Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) constateert op ‘de Europese dag van de Privacy’ dat het bedroevend gesteld is met de kennis omtrent wat de overheid en bedrijven wel en niet mogen en kunnen weten van je en hoever zij daarin mogen gaan. Maar liefst 70% is daar volgens onderzoek niet goed van op de hoogte.
Daarom heeft de organisatie nu besloten “indringend en soms onaangekondigd onderzoek” te gaan doen naar overtredingen. De organisatie zal ook niet schromen te “dreigen met hoge boetes”.
De voorzitter van de CBP, Kohnstamm, waarschuwde al eerder voor de ontwikkeling van de maatschappij richting een “glazen samenleving”. Als voorbeelden daarvan noemt hij rekeningrijden, de ov-chipcard, het patiëntendossier en het opslaan van telefoongegevens.
“Het moet niet veel gekker worden”
Aldus Kohnstamm. Bij al deze strijdlustige taal vraag ik me wel af waarom deze van een overheidsorganisatie moet komen die als adviesorgaan dient voor diezelfde overheid op het gebied van privacy. Want het takenpakket van het CBP omvat onder andere het geven van advies inzake wetgeving, toetsing van gedragscodes en reglementen, en het verlenen van ontheffingen voor het verwerken van privacy-gevoelige gegevens.
“Het moet niet gekker worden” klinkt mij enigszins hypocriet in de oren, zeker uit de mond van de voorzitter van een organisatie die veel eerder aan de bel had kunnen en moeten trekken.