Closing Time | Ik wil dansen (remix)
Op Youtube zit een Amerikaanse knul die irritant hyper allerlei Nederlandse plaatsen en plaatsjes bezoekt en van puberaal commentaar voorziet.
Hij maakt echter ook remixes, en dat klinkt lang niet slecht.
Op Youtube zit een Amerikaanse knul die irritant hyper allerlei Nederlandse plaatsen en plaatsjes bezoekt en van puberaal commentaar voorziet.
Hij maakt echter ook remixes, en dat klinkt lang niet slecht.
Zelf dacht ik aan een Japanse uitdrukking, maar het blijkt dat Ke-mo sah-bee de term is die het Indiaanse hulpje van de Lone Ranger voor hem gebruikt, een verbastering van een woord uit enkele inheems-Amerikaanse talen.
Zo leer je nog eens wat.
Hako Yamasaki is een Japanse singer-songwriter die grote successen boekte in de jaren zeventig, in de jaren negentig aan lager wal raakte toen haar platenmaatschappij failliet ging (en haar jarenlang bleek te hebben gepiepeld), en zich uiteindelijk heruitvond.
Help Me is van haar tweede plaat ‘Tsunawatari’ uit 1976. Yamasaki was toen pas 19 jaar oud.
Een aardig raadspelletje bij dit soort videoclips is jezelf de vraag te stellen: uit welk jaar stamt deze muziekclip?
Menig muziekartiest heeft zich beklaagd over de prijs van de roem. Sommigen maakten er zelfs liedjes uit. David Bowie en John Lennon bekritiseerden het in Fame, Nick Cave schildert zelfs een psychose in Oh My Lord.
Sinéad O’Connor wierp haar duit in het zakje met deze cover van van countryzangeres Loretta Lynn uit 1962.
Mocht u meer willen weten over Sinéad O’Connors relatie met hip-hop, dan is hier een aardige introductie.
Een lief liedje voor het slapen gaan. Gezongen in de tv-show van een jonge John Stewart.
Ik zocht eigenlijk nog wat reggae-materiaal van Sinéad O’Connor, maar kwam uit op dit optreden uit 1992 met zanger en bassist John Joseph Wardle, beter bekend onder zijn artiestennaam Jah Wobble.
Aangekondigd door de inmiddels vanwege #metoo-toestanden in opspraak geraakte presentator Phillip Schofield. Ja, het is een klein wereldje.
Als twintigjarige werd Sinéad O’Connor gevraagd om het hoofdnummer te zingen voor een film die the Edge (gitarist van U2) van muzikale omlijsting voorzag. Ze zou tevens meeschrijven aan de tekst. Larry Mullen jr., ook van U2, valt te horen op de drums.
De film Captive (1986) was zeer losjes gebaseerd op het verhaal van miljardairsdochter Patty Hearst, die in 1974 werd ontvoerd door een linkse militante beweging, werd gehersenspoeld en uiteindelijk meedeed aan overvallen
Sinéad O’Connor heeft nog een tijdje het rastafarianisme aangehangen. Uit die tijd stamt onder andere deze cover van Peter Tosh z’n Downpressor Man, dat zelf weer een expliciet antikoloniale cover is van Nina Simone’s Sinnerman.
Het is onvoorstelbaar dat er geen live-opnamen van Sinéad zijn die dit nummer zingt, want dit swingt as een tiet. Ik zou zelfs durven beweren dat dit tot O’Connors beste werk behoort, maar ik ben geen kenner.
De eerste single van haar debuutalbum uit 1987. Wat was ze jong in deze clip. Vol brandende woede, pijn, verdriet.
O’Connor was ook literair geschoold (het onderwijs was dan ook een stuk beter vroeger). Zo verwijst het refrein naar twee regels van de Ierse dichter William Butler Yeats:
Why, what could she have done, being what she is?
Was there another Troy for her to burn?– No Second Troy
Oké, eigenlijk is dit een nummer van Peter Gabriel en Sinéad O’ Connor mag het refrein meezingen. Maar dat doet ze wel lekker.
Voor wie het zich afvraagt: 1992, meer dan dertig jaar geleden. Voelt u zich al een oude zak worden? Ik nog niet, maar dat is waarschijnlijk zelfbedrog.