CU: Kledingproducenten van Aldi en Lidl schenden rechten werknemers

CU: Kledingproducenten van Aldi en Lidl schenden rechten werknemers

kindwevers_forwebDe ChristenUnie-kamerleden Cynthia Ortega-Martijn en Joël Voordewind hebben samen met de SP aan de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken schriftelijke vragen gesteld over schendingen van arbeidsrechten van werknemers bij Aziatische bedrijven die kleding maken voor supermarkten als Aldi en Lidl. Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn: ,,Het kabinet moet gaan optreden tegen bedrijven die ketenverantwoordelijkheid niet serieus nemen en zo bijdragen aan uitbuiting in het buitenland."

Uit onderzoek van de Schone Kleren Kampagne blijkt dat werknemers in de Aziatische kledingbranche een hongerloon krijgen en arbeidsrechten worden geschonden. Deze kleding wordt verkocht door de Nederlandse supermarkten Aldi en Lidl. Voornamelijk vrouwen zijn slachtoffer van deze uitbuiting. Voor de ChristenUnie is het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) een belangrijk speerpunt.

Verschillende ChristenUnie-moties over dit onderwerp zijn door de Tweede Kamer aangenomen, waaronder het stopzetten van enige vorm van steun door de Nederlandse overheid aan Nederlandse bedrijven die zich hieraan schuldig maken. Ortega-Martijn: ,,Het kabinet moet nu spijkers met koppen slaan om bedrijven te stimuleren tot ketenverantwoordelijkheid en misstanden aan te pakken. Arbeidsrechten zijn fundamentele rechten. Deze worden volgens het onderzoek door Aldi en Lidl geschonden. Dat moet aangepakt worden. In Nederland gevestigde bedrijven moeten zich vrijwaren van iedere vorm van uitbuiting van werknemers in het buitenland. Hiermee wordt weer duidelijk dat ketenverantwoordelijkheid onderbelicht is bij bepaalde bedrijven”

De ChristenUnie en de SP willen van het kabinet weten hoe bedrijven nu en in de toekomst kunnen worden aangepakt wanneer zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid naar toeleveranciers in het buitenland niet nemen.

Vragen van de leden Voordewind, Ortega-Martijn (beiden ChristenUnie) en Gesthuizen (SP) aan de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken over de schending van arbeidsrechten van werknemers in Azië door in Nederland actieve bedrijven.

Heeft u kennis genomen van het rapport ‘Cashing In’ van de Schone Kleren Kampagne waaruit blijkt dat hongerlonen worden betaald aan en arbeidsrechten worden geschonden van werknemers in Azië, waarvan een grote meerderheid vrouw is, die kleding produceren voor onder meer de in Nederland actieve supermarkten Aldi en Lidl?
Bent u bereid om dergelijke misstanden zo snel mogelijk effectief aan te pakken in het kader van het nieuwe MVO-beleid, inclusief de in december 2008 verschenen brief over ketenverantwoordelijkheid? Zo ja, op welke manier bent u bereid deze misstanden aan te pakken?
Worden de in het rapport genoemde bedrijven op enigerlei wijze door de Nederlandse overheid gesteund, bijvoorbeeld middels kredieten, financiering, (vestigings)subsidies, onderzoeksondersteuning en andere faciliteiten van landelijke, provinciale en/of gemeentelijke overheden?
Is er, indien blijkt dat er sprake is van enige vorm van overheidssteun, volgens u sprake van strijdigheid met de moties Voordewind c.s. en Ortega-Martijn c.s. , die oproepen tot inzichtelijkheid in de toeleveringsketen over fundamentele arbeidsrechten en de regering bovendien oproepen om mogelijke overheidssteun stop te zetten in het geval van schending van deze rechten?
Wanneer is een concreet voorstel van het kabinet tot uitwerking in effectief beleid van deze moties te verwachten om de schending van fundamentele arbeidsrechten tegen te gaan? Bent u bereid om een openbaar beroep te doen op bedrijven waarbij de arbeidsomstandigheden in de keten sterk onder de maat blijven om deze drastisch te verbeteren en daarbij een openbaar tijdsgebonden plan van aanpak te eisen?
Bent u van mening dat de door onder meer het ‘Cashing In’-rapport aangetoonde schending van arbeids- en mensenrechten aanleiding geeft om ook andere basale ILO-normen en algemene mensenrechtennormen als een leefbaar loon, veilige en gezonde arbeidsomstandigheden en redelijke werktijden te koppelen aan het al dan niet verstrekken van overheidsteun (in overeenstemming met de moties Voordewind c.s. en Ortega-Martijn c.s.)?
Worden producten van de in het rapport genoemde bedrijven ingekocht door de rijksoverheid en/of provinciale, gemeentelijke overheden en waterschappen? Indien dit het geval zou zijn, beschouwt u dit dan strijdig met de sociale criteria voor duurzaam inkopen zoals deze door het kabinet op 23 mei 2008 zijn vastgesteld? Zo ja, welke maatregelen kunt u daartegen ondernemen?
Heeft het kabinet al antwoord op de vraag ‘in hoeverre het Openbaar Ministerie (OM) bevoegd is bedrijven te vervolgen wegens medeplichtigheid aan ernstige mensenrechtenschendingen elders in de wereld’, zoals in het verslag van de door het ministerie van Buitenlandse Zaken georganiseerde bijeenkomst ‘Business and Human Rights’ van 1 december 2008 staat te lezen? Leidt de uitkomst daarvan tot de conclusie dat bedrijven die systematisch bijdragen aan zulke schendingen vervolgd kunnen worden? Kan het kabinet zelf een dergelijke zaak aanhangig maken bij het OM?
Horen Nederlandse bedrijven die in aanmerking komen voor het bedrag van tien miljoen euro voor ondersteuning van export en investeringen in India, dat onlangs door de staatssecretaris beschikbaar is gesteld, te voldoen aan de motie Voordewind c.s. en de motie Ortega-Martijn c.s.? (Ministerie van Economische Zaken (2009) “Heemskerk ondersteunt Nederlandse bedrijven bij export en investeringen in India”, persbericht (9 februari 2009)