De relevantie van het europact zit hem niet in de inhoud
Een gastbijdrage van David Nederlof, onderzoeker aan de UvA. Het stuk is ook te lezen bij het Montesquieu Instituut.
Het Kamerdebat voorafgaand aan de Europese Raad van 24 en 25 maart over het zogeheten europact, dat verdergaande coördinatie en samenhang van economisch beleid beoogt, ging vooral over soevereiniteit.
Premier Mark Rutte benadrukte dat Nederland wel soevereiniteit aan Europa overdraagt voor de versterking van het Stabiliteit- en Groeipact, maar niet in het kader van het europact. Daarnaast hadden Rutte en Jan-Kees de Jager moeite hun dédain voor het europact te verhullen.
Volgens Rutte staat daar inhoudelijk weinig in en al helemaal niet voor Nederland, dat immers een van de voorbeeldlanden in de Unie is. Al eerder, vlak voor de bijeenkomst van de regeringsleiders van de eurolanden op 11 maart, waar het europact werd overeengekomen, bestempelde hij het voorstel al als ‘een prima stuk papier’.
Inderdaad is het uiteindelijke europact ogenschijnlijk een stevig verwaterde versie van het oorspronkelijke ‘Pact for Competitiveness’ waarmee Merkel op 4 februari de Europese Raad verraste. In tegenstelling tot het voorstel van Merkel bevat het europact geen concrete maatregelen maar slechts algemene doelstellingen, namelijk het stimuleren van concurrentievermogen en werkgelegenheid, het bevorderen van duurzame overheidsfinanciën en het versterken van financiële stabiliteit. Het wordt in beginsel aan de lidstaten zelf overgelaten hoe deze doelstellingen te bereiken.


Kanselier Angela Merkel en president Nicolas Sarkozy hebben de eurolanden compleet verrast. Met eerder onbespreekbare maatregelen dwingen zij hen in een keurslijf ter bescherming van de munt. Het Duits-Franse ‘Pact voor Concurrentiekracht’ zet de Europese instellingen in Brussel buiten spel. De andere eurolanden doen aarzelend mee. Op 11 maart verhoogt een extra topconferentie het noodfonds voor zwakke eurolanden van 560 naar 750 miljard euro.