuisvesting, zorg en onderwijs. Je ziet dat vooral de lagere en hogere inkomens profiteren.

Het profijt van deze grafiek hebben we al deels meegenomen. De studie van De Kam en Trimp hield al rekening met aftrekposten voor woningbezitters en zaken als huurtoeslag. Naar die lichtblauwe balken hoeven we dus niet meer te kijken. Maar wat wel opvallend is, is het profijt van onderwijs en zorg. Daar waar het profijt van het onderwijs vooral terecht komt bij de hogere inkomens, komt het profijt van de zorg vooral terecht bij lagere inkomens. De twee zijn aardig in balans met elkaar.

Toch is het opmerkelijk dat het belastinggeld dat naar onderwijs gaat vooral terecht komt bij de hogere inkomens. Studenten, vooral aan HBO en universiteit, zijn de hogere inkomensverdieners van morgen. Toch kregen zij een basisbeurs cadeau en wordt hun studie heftig gesponsord. Ga maar na: voor elke euro collegegeld die je betaalt voor een opleiding aan de universiteit legt de belastingbetaler er 7 euro bij. De student die € 1700 euro betaalt volgt dus een opleiding van ruim €10.000.

Deze grafiek zou ons bijna doen geloven dat de hogere inkomens het meeste profiteren van de overheid en dat er dus nog niet eens een vlaktaks is, maar een regressieve belasting (het belastingpercentage daalt naarmate je salaris hoger is). Maar we moeten niet vergeten dat in deze grafiek het profijt wordt uitgedrukt in absolute bedragen. De eerdere tabellen lieten alsmaar het percentage zien van het inkomen. Als iemand in het zesde deciel €25.000 euro verdient en €8.000 profijt heeft van de overheid, dan stijgt het inkomen met 32%. Als iemand in het tiende deciel €75.000 verdient en €12.000 profijt heeft van de overheid, dan stijgt het inkomen met 16%. Het profijt van de overheid heeft dus een nivellerend effect.

Zijn we er dan?

We begonnen met een mooi progressief belastingstelsel dankzij de schalen in de inkomstenbelasting. Dat werd toen een vlaktaks door het meerekenen van allerlei premies en indirecte belastingen. Het profijt van de overheid heeft de vlaktaks weer een klein beetje progressief gemaakt. Maar zijn we er dan?

Niet helemaal. Want inkomsten zijn niet de enige manier waarop mensen in Nederland geld verdienen dan wel vermeerderen. Er bestaat ook nog zoiets als winst. Een eigen woning die stijgt in waarde, aandelen of winst uit je eigen bedrijf. Het zijn allemaal manieren, vooral voor mensen met hogere inkomens, om geld te verdienen. Over de scheve verdeling van dat vermogen (10% rijkste Nederlanders bezit 61% van het vermogen) hoef ik waarschijnlijk niets te zeggen.

Wat wel relevant is, is de manier waarop deze winst wordt belast. Want daarmee slaat ons progressieve belastingstelsel waarschijnlijk definitief om in een regressief stelsel. De belastingen op winst zijn namelijk lager dan die op inkomen. Dat wordt gerechtvaardigd door economen die stellen dat kapitaal nu eenmaal een grotere mobiliteit kent. Lees: als de belasting in Nederland te hoog wordt op vermogen en winst, dan stallen rijke mensen dat vermogen in andere landen. Maar dat neemt niet weg dat we hierdoor feitelijk een regressief belastingstelsel kennen. De hardwerkende Nederlander (prachtige slogan van de VVD) betaalt zo’n 40% van zijn bruto inkomen aan belastingen. Terwijl vermogende Nederlanders minder belasting betalen dankzij gunstige tarieven.

Als je namelijk als ondernemer een BV hebt, kun je de winst deels laten uitkeren aan jezelf. Daar betaal je tot 200.000 euro 20% belasting over en over de rest 25% vennootschapsbelasting. Dat is nog altijd lager dan de 27% belasting die de hoogste inkomens kwijt zijn aan inkomstenbelasting. Tel daarbij op dat veel vermogende Nederlanders hun geld naar het buitenland wegsluizen om daar grote winsten te boeken tegen nog lagere belastingtarieven en het beeld is rond: het Nederlandse belastingstelsel is regressief.

Terug naar Rutte-II

Als we nu, met onze nieuwe bril, kijken naar het kabinet Rutte-II dan zien we twee dingen.

Ten eerste, de (PvdA-)maatregelen die dit kabinet heeft genomen om de inkomensverschillen tussen werkenden te verkleinen kunnen geen kwaad. Denk aan de hypotheekrenteaftrek, die nu voor de hoogste inkomens wordt beperkt. Denk aan de inkomensafhankelijke algemene heffingskorting. Denk ook aan de afschaffing van de basisbeurs, waardoor hoogopgeleid Nederland minder subsidie krijgt. Denk aan de beperking van topinkomens in de publieke sector. En denk ook aan de gesneuvelde plannen, helemaal aan het begin van de kabinetsperiode, voor de inkomensafhankelijke zorgpremie. Helemaal niet zo raar gedacht, als reparatie op ons regressief belastingstelsel.

Maar dan het tweede punt. Dit kabinet is uitgeregeerd. Ze zoeken naarstig naar nieuwe plannen om uit te voeren. Een herziening van het belastingstelsel zou een mooie kans kunnen zijn. Maar dan zou het leuk zijn als de belastingen eindelijk écht progressief zouden worden, waarbij hogere inkomens en met name vermogenden procentueel meer zouden betalen over wat ze verdienen dan lagere inkomens. Dat zou recht doen aan het rechtvaardigheidsgevoel van veel mensen. Want hoe eerlijk is het als de politieagent 40% van zijn inkomen aan belasting betaalt, terwijl de hedgefondsspeculant 30% betaalt?

De belastingherziening wordt voorbereid door staatssecretaris Wiebes. Die meneer is van de VVD. Ik vermoed dat hij niet hetzelfde idee heeft bij rechtvaardige belastingen. De VVD is stiekem dolgelukkig met onze regressieve belastingen. Sterker nog, ze zijn bij de VVD heel erg blij dat Nederlanders nog in het sprookje geloven. Het sprookje dat in Nederland de belastingen progressief zijn.

  1. 1

    Goed stuk. Deels al wel oud nieuws natuurlijk, dergelijke stukken stonden ook jaren terug in ESB. Maar goed dat het weer eens voor het voetlicht gebracht wordt.

  2. 2

    Een eigen woning die stijgt in waarde. Gast, serieus? Dan gebeurt tegenwoordig maar er weinig. Bovendien heb je daar niks aan, het zogenaamde vermogen zit in je stenen en daar kun je niet van eten. Het vermogen van de gemiddelde nederlander is op die manier de laatste jaren aardig verdwenen.

  3. 3

    “De VVD en de PvdA denken fundamenteel anders over de economie en over inkomensverschillen.”
    Daar ben ik het niet meer eens. Misschien dat de PvdA in campagnetijd soms die indruk wekt. Maar verder vaart de PvdA toch al twee decennia een neoliberale koers. Sociaaldemocratie is verworden tot het afvijlen van de scherpe randjes van het neoliberalisme. De PvdA gelooft in de onontkoombaarheid van het neoliberale wereldbeeld, waarbij een fatsoenlijk verzorgingsstaat niet echt meer houdbaar is, en waarbij de wereldmarkt en de beurzen dicteren hoe de maatschappij eruit ziet en de politiek niets anders kan doen dan plaatselijk het leed enigszins verzachten.

    Edit: Onderstaande lees ik nu net. Sluit aardig aan bij mijn schets van de verdwaalde sociaaldemocraten:
    “Underlying Dijsselbloem’s career is the perspective that at best, contemporary progressive politics can only be a variant of conservative politics with slightly more scruples.”
    https://sargasso.nl/wvdd/dijsselbloem-vs-varoufakis/

  4. 4

    @1: recentere cijfers (2011) laten overigens het zelfde beeld zien.

    In dit overigens prima artikel is de vermogensontwikkeling en de uiterst lage belasting op vermogens onderbelicht – zie hiervoor
    http://www.wbs.nl/system/files/wiemer_salverda_-_de_cijfers_ongelijkheid_ook_in_nederland.pdf

    Meer in detail geeft deze studie en site nader inzicht:
    Wiemer Salverda, Christina Haas, Marloes de Graaf-Zijl, Bram Lancee, Natascha Notten, Tahnee Ooms, “Growing inequalities and their impacts in the Netherlands”,

    http://www.gini-research.org/system/uploads/512/original/Netherlands.pdf?1380138293

  5. 5

    Die opmerking over de basisbeurs, en hoe de kosten voor het onderwijs zijn verrekend in de decielen vind ik toch een beetje raar. Wat er kennelijk niet bij staat, is dat dat grafiekje eigenlijk een levenscyclusgrafiekje is. En dan wordt het een kip-ei verhaal. Zijn de rijken rijk omdat ze een opleiding hebben genoten (en dat daaraan overheidsgeld is besteed)? Of wordt er veel overheidsgeld besteed aan rijken om ze hoger opgeleid te maken? Ik gok namelijk dat er meer correlatie is met het eerste, dan met het tweede.

    Als je wilt stellen dat de huidige situatie met betrekking tot het onderwijs oneerlijk en regressief is, dan moet je er andere gegevens bijhalen, bijvoorbeeld dat kinderen van vermogende ouders vaker hoger onderwijs volgens (wat waarschijnlijk ook zo wel is). En ook daarin voorzag de basisbeurs deels al: als het inkomen van de ouders onder een bepaalde grens bleef, kon de student meer geld krijgen (vanuit de gedachte dat ook de ouders mee zouden betalen aan de opleiding, maar dat dat niet voor iedereen even goed mogelijk was).

  6. 6

    Progressieve belasting. Weer zo’n leugen die als waar wordt verkocht èn geslikt. Hoe lang blijven nederlanders zich als makke schapen naar het slachthuis leiden?