Witwassen bij de Bank
COLUMN - Na de verschrikkelijke armoede van de post-Tokio jaren, kreeg ik op een gegeven moment een dak boven mijn hoofd en geld van de Sociale Dienst.
Ik had honger geleden, dus het eerste wat ik kocht was voedsel. Beleg bij Bossé Bossé (zo noemden de Wadada boys de slager op Wittenburg, en die naam is zijn hele loopbaan blijven kleven), vers wit brood, 1 pond varkensvlees en aardappelen. Dat waren de dingen die ik had gemist, omdat ze niet in de vuilnisbakken te vinden waren. Vlees wel maar was te link. Ik kocht ook tampons. Ook die vond je niet in de vuilnisbakken. Althans niet in maagdelijke staat.
In retrospectief onvoorstelbaar: het lukte me om te sparen. Getraumatiseerd door de jaren van ontbering, moest en zou ik een appeltje voor de dorst achter de hand hebben. Bovendien was ik gewend geraakt aan indigentie, woonde ik gratis op de Witte Raaf, en verder had je in die tijd nog niet voor elk wissewasje een duur abonnementen nodig. Vriend Willem Otten, die goed boerde en wist van beleggen zei: “Koop er dollars van. De koers is nu extreem laag.”
Dus dat deed ik braaf. Bij mijn bank, de ABN, filiaal op de Sarphatistraat te Amsterdam.
6 biljetten van 100 US$. Totaal $600,-
Een rib uit mijn lijf.