Osama bin Laden en Al Qaida waren vijfentwintig jaar geleden onze belangrijkste vijanden. Op de aanslagen van 9/11 volgden terroristische acties in Parijs, Londen en andere Europese steden. In Nederland werd Theo van Gogh vermoord door een geradicaliseerde islamist. De jihad is jarenlang beschouwd als de grootste bedreiging voor onze vrijheid en democratie. Inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben er alles aan gedaan om potentiële terroristen vroegtijdig onschadelijk te maken. En dat moeten ze nog steeds doen. De dreiging van jihadistische aanslagen blijft groot, schrijft de NCTV deze week in zijn halfjaarlijkse dreigingsbeeld.
De jihadisten halen hun inspiratie uit de politieke islam. Dat is de stroming die het geloof als enig uitgangspunt neemt voor alle politiek handelen, alle wetten en regelingen die de staat treft. Die politieke islam heerst sinds 1979 in Iran en sinds 2021 in Afghanistan. Maar in de rest van de islamitische wereld lijkt de politieke islam op zijn retour te zijn, schrijft Ben Hubbard, de correspondent van de New York Times in Istanbul. En eigenlijk is de politieke islam vrijwel nergens succesvol geweest. IS is verslagen. In Syrië is voormalig jihadist Ahmed al-Shara aan de macht. Zijn regering heeft een aantal sociaal-conservatieve maatregelen genomen, maar zijn prioriteit lijkt te liggen bij het presenteren van zichzelf als een normale leider uit het Midden-Oosten met wie anderen zaken kunnen doen, in plaats van het opleggen van islamitische orthodoxie. In Saoedi-Arabië heeft kroonprins Mohammed bin Salman, de feitelijke heerser, de geestelijkheid verzwakt en tegelijkertijd een nieuw Saoedisch nationalisme bevorderd. Dit is een grote verandering voor een koninkrijk dat lange tijd islamitische idealen heeft verdedigd. In Egypte is de Moslimbroederschap al weer langer geleden, direct na de Arabische Lente, overruled door het militaire bewind van generaal Abdel Fattah el-Sisi. Ook in Tunesië wisten de islamisten niet te winnen.
Hubbard verwijst naar een opinieonderzoek in een zestal islamitische landen. Over het algemeen suggereerden de resultaten dat slechts een minderheid enthousiast was over de politieke islam. In vier van de landen was een ruime meerderheid het erover eens dat religieuze praktijken een privéaangelegenheid zouden moeten zijn. Volgens Hubbard heeft het nationalisme het in veel landen gewonnen van een op religie gebaseerd bestuur. Zelfs in Iran, de grote uitzondering, heeft de regering steeds vaker nationale symbolen ingezet in plaats van religieuze om haar bevolking te verenigen. Bij het beargumenteren van de belangen van hun land beroepen de leiders zich meer op internationaal recht, wereldwijde verdragen en het concept van nationale soevereiniteit dan op religie – wat erop wijst dat ze erkennen dat islamitische argumenten beperkte weerklank vinden.
Radicale christenen tegen de democratie
Een nieuwe bedreiging voor de westerse vrijheid en democratie komt nu uit een geheel andere hoek. Hubbard wijst er in zijn artikel over de verminderde populariteit van de politieke islam al heel fijntjes op dat in zijn eigen land, de Verenigde Staten, maar liefst 43% van de respondenten in een onderzoek van Pew Research Center vond dat de overheid christelijke waarden moet bevorderen. In De Correspondent staat een artikel van Rinke Verkerk en Rosan Smits onder de titel ‘Deze christenen willen overal ter wereld de democratie omverwerpen. Dankzij Trump lukt het ze‘. Nou valt dat laatste nog te bezien, maar verontrustend is het verhaal wel. Het gaat over de New Apostolic Reformation, een extreemrechtse christelijke beweging die betrokken was bij de bestorming van het Capitool in 2021 en die zich in 2024 heeft ingezet voor de herverkiezing van Trump. Verkerk en Smits noemen de NAR een ‘christelijke variant van het fascisme – dat zich al van meet af aan beter laat omschrijven als politieke religie dan als vastomlijnde ideologie’.
Volgens profeet Lou Engle is Donald Trump door God gekozen als president, met een missie. ‘Trump moet afrekenen met de demonen die bezit hebben genomen van Amerika’s overheid. Van de rechtbanken, van kerken, van scholen en universiteiten. De weg ligt nu open voor Engles plan: de stichting van Gods koninkrijk op aarde.’ En Trump laat zich dit soort verhalen graag aanleunen. Hij heeft een vertegenwoordiger van de NAR in het Witte Huis gehaald als adviseur. Paula White werkt daar in het White House Faith Office.
Een meerderheid van de NAR-christenen gelooft dat de samenleving wordt bezet door demonische machten. De helft ziet het als een goddelijke opdracht aan christenen om die demonen te verslaan, door de overheid en de burgerlijke samenleving te domineren. Zo nodig met geweld. Die demonen huizen in aliens, een etiket dat de beweging met Trump heeft gedrukt op migranten en vreemdelingen. ‘Als het aan de de meest militante NAR-leiders ligt, wordt het ‘leger van God’ de straat op gestuurd. Om ‘door Satan bezette plekken’ in te nemen. Die plekken zijn, als je goed luistert naar deze leiders: onderwijsinstellingen, cafés waar lhbti+’ers samenkomen, moskeeën, media, de wetenschap. Een grondoorlog dus, in de straten van de VS.’
‘De beweging groeit niet alleen explosief in de Verenigde Staten – waar het aantal volgelingen de afgelopen 50 jaar vertienvoudigde –, maar ook in Latijns-Amerika, Afrika en Israël. Ze heeft daarnaast actieve netwerken in Europa, waaronder in Nederland. Zo heeft de Amerikaanse River Church inmiddels drie Nederlandse vestigingen en veroorzaakt de opkomst van de NAR kerkscheuringen binnen grote gemeenten in kerkelijk Nederland.’ ‘Ben Kroeske, hoofdpastor van de Nederlandse River Church , preekte begin dit jaar: ‘Het leven is een slagveld. (…) Er is een antichrist-geest die probeert op te staan en zijn lelijke gezicht wil laten zien. (…) Verzamel de troepen! (…) Véééécht!’ Ook de omstreden Nederlandse gebedsgenezer Tom de Wal, oprichter en voorman van Frontrunners Ministries, vertolkt het NAR-gedachtegoed: ‘Nederland is een reddingsland, een sleutelland voor God’, zei hij op een conferentie in Nederland in 2024. ‘Niet alleen in Nederland, ook in heel Europa.’’
Moeten onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten hun aandacht verleggen?