Het gevaar van grote databanken

Sinds afgelopen maandag moet je je vingerafdrukken achterlaten als je een nieuw paspoort gaat halen. Het plaatje dat mensen vooral kennen uit misdaadseries wordt op de chip in je paspoort geplaatst en komt uiteindelijk in een grote centrale database terecht. Vervolgens kunnen de AIVD en de officier van justitie erbij. Het is vooral bedoeld als opsporingsdatabase waarbij de spil het befaamde ’terrorismebestrijding’ lijkt te zijn. Maar uiteraard zal men er straks niet voor terugschrikken om ook andere misdaden tegen de database aan te houden.
Ook in Engeland wordt op dit moment een database aangelegd, in dit geval van mensen die werken met kinderen. Het doel is van iedereen een risico-inschatting te maken van de kans op misbruik. Als je ooit eens ontslagen bent wegens misbruik of andersoortig venijn dan kom je nooit meer aan de bak. ‘Vetting and barring‘ noemen ze het daar, en de database gaat waarschijnlijk zo rond de elf miljoen namen bevatten. Het zal bestaan uit een onderzoek of je in het verleden kinderen al eens hebt geschaad, hoe erg dat was en hoe groot de kans is dat je het weer zult doen.
Het grote probleem met beide databases is op zich niet eens dat er informatie opgeslagen wordt, maar de hoeveelheid informatie die er opgeslagen wordt. Het argument “als je niets gedaan hebt heb je ook niets te vrezen” gaat nu écht niet meer op. Het zou namelijk wel eens zo kunnen zijn dat je van zulke systemen juist meer te vrezen hebt als je niets gedaan hebt.


