Britten worstelen met Europese samenwerking

ELDERS - De Britten hechten aan een onafhankelijke positie in Europa. De anti-EU partij UKIP zou in mei wel eens de Europese verkiezingen kunnen winnen.

Ook het tweede debat tussen de liberale leider Nick Clegg en Nigel Farage van de oppositionele UKIP (United Kingdom Independence Party) is volgens de kijkers in het voordeel van de laatste geëindigd. Bijna 70% wees Farage aan als winnaar. Meer nog dan vorige week. Farage steunt zwaar op een anti-establishment sentiment. De EU, en met name het vrije personenverkeer, is alleen goed voor de rijken. Immigratie heeft in Groot-Brittannië geleid tot een loondaling van 14% sinds 2007, aldus de UKIP-leider. Clegg, voorstander van de EU, verweet zijn tegenstander terug te willen naar de 19e eeuw. Hij overtuigde kennelijk niet voldoende en mag hopen dat hij met zijn uitdaging van Farage nog enig krediet heeft gekregen in het anti-UKIP kamp ten koste van Labour en de Conservatieven. Zijn partner in de regering, de conservatieve premier Cameron, zal zich nu wel twee keer bedenken voordat hij aan een televisiedebat gaat deelnemen. Voor de eveneens behoorlijk eurosceptische en verdeelde conservatieven wordt het op 22 mei extra lastig om zich ten opzichte van het heldere standpunt van UKIP te profileren. Wat beweegt de Britten als het om Europa gaat? BBC-commentator Sam Wilson deed deze week een poging om deze vraag te beantwoorden. It is, to say the least, a complex relationship. 

Groot-Brittannië heeft na de oorlog niet meteen aangehaakt bij de Europese samenwerking, ondanks de aanbevelingen van de beroemde voorganger van Cameron, Winston Churchill . We must build a kind of United States of Europe, zei hij in 1946, direct na de Tweede Wereldoorlog. Toch waren de Britten niet van de partij toen in 1951 de basis werd gelegd voor de Europese integratie in het Verdrag over de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. De EGKS was bepaald niet alleen bedoeld als economisch project voor de wederopbouw van het zozeer beschadigde Europa. Het “nooit meer oorlog” was een belangrijke drijfveer. En de samenwerking tussen twee voormalige aartsvijanden, Frankrijk en Duitsland, inzake deze voor de oorlogvoering zo belangrijke grondstoffen was gezien de Europese geschiedenis revolutionair.  De Britten sloegen vervolgens in 1958 ook een uitnodiging af om mee te doen met de Europese Economische Gemeenschap. Daar kregen ze al snel spijt van, want in 1961 meldde Groot-Brittannië zich alsnog voor deelname. Helaas voor hen was De Gaulle inmiddels president van Frankrijk en de generaal wees tot twee keer toe het Britse verzoek hooghartig af. Pas in 1973 kon het Verenigd Koninkrijk lid worden onder de conservatieve premier Heath. Twee-derde van de Britten steunde hem in een referendum over het lidmaatschap. De belangrijkste tegenstemmers zaten toen op de linkerflank van Labour, zoals de onlangs overleden Tony Benn.

Een trouw lid is het land nooit geworden. Onder Margaret Thatcher (wederom conservatief) begon in de jaren tachtig een proces van afstand nemen, voorbehoud maken en opt-outs bedingen. De Europese samenwerking werd vanaf die tijd volledig in het teken gezet van de neoliberale en Atlantische koers van de IJzeren Lady. Met Tony Blair (Labour) leek er een verandering van koers op komst, maar die werd niet doorgezet. De huidige coalitie-regering onder leiding van David Cameron, conservatief met en sterk verdeelde achterban en Nick Clegg, liberaal en nog steeds pro-Europa, is allesbehalve duidelijk.  Onder druk van zijn eurosceptische vleugel  moest de huidige premier Cameron vorig jaar een referendum over het Britse lidmaatschap van de EU toezeggen. Hij beloofde met de andere Europese leiders te gaan onderhandelen over aanpassing van het  Verdrag van Lissabon in de richting van Britse wensen. Daarna, in 2017, verwacht hij, zullen de Britten zich dan over het resultaat daarvan kunnen uitspreken. Begin dit jaar werd de juridische basis voor zo’n referendum echter weer in twijfel getrokken.

Een complexe relatie, zo kun je het inderdaad wel noemen.

Wat beweegt de Britten in deze geschiedenis? Moeten we deze complexe relatie met de rest van Europa toerekenen aan de eiland-mentaliteit, de voorkeur voor een splendid isolation? Of speelt het imperialistische verleden van de natie die eens de zeeën regeerde ook nog een rol? BBC commentator Wilson komt, verwijzend naar Vernon Bogdanor, een historicus die de relaties tussen Groot-Brittanië en het continent uitvoerig heeft bestudeerd,  tot de slotsom: Britain is used to giving orders, not taking them. En daar zit een probleem dat de EU als geheel parten speelt. Alle regeringsleiders vinden dat ze voor het thuispubliek de Europese besluiten naar zich toe moeten trekken. De Britten zijn er misschien gevoeliger voor dan anderen, maar ook elders zijn politieke leiders bang voor het beeld dat ze door anderen gedwongen zijn om macht af te staan. Het gevolg is dat we de EU vooral waarnemen als een spel tussen grootmachten die niet ophouden zich als zodanig te profileren. Met de koehandel die daarbij hoort en die vaak ten koste gaat van de belangen van 500 miljoen burgers. Zo is het wel erg gemakkelijk om afkeer van Europese samenwerking te creëren.

Zou onderstaand plaatje uit The Guardian over de smog van deze week de eurosceptische Britten misschien van gedachten kunnen veranderen?   Daily air quality index for 2 April 2014

  1. 1

    “De EU, en met name het vrije personenverkeer, is alleen goed voor de rijken.”

    Vertel dat eens tegen de bankiers uit de City. In de UK is de inkomensongelijkheid groter dan in de EU.