Eigen rechtertje spelen op internet contraproductief?

Het digitale tijdperk waarin iedereen een cameramobieltje heeft rukt op. Beelden van misdaden zijn in toenemende mate voorhanden. Naming and shaming neemt dan ook een hoge vlucht op internet. Een filmpje is zo op Youtube gezet, en sites als GeenStijl – inmiddels de online variant van Opsporing verzocht – besteden er maar wat graag aandacht aan, bij voorkeur als de verdachte een kleurtje heeft.
Op zich lijkt daar niets mis mee, en in veel gevallen geeft de politie zelf de aanzet door beeldmateriaal te publiceren. Maar meestal doet ze dat alleen als het onderzoek vast zit en daar goede redenen voor zijn.
Allereerst worden getuigen beïnvloed door zulke beelden. Ze verwarren zulke beelden met hetgeen ze echt zelf hebben waargenomen. Dat kan een probleem worden bij de vervolging omdat de getuigen zo onbetrouwbaarder worden. Ook is op zulke beelden vaak het slachtoffer van de misdaad te zien, en dat is een inbreuk op de privacy.
Publicatie op het internet kan nog een onbedoeld bij-effect hebben: rechters straffen misschien minder streng in zulke gevallen. Het publiceren van de foto van de verdachte is immers al een straf op zich, wat kan meewegen in het vonnis.