Er zijn weinig staten die zich zó effectief hebben ingegraven in het morele krediet van een menselijke tragedie – de herinnering aan de Holocaust – als Israël. De Israëlische regering, die zichzelf nadrukkelijk de Joodse staat noemt, bedient zich inmiddels van een strategie van morele chantage: elke kritiek op het land wordt routinematig herschikt tot een aanval op Joden als geheel. Het is een retorische truc die tegelijk doorzichtig en bijzonder effectief is.
Want laten we wel wezen: wie in de politiek durft er nog iets te zeggen als het verwijt “antisemitisme” als een zwaard van Damocles boven ieder debat hangt? Wanneer elk protest tegen een bezetting, tegen kolonisten, tegen de machtsstructuur, automatisch wordt omgebogen tot een verdenking van Jodenhaat, dan verandert het publieke debat in een mijnenveld. En dat is precies de bedoeling.
In deze opzet, en ja, ik noem het met opzet een opzet, fungeert de wereldwijde Joodse gemeenschap als een menselijk schild. Maar niet in de letterlijke betekenis waarin kinderen voor tanks worden gezet. Hier gaat het juist om het welbevinden, de veiligheid, de collectieve waardigheid van Joden overal ter wereld, die permanent als morele afweer worden ingezet. Kritiek op Israël? Dan speel je met vuur, dan riskeer je hun lichamelijk, psychisch en maatschappelijk welzijn. Het is een pervers soort immunisering.