IVF en het Vaticaan: willekeur en valse beschuldigingen
Een kleine week geleden kreeg Robert Edwards, de geestelijke vader van in vitro fertilisatie, oftewel IVF, de nobelprijs voor de geneeskunde. Dankzij de door hem ontwikkelde techniek zijn er nu 4 miljoen mensen op deze wereld die er anders waarschijnlijk niet waren geweest.
De rooms-katholieke kerk, normaliter erg vóór jongens kinderen, zegt dat zij Edwards de Nobelprijs wel gunt omdat hij een nieuw en belangrijk hoofdstuk opende voor de menselijke voortplanting, maar dat hij ook verantwoordelijk is voor het ‘doden’ van niet-teruggeplaatste embryo’s, en voor het ontstaan van een markt voor eicellen.
Allereerst is het wijzen met de beschuldigende vinger naar Edwards als ‘moordenaar’ een beetje onzinnig. Alsof de ontdekking van IVF een eenmalig iets was, dat zonder hem nooit had plaatsgevonden. Daarnaast vergeet de rooms-katholieke kerk dat de eicellen van de vrouw die aan IVF doet sowieso nooit bevrucht zouden worden als de natuur haar beloop gelaten zou worden, en dus – in ogen van de kerk – verspild zouden worden, net als het zaad van haar man.
En dan de volgens de volgens het vaticaan bestaande markt voor eicellen. Bestaat die? Het overgrote deel van de vrouwen gebruikt de eigen eicellen, en embryodonatie is een andere tak van sport en door Edwards nooit uitgewerkt.
