Conferentie Decentralisaties in Nieuwspoort 8 april

REPORTAGE - De grootste hervorming van dit kabinet blijft gevuld met onzekerheden. Maar Tom van Doormaal is ook iets zorgelijkers op het spoor. De werkelijkheden in Den Haag en de provincie hebben weinig met elkaar te maken.

De uitnodiging die ik voor de conferentie kreeg bevatte de volgende probleemstelling:

De decentralisaties in het sociale domein zoals die per 1 januari 2015 van start moeten gaan zijn de grootste ontwikkeling in het binnenlands bestuur van de laatste decennia. Taken en middelen worden overgedragen en er wordt van gemeenten verwacht dat ze integraal gaan werken en samenwerken in het sociale domein met als doel burgers te ondersteunen en meer te laten participeren in de maatschappij. In de nieuwe rol- en taakverdeling speelt informatievoorziening en dus ICT een cruciale rol. Daarbij zijn een aantal vraagstukken actueel. Bijvoorbeeld: hoe voorkomen we (als politiek en werkveld samen) dat veel geïnvesteerd wordt in informatie-systemen terwijl besturings- en procesvragen nog niet goed zijn beantwoord? Welke informatie mag in het kader van ‘1 plan’ worden verzameld door wie? Moet de gemeente proactief aan de slag, of wachten op duidelijkheid vanuit de centrale overheid?

Korte inleidingen werden geleverd door Johannes van Veen, Thof Thissen, als directeur van KING (kwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten) en Brigitte van der Burg, kamerlid VVD.

De inleiders waren geen onverdeelde pleitbezorgers van de decentralisaties. Ik noteerde:

  • ‘Het kan werken, maar er zal lesgeld worden betaald. Laten we niet gaan roepen hoe het moet, maar laat gemeenten zelf het wiel uitvinden’, zei Van Veen.
  • ‘De homogene overdracht van budgetten is verkeerd, differentiatie zal nodig zijn; maar vroegtijdige interventie bij jongeren kan de gemeenschap veel geld besparen’, zei Thissen.
  • ‘De informatie moet worden gestandaardiseerd: de gemeenten krijgen de ruimte om te vernieuwen, want we weten dat ze het niet zullen doen’, zei Van der Burg.

Daarmee was wel een boeiende toon gezet. Er werd gesproken in ronden aan tafel, met een tafelheer, die centraal rapporteerde.

Na enige inleidende opmerkingen van anderen aan mijn tafel, zag ik de bekende dubbele standaard ontstaan: we decentraliseren wel, maar kunnen de gemeenten het wel? Betekent decentralisatie ook dat de gemeenten echt aan de bal zijn? Gelooft iedereen dat gemeenten het echt gaan doen?

Dus ik zei daar iets van: een verontwaardigde provinciaal, die arrogante Hagenaars de les komt lezen. Het rare is dat het er in ging als koek, want iedereen bleek zeer onzeker over de basisvragen, die gesteld worden voordat je informatiseert. Wie is waarvoor verantwoordelijk? Wie heeft welke gegevens nodig?

Sven Kockelman vroeg het een aantal weken geleden aan staatssecretaris Martin van Rijn, die na vijf keer vragen bekende dat er geen garantie was op continuïteit vanuit de Rijksoverheid en dat de gemeenten met hun eigen begroting garant stonden voor continuïteit van zorgverlening. Maar wat betekent het onderscheid tussen horizontale verantwoording (van College naar Rijk) en verticale verantwoording (van College naar gemeenteraad) dan nog?

Toen kwam een tweede ronde inleidingen: van C. Van der Werf, directeur onderzoek bij de Algemene Rekenkamer en Henk Wesseling, die iets over beveiliging meldde. De man van de ARK had een simpele boodschap: de ministers bleven ‘systeemverantwoordelijkheid’ dragen en moesten dus met de kamerleden kunnen debatteren, over de decentralisaties.

Dat riep bij mij nieuwe vragen op. De budgetten werden toch ‘ontschot’ en zonder hekken overgedragen? Dat werd bevestigd. Waarom wil men dan weten dat de gemeente bijvoorbeeld een ton over houdt op de jeugdzorg en daar een parkje of lantarenpalen van aanlegt? Ben je dan echt aan het decentraliseren? En ik baldadig: wat is er tegen lantarenpalen?

Bij de ronde aan tafel stelde ik de vraag of iemand iets had gehoord over wensen van het Rijk over de verticale verantwoording? (Voor doeluitkeringen moet de gemeente rapporteren over bestedingen.) Niemand had daarover iets gehoord. Toen ik verwees naar vage opmerkingen uit de notitie van het CPB in september van het vorig jaar werd ik niet tegengesproken. Kennelijk houdt het systeem rekening met een informatiebehoefte van de betrokken departementen, maar heeft niemand nog een idee welke informatie gemeenten met de Rijksoverheid (en indirect het parlement) dienen te delen.

Ik was er niet tevreden mee en ging nog even de persoonlijke discussie aan met de directeur van de Rekenkamer. Mijn vraag: ik snap dat jullie zorgen hebben over de systeemverantwoordelijkheid en de politieke verantwoording aan het parlement. Moet je dan niet aan de voorkant proberen het debat van parameters te voorzien? Hoe kan een informatie-analyst in de gemeente nu zijn werk doen, als hij geen idee heeft welke informatie hij aan het Rijk moet leveren? Er is minder dan een half jaar de tijd. Hij gaf mij gelijk.

Om 18.30 uur verliet ik Nieuwspoort, ik moet bekennen, wel enigszins verward. Ik was de enige die uit de lokaal politieke praktijk kwam en had met mijn redeneringen een aanzienlijke rol in de discussie. De organisatie was verheugd over een brutale provinciaal. Hoe is het mogelijk dat een grote operatie in zoveel opzichten zo chaotisch verloopt? Gelukkig had ik wel mensen deelgenoot kunnen maken van mijn verwarring. Maar de vraag blijft maar groter worden: wat heeft de Haagse realiteit met de lokale realiteit te maken? Het voelt zorgelijk en vreemd.

  1. 1

    Dit kan niet anders dan een groot fiasco worden. Dit is een enorme operatie die je er niet in een jaartje doorheen jast. Het vereist een complete cultuuromslag, en dan heb ik het nog niet over systemen en financien.

    Het is voor de hand liggend wie de dupe worden: de mensen die ervan afhankelijk worden. Over een paar jaar een parlementaire enquete hierover?

  2. 2

    @1: daar ben ik ook bang voor. Maar voorlopig komt de onzekerheid harder neer in de wereld van de aanbieders, die uit voorzorg hun vakmensen beginnen te ontslaan.
    Nu zit de ruimte om te bezuinigen wel bij de instituties, maar een sanering door totale verwarring was ook niet de bedoeling en zal inderdaad ook gevolgen hebben voor de zorgvragers.
    Zie ook het stuk van Erik Gerritsen in Binnenlands Bestuur.

  3. 4

    Komt nog bij dat er heel veel kosten gemaakt gaan worden, denk eens aan de frictiekosten. Of gemeenten die liever achteraf zeggen dat ze het (minder) goed hebben gedaan, dan vooraf verantwoorden waar de gelden op zijn gebaseerd (onmogelijk?).

    En dan hoor je zomaar een wethouder zeggen dat het maar om een paar procenten gaat, geruststellend, en dan tot zijn eigen schrik, wat enkele miljoenen euro’s betekent.

  4. 5

    Het rijk stapt voort op een route die al jaren geleden met o.a de Wwb is ingezet. Overdracht van verantwoordelijkheden en budgetten, meer horizontale verantwoording etc. In principe geen verkeerde insteek. Maar vooral de kleinere gemeenten krijgen te veel voor hun kiezen. Je ziet dus overal gemeenten met elkaar de samenwerking zoeken. Het is gewoon de opstap naar een nieuwe ronde van gemeentelijke herindelingen.

    Vroeger werden die van bovenaf opgelegd. Nu hebben ze in DH een slimmere manier bedacht. En eerlijk gezegd, veel kleinere gemeenten hebben het over zich zelf afgeroepen. Al ruim voor deze grote doorschuifoperatie was het in veel kleinere gemeenten dweilen met de kraan open. Maar de kortzichtige lokale politiek wilde niet vooruit kijken.

  5. 6

    @5.

    De wmo moet je niet vergeten. Ook de grotere gemeenten krijgen problemen – centrumfunctie regio. Sommigen willen het zelfde blijven uitvoeren – financieel onmogelijk. Gemeente failliet, belastingen omhoog, enz.

    Dom geklets, DH hebben alles over de schutting naar dgemeenten gegooid. Laat die maar bezuinigen. Dat is de enige insteek. De gemeenten waren soms dom , soms slimmer bezig, allemaal krijgen ze problemen van dat Haagse doorschuifbeleid.

    Alleen al als je kijkt naar wmo eerst 1,5 miljard, nu nog 0,5 miljard – laat je oudjes en gehandicapten maar stikken. En dan krijgen straks de gemeenten de schuld.

  6. 7

    @3:

    Het artikel kaart een paar reële problemen aan, maar ik zet zo mijn vraagtekens bij de antwoorden. Het is inderdaad een enorm probleem dat er voor de laagopgeleiden steeds minder werk is. Om dan aan te komen zetten met een kenniseconomie is dan ook onzin omdat er altijd een groot aantal mensen is die niet mee kunnen draaien in de kenniseconomie, simpelweg omdat ze daar de intellectuele capaciteiten niet voor hebben. Vooral in de transportsector is het verlies van banen een drama.

    Ik denk dat het verstandig zou zijn als de overheid, zowel op fiscaal als juridisch gebied, maatregelen neemt om juist de werkgelegenheid voor die mensen drastisch te stimuleren. Dat is veel belangrijker en veel beter dan die honderdduizenden mensen maar de ww in te laten stromen.