De doodstraf – de schande van China

De Argentijnse journalist Jacobo Timerman interviewde, midden jaren zeventig, een officier over de recente terdoodveroordeling en executie van een dissident. Het feit dat dit gebeurd was, was pas achteraf bekend geworden. Timerman was voorzichtig, en zei niet dat hij het met het oordeel oneens was. Het enige wat hij zich afvroeg was, waarom deze landverrader niet publiekelijk berecht was. Dat was toch een veel betere manier geweest om zijn misdaad aan de kaak te stellen.
“Dat was helaas niet mogelijk,” zei de officier. “Als we hem publiekelijk veroordeeld hadden zou de paus om gratie verzocht hebben.”
“En wat maakt dat uit?”
“U weet heel goed dat wij een verzoek van de Heilige Vader niet kunnen weigeren.”
Aan deze anekdote moest ik denken toen Amnesty International een paar dagen geleden een rapport over de doodstraf in 2009 (.pdf) openbaar maakte. In grote lijnen gaat het hierbij om een goed nieuws-show. Voor het eerst in de geschiedenis was heel Europa, inclusief alle staten van de voormalige Sovjet-Unie, doodstraf-vrij. We weten nu dat in 2010 Wit-Rusland alweer executies heeft uitgevoerd, maar het blijft een goed teken. De doodstraf is in heel Latijns-Amerika afgeschaft, en naast de Verenigde Staten voerde alleen het kleine St. Kitts en Nevis een executie uit. Ook in de Verenigde Staten is de trend qua veroordelingen en executies dalende, en ook in Afrika beneden de Sahara waren er maar twee landen (Soedan en Botswana) waar executies werden uitgevoerd. Landen waar relatief veel executies plaatsvonden waren in veel gevallen staten met een sterke mate van politieke onrust, zoals Pakistan, Afghanistan, Irak, en Iran. De gedachte dat de doodstraf in vredestijd een probaat middel is om criminaliteit te bestrijden is duidelijk op zijn retour.


Rechtse blogger geconfronteerd met zijn uitspraken: