Familiedynastie nog steeds in de gunst van Europa

In Azerbeidzjan blijft de familie Alijev aan de macht. Ondanks het gebrek aan persvrijheid en herhaalde twijfels over het verloop van de verkiezingen krijgt het land nog steeds steun van de EU. President Ilham Alijev kan aan zijn vierde termijn beginnen als president van Azerbeidzjan. Hij won deze week de verkiezingen in de rijke oliestaat aan de Kaspische zee met overmacht. Volgens de exitpolls kan de 56-jarige leider rekenen op 80 tot 85 procent van de stemmen. Ilham volgde in 2003 zijn vader Geidar op, die tien jaar aan de macht was nadat de voormalige sovjetrepubliek zelfstandig was geworden. Geidar Aliyev was een voormalige KGB-agent die door Leonid Brezjnev in 1969 werd benoemd tot zetbaas van Moskou in Azerbeidzjan en het in 1982 schopte tot vice-premier van de Sovjetunie. In 1987 werd hij door Gorbatsjov vanwege corruptie opzij geschoven, waarna hij de in die jaren bekende draai maakte van communist tot kapitalistisch zakenman. De 'erfopvolging' in 2003 ondervond al veel internationale kritiek vanwege de vele onregelmatigheden waaronder de verkiezingen plaatsvinden. De oppositie organiseerde massademonstraties die met veel geweld uiteen werden geslagen. Ilham Alijev won vervolgens ook de verkiezingen in 2008 en 2013 en benoemde daarna zijn vrouw Mehriban Alijewa tot vice-president. Aan de verkiezing deden dit jaar zeven andere kandidaten mee. Critici betwijfelen of het echte tegenstanders waren van Alijev. Op één na prezen ze tijdens de campagne in de tv-debatten allen diens regering. De oppositie heeft de verkiezingen geboycot. 'Alle verkiezingen zijn tot nu toe vervalst', zegt Natig Schafarli een van de oppositieleiders, 'de kieswet wordt op grove wijze geschonden.'  OVSE-waarnemers spreken - ook nu weer- van serieuze onregelmatigheden en een gebrek aan reële competitie. Europarlementslid Schaake (D66) noemt de verkiezingen een schijnvertoning. 'De onderhandelingen met Azerbeidzjan moeten worden opgeschort. Alleen zo kunnen we duidelijke consequenties verbinden aan de acties van Alijev. Het is ondenkbaar dat met dit regime een strategische overeenkomst wordt gesloten. Opschorting is ook direct een duidelijk signaal dat mensenrechten voor Europa bovenaan staan.' Bij de vorige verkiezingen in oktober 2013 waren er gelijksoortige geluiden. Opmerkelijk was dat de Centrale Kiesraad de overwinning van Alijev toen al aankondigde voordat de verkiezingen waren gehouden.

Foto: jackcast2015 (cc)

Beperkt werk (bloemlezing)

COLUMN - De Participatiewet van 2015 moest stimuleren dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen. Sindsdien hoeven werkgevers mensen die niet 100 procent arbeidsproductief zijn, slechts een deel van het minimumloon te betalen. De rest (maximaal 70 procent) wordt bijbetaald door de gemeente: de zogeheten loonkostensubsidie.

In de Participatiewet is ook afgesproken dat werkgevers tot 2026 in totaal 100.000 extra banen zullen scheppen voor mensen met een arbeidsbeperking. De overheid zou zelf voor nog eens 25.000 banen voor deze groep zorgen.

Maart 2017. De wet blijkt niet het gewenste resultaat te hebben.

De mensen in kwestie komen vaak ver onder hun niveau te werken – geen wonder ook: ze worden in vacatures gepropt waarvoor het minimumloon geldt. Die baan onder hun niveau doet hun werkplezier geen goed, waardoor velen na een jaar weer uitstromen, blijkt uit onderzoek van onder meer het CBS.

Mei 2017. De operatie loopt spaak op bureaucratie en blijkt hoofdzakelijk tijdelijke banen op te leveren: mensen met een arbeidsbeperking die eerder bij een sociale werkvoorziening in dienst waren, worden met behoud van subsidie doorgeschoven naar een ‘echte’ baan, maar raken die kwijt zodra de subsidie ophoudt.

Belangenverenigingen voor mensen met een arbeidshandicap constateren terecht dat er amper ‘duurzame’ banen zijn geschapen. Ze drukken zich vrij diplomatiek uit: ‘Zo zijn nogal wat mensen met een beperking gedetacheerd bij bedrijven, terwijl ze eigenlijk nog in dienst zijn van de sociale werkvoorziening. Hierdoor loopt een werkgever minder risico’s.’ Persoonlijk zou ik eerder zeggen dat de overheid op deze manier werkgevers subsidieert met geld uit de sociale werkvoorziening, maar hee, wie ben ik.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Antisemitisme flink gedaald bij Labour-achterban

In weerwil van het beeld dat de media schetsen, is het antisemitisme bij de Labour-achterban tijdens Corbyns leiderschap flink gedaald. Dat blijkt uit data van YouGov.

Ook opzienbarend: antisemitische denkbeelden komen vaker voor bij mensen die aangaven op de Conservatieven te stemmen.

Precies het tegenovergestelde als wat je zou denken op basis van de berichtgeving dus.

Foto: Martha de Jong-Lantink (cc)

Bye bye Hungary

ANALYSE - De grote overwinning van Orbán zal volgens Henk Hirs nog meer progressieve jongeren doen besluiten hun heil te zoeken in West-Europa

De voorlopige uitslag van de zondag gehouden verkiezingen in Hongarije  was vernietigend. Premier Viktor Orbán en zijn Fidesz partij haalden ongeveer 49% van de stemmen, wat hen waarschijnlijk opnieuw een tweederde meerderheid in zetels in het parlement oplevert (133 van de 199 zetels), en dus tot 2022 een vrijwel onbeperkte macht(de definitieve einduitslag komt pas a.s. zaterdag). Alle hoop van de oppositie op een ommekeer, hoe klein dan ook, bleek een illusie.

De uitslag laat zien dat het land nog altijd hopeloos verdeeld is. Op het platteland steunt om wat voor redenen dan ook ongeveer 60% de grote leider en is 40% mordicus tegen. In Boedapest en een enkele grotere provinciestad is het omgekeerd. Maar in het door Orbán uitgedachte kiessysteem dat sinds 2012 van kracht is krijgt de grootste partij – en dat is Fidesz – tal met bonussen en premies en dat vertaalt zich in een enorm zeteloverwicht.

Net als vier jaar geleden was de verdeeldheid van de oppositie  dé factor in haar nederlaag. Waar een aantal oppositiepartijen samenwerkten en één kandidaat naar voren schoven, werd vaak gewonnen (een reeks districten in Boedapest en districtszetels in de steden Szeged, Pécs, en Dunaüjváros). Maar overal waar de oppositie verdeeld was, werd Fidesz de grootste partij. De hoop dat de kiezers misschien verstandiger zouden zijn dan de partijleiders en dat zij wel tactisch zouden stemmen op de kandidaat met de meeste kans, bleek tevergeefs. Tekenend was de uitslag in zes districten van Boedapest waar Fidesz 41-42% van de stemmen haalde en zo de betreffende zetels won. De linkse oppositie haalde daar 38-40%, de centrumgroene LMP 6-8% en het rechts-nationalistische Jobbik 10-15%.  Hadden oppositiepartijen samengewerkt, dan hadden zij die districten met gemak gewonnen.

Foto: IISG (cc)

‘Migratie is de revolutie van onze tijd’

ELDERS - Oost-Europa loopt leeg. Dat verhoogt de spanningen binnen de EU tussen oost en west.

De Hongaarse premier Viktor Orbán voert een niets ontziende campagne tegen immigranten. Hongarije is  een ‘migratievrije zone’, volgens Orbán die daarmee zondag de verkiezingen hoopt te winnen. Maar net als alle voormalige sovjetsatellieten in Oost-Europa heeft ook Hongarije te kampen met het groeiende aantal vooral jongere, hoger opgeleide burgers die vertrekken. Omdat ze in eigen land geen perspectief meer zien. Emigratie is een groter probleem dan de opvang van immigranten die toch niet in het land willen blijven.

‘Migratie is de revolutie van onze tijd’ volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. En dat slaat dan zowel op immigratie als emigratie. In zijn boek After Europe beschrijft hij de huidige Europese crisis vanuit de invalshoek van landen die nog niet zo lang geleden de overgang hebben meegemaakt van communisme naar kapitalisme. In een interview voor een Bulgaarse website (vertaald door 360 Magazine €) zegt hij dat Oost-Europeanen de huidige ontwikkelingen in Europa met grote ongerustheid, zelfs angst, volgen. De gevolgen van een desintegrerende maatschappij zijn nog niet vergeten. Oost-Europeanen zijn over het algemeen sterk pro-Europa. Maar ze zijn tegelijkertijd het meest pessimistisch over de kans dat de EU zichzelf uit de crisis kan redden. En daarbij spelen zichtbare demografische ontwikkelingen een grote rol.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Quote du Jour | EU mist zelfkritiek

De liefde voor jezelf begint met zelfkritiek. Als de Europese Unie iets mist, dan is het wel dat laatste. Op alle terreinen. Zie hoe we de eurocrisis en de daaraan verbonden bezuinigingen en de vluchtelingencrisis hebben aangepakt. Het feit dat de EU daar niet in staat bleek tot zelfkritiek, en daarmee niet tot hervormingen, leidt natuurlijk tot polarisering.

Aldus de Duitse econoom Ulrike Guèrot in een interview met het FD naar aanleiding van haar nieuwste boek De Nieuwe Burgeroorlog.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Hulspas weet het | Vooruitgang van bovenaf

COLUMN - Terwijl alle ogen gericht waren op het bezoek van de Noord-Koreaanse leider Kim Jung Un aan Peking, vond er elders een heel ander staatsbezoek plaats, helemaal niet in het geheim, maar waarschijnlijk op de lange termijn veel belangrijker: dat van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman aan de Verenigde Staten. Heel ontspannen, niks geen nieuws – althans, dat dachten de Amerikaanse media. Die keken naar Peking. Maar de prins speelt een veel gevaarlijker spel.

De komende ‘historische’ topontmoeting van Trump en Kim verandert voor de Amerikanen in rap tempo in een diplomatieke nachtmerrie. Het Noord-Koreaanse diplomatieke offensief, gericht op China en Zuid-Korea, is het begin van een Oost-Aziatisch front gericht tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio. De Filipijnen staan klaar om mee te doen; Zuid-Korea zal meewerken zolang de Noord-Koreanen stapjes zetten in hun richting. Er groeit een gezamenlijke visie op de toekomst van Oost-Azië. De tijd dat China de Noord-Koreanen op westers verzoek onder druk zet, is voorbij. Azië wil verder zonder de VS. Dat zal Trump straks te horen krijgen.

Maar terwijl Kim in het diepste geheim naar Peking reisde, trok de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman op zijn gemakje door de VS. Voor zijn bezoekje aan het Witte Huis had hij de traditionele thobe even aangetrokken, maar overal elders verscheen hij in een messcherp westers maatpak. Voor de Amerikanen was het as in old times: 200 miljard aan wapens besteld; 36 contracten met grote bedrijven ter waarde van twintig miljard, lekker samen Iran bedreigen en tot slot een overeenkomst met Google voor het opzetten van een eigen Saoedische cloud – wel zo nuttig om de burgers in de gaten te houden. De prins dwingt zijn land een reuzensprong voorwaarts op. De tijd dat het uitsluitend olie en islamitisch conservatisme exporteerde, nadert in rap tempo zijn einde.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Referendum en vertrouwen

OPINIE - Komende tijd buigt de Eerste Kamer zich over het referendum. De regering wil afschaffing, omdat het verwachtingen over politiek vertrouwen niet zou hebben waargemaakt. Vreemde redenering, zeker gezien gedrag van gezagsdragers bij het referendum in 2005, 2016 en 2018.

“Nepnieuwslawine” kopte De Telegraaf op 14 november. Het ging om een brief van minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) aan de Tweede Kamer. Daarin legde ze een verband tussen onderzoek naar buitenlandse “digitale dreiging” en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv): voor “dit onderzoek is het wettelijke kader van de Wiv noodzakelijk.”

Ollongrens alarmerende taal leek onderdeel van de campagne voor het referendum over de Wiv. Die maand leek ook CU-leider Gert-Jan Segers al op campagne. Hij reageerde fel op het voornemen van PVV-collega Geert Wilders, die ook voor de Wiv is, om zich bij een eventueel ‘nee’ neer te leggen: “De heer Wilders heeft heel wat uit te leggen als er dan toch een grote aanslag plaatsvindt.”

Auschwitz

Bangmakerij in een referendumcampagne. Dat hebben we eerder gezien. Bijvoorbeeld bij het referendum over de goedkeuring van het associatieverdrag met Oekraïne in 2016. Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker sprak de vrees uit dat afwijzing de “deur kan openen naar een grote continentale crisis” en koren op de molen was “van populisten die de EU willen opblazen.”

Nepnieuws in Europa

Een interessant onderzoekje naar de mate waarin mensen op ons continent vatbaar zijn voor nepnieuws. Het legt een verband tussen die vatbaarheid enerzijds, en vrij media, opleidingsniveau en vertrouwen in de samenleving anderzijds. Goh.

Nederland scoort heel goed, in de top 3, achter Finland en Denemarken. Over het algemeen geldt: hoe meer richting het Zuid-Oosten, hoe treuriger het wordt. Vandaar ook de titel van het artikel: “Balkan Countries Most Vulnerable to ‘Fake’ News”. Met als absoluut dieptepunt Macedonië en Turkije. Rusland doet niet mee, dat maakt allicht nog wat uit voor de uitslag.

Foto: Fabrizio Lussu (cc)

Overwinning Orbán niet meer zeker

ACHTERGROND - Over een week gaat Hongarije naar de stembus. Tactisch stemmen kan het nog spannend maken volgens onze correspondent uit Boedapest Henk Hirs.

Zelfs een luttele twee maanden geleden was premier Viktor Orbán van Hongarije nog de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen van zondag 8 april a.s. Maar nu  is het opeens zelfs niet meer helemaal uitgesloten dat zijn Fidesz-partij verliest. Als tenminste de Hongaarse kiezers verstandiger blijken dan de oppositiepartijen en ze massaal tactisch gaan stemmen: linkse liberalen op rechtse nationalisten, conservatieven op socialisten, alles om Orbán ten val te brengen.

Dat er een meerderheid tegen Orbán is, staat eigenlijk wel buiten kijf. Opiniepeilingen wijzen er al een tijd op dat zeker 60% van de bevolking ontevreden is met de stand en de koers van het land. Er wordt steeds meer en steeds openlijker gekankerd en gefoeterd en het is, in tegenstelling tot een paar jaar terug, niet eenvoudig om in Boedapest burgers te vinden die er openlijk voor uit willen komen dat ze Fidesz stemmen. En er was natuurlijk eind februari de tussentijdse burgermeestersverkiezing in Hódmezővásárhely, een stadje dat algemeen als een Fidesz bastion werd beschouwd, maar waar de tegenkandidaat van de gezamenlijke oppositie, Márki-Zay, toch zeer overtuigend won.

Vorige Volgende