Aardige Amerikanen en de moraal op zee
Het Amerikaanse vliegdekschip John C. Stennis heeft 13 Iraanse zeelieden bevrijd die op hun eigen vissersboot gevangen werden gehouden door Somalische piraten. De Iraanse vissersboot werd door de piraten gebruikt als “moederschip” voor hun acties. De Amerikanen reageerden op een noodoproep van de vissers, arresteerden de piraten en gaven de boot terug aan de Iraniërs. Vanuit Iran is verheugd gereageerd op deze Amerikaanse actie. De Amerikaanse marine verklaarde in dit soort gevallen zonder onderscheid hulp te bieden.
De NOS maakt er, geïnspireerd door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, een “pikant” verhaal van omdat uitgerekend de John C. Stennis (nomen est omen) onderwerp was van een escalatie van het conflict tussen Iran en de VS. Het vliegdekschip keerde volgens de VS terug naar zijn standplaats in Bahrain, terwijl Iran de VS had gewaarschuwd “uit de buurt te blijven”. Maar wat is er pikant aan onderlinge hulp in noodgevallen? Het is een ongeschreven wet op zee dat je elkaar te hulp schiet als er een schip in nood is. Bij noodsignalen zet je koers naar het schip dat hulp nodig heeft. Dat is een regel die iedereen op zee ten goede komt. Bij alle gevaren die zeelieden lopen kunnen zij hieraan een beetje zekerheid ontlenen dat ze niet in de steek gelaten worden als de nood aan de man komt. Wie je bent, of je nu groot of klein bent, wat je op zee doet, waar je vandaan komt, dat doet er niet toe. Dat kan er ook niet toe doen, want anders werkt de regel niet. De hulp wordt zonder onderscheid geboden zoals de Amerikaanse marine vertelde. En dat is uiteindelijk in ieders belang.

