Ingo Piepers

41 Artikelen
14 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

Hot dogs voor Iran

hot-dogPresident Obama heeft een fundamenteel andere diplomatieke aanpak geïntroduceerd, dan zijn voorganger Bush bij voorkeur toepaste: soft power in plaats van hard power. De wereld wordt door Obama genuanceerder, subtieler en met meer empathie benaderd; ook de ‘As van het Kwaad’ – Bush zijn ultieme self-fulfilling Prophecy – is in de herkansing. Obama tracht Amerika’s populariteit te herstellen en op deze wijze een aantal notoire internationale en nationale lastposten de wind uit de zeilen te nemen. Onderdeel van deze strategie is ook zijn bezoek deze week, aan een aantal landen in het Midden-Oosten. Verwacht wordt dat Obama morgen, tijdens een toespraak in Cairo, wederom een demonstratie zal geven van zijn bruggenbouwer capaciteiten.
Er is echter een toenemende scepsis en ongeduld te bespeuren over deze softe aanpak van Obama, zowel in de Verenigde Staten als daarbuiten. In de Verenigde Staten is Dick Cheney, vice-president onder Bush, hiervan de meest uitgesproken vertolker. Dat is geen verrassing: de meest foute en omstreden initiatieven van Bush (waaronder marteling) zijn in belangrijke mate aan de geest van deze man ontsproten.

De scepsis van internationale commentatoren is genuanceerder en vooral ingegeven door de vaststelling dat een aantal kwesties – die potentieel de (wereld)vrede bedreigen – nog steeds niet is opgelost. De belangrijkste kwesties zijn: de nucleaire ambities van Iran (Iran gaat enthousiast door met haar omstreden verrijkkingsprogramma, reden voor Israël een pre-emptieve te overwegen), Israël en de Palestijnen (een tweestatenoplossing is onbespreekbaar voor Israël), het wapengekletter van Noord-Korea (blijft zich gedragen als een kat in het nauw) en de voortdurende en nog steeds escalerende opstand van de Taliban in Afghanistan en Pakistan (waardoor onder andere het nucleair bewapende Pakistan verder dreigt te desintegreren).
Gideon Rachman stelt vandaag in zijn column in de Financial Times, dat het de komende maanden steeds duidelijker zal worden dat soft power beperkingen heeft.
Tja, Obama is ook al vijf maanden bezig. Hoe ongeduldig kan en mag je zijn als het over deze uitermate complexe en risicovolle kwesties gaat, die bovendien niet los van alkaar staan?
Obama volgt de juiste aanpak: alle ‘softe’ oplossingen moeten worden beproefd, het escalatiegevaar in het Midden-Oosten is namelijk veel te groot, om te snel en te makkelijk weer hard power te introduceren.
Een extra complicerende factor voor Obama is dat – aan die indruk kan ik mij niet onttrekken – ook selectief ‘misbruik’ wordt gemaakt van dit escalatiegevaar. Israël speculeert bijvoorbeeld met enige regelmaat publiekelijk over een pre-emptieve aanval op Iran’s nucleaire faciliteiten. Een actie met ongetwijfeld desastreuze gevolgen en dat niet alleen voor het vredesinitiatief van Obama. Deze Israëlische speculaties leveren Netanyahu een zekere onderhandelingspositie op ten opzichte van de VS, onder andere als het gaat over de weigering van Netanyahu om voor de oplossing van het Palestijnse vraagstuk een tweestatenoplossing te accepteren. Ver gezocht? Ik hoop het.
Om Iran te ‘verleiden’ wederom volwaardig te participeren in het internationale systeem, heeft het Amerikaanse State Department, haar ambassades recentelijk geïnformeerd dat ook vertegenwoordigers van de regering van Iran mogen worden uitgenodigd voor de viering van Independence Day op 4 juli. Een dag waarop traditioneel de hot dog in grote aantallen wordt verorberd. Geen middel mag onbeproefd blijven.

Foto: Eric Heupel (cc)

Noord-Korea en de Kunst van het Klemzetten

korea-map1Economische modellen en voorspellingen zijn veelal gebaseerd op de veronderstellingen dat economische actoren rationeel handelen, kosten/baten afwegingen maken, en over ‘alle’ informatie beschikken. Dat is niet realistisch en daarom gaat het ook altijd fout met die economische voorspellingen.
Het zou ook een grove misvatting zijn te veronderstellen dat staten – en in het bijzonder Noord-Korea – altijd rationeel handelen. Noord-Korea dreigt nu met oorlog.
Op zoek naar een gepaste aanpak van Noord-Korea wordt getracht de bedoelingen van dit land te begrijpen. Zo wordt gesuggereerd dat het meest recente nucleaire wapengekletter vooral voor binnenlandse consumptie zou zijn; om de opvolging van Kim Jong il veilig te stellen.
Dan moet je namelijk – volgens deze redenatie – de militairen te vriend houden.
Daadwerkelijk een conflict starten, waar Noord-Korea nu mee dreigt, zou volgens analisten onwaarschijnlijk zijn, omdat dan, na heel veel (nucleair) wapengekletter, Noord-Korea zeker het onderspit zal delven.
Zelfmoord dus. Wie doet dat nu?
Het punt is Noord-Korea = Kim Jong il = een zieke man met een probleem.

De bevolking van Noord-Korea is er voor Kim Jong il, het omgekeerde is niet het geval. Het ontbreekt Noord-Korea aan de nodige /checks and balances/, die nog wel eens een matigend effect willen hebben op al te enthousiaste machthebbers. De dreigende uitspraken van Kim Jong il en zijn regime, zouden weleens geen grootspraak kunnen zijn. Ook Hitler vocht zich dood, en met hem vele landgenoten, in de wetenschap dat het een verloren strijd was. Het punt met Kim Jong il zijn uitspraken is, dat hij zichzelf steeds meer klem zet. De vraag is of hij zonder gezichtsverlies, nog een stap (of twee) terug kan doen. Er is zelfs een moment dat in het gesloten Stalinistische Noord-Korea gezichtsverlies een “issue” wordt.
Wat gebeurt er in geval van een Noord-Koreaanse aanval op Zuid-Korea?
Een mogelijk scenario is dat Noord-Korea zal starten met massale (nucleaire) artilleriebeschietingen, gevolgd door grootschalige infanterie aanvallen. Noord-Korea kan rekenen op felle weerstand van Zuid-Korea en de Verenigde staten. Sinds de wapenstilstand in 1953, zijn aan beide zijden de nodige voorbereidingen getroffen juist voor dit scenario. Men heeft zich goed verschanst. Probleem is dat Seoul op slechts zo’n 50 kilometer afstand ligt. De VS zullen trachten, door middel van offensieve operaties in het achterland van Noord-Korea de Noord-Koreaanse strijdkrachten te verlammen. China zal niet blij zijn; het is hun invloedssfeer.
Tijdens de Koreaanse Oorlog leverde het al te voortvarende Amerikaanse optreden een felle – en actieve – reactie van China op; zij mengden zich in de strijd. Beide landen zullen dit willen voorkomen. De VS hebben er nu ook alle belang bij China bij een gepaste oplossing te betrekken en er geen ‘exclusief’ VS-confict van te maken.
Een andere aanpak van Noord-Korea zou zijn als de Zuid-Koreaanse en Amerikaanse posities aan de grens worden ‘omzeild’, en Noord-Korea (nucleaire) subversieve activiteiten start of beschietingen in het achterland van Zuid-Korea gaat uitvoeren. Volgt dan een grootschalige Zuid-Koreaanse/amerikaanse tegenaanval? dat is niet waarschijnlijk:
China zal dat (diplomatiek) blokkeren. En dat is winst voor Noord-Korea.

Foto: Eric Heupel (cc)

De wereld van Comité Ander Europa

eukaartMet het oog op de Europese verkiezingen volgende week, heb ik me nog eens verdiept in de argumenten van van het Comité Ander Europa, dat in 2005 met succes campagne heeft gevoerd voor afwijzing van de Europese Grondwet.

Aanleiding voor deze ‘verdieping’ was het debat GroenLinks en D66 over Europa: “Wij zijn voor! Wie is tegen?”, gisterenavond in Amsterdam. Ook de SP, in de persoon van Jasper van Dijk en de voorzitter van het Comité Ander Europa, Willem Bos, namen deel aan het debat.

Voor mij is (wederom) een belangrijke constatering: Europa (EU) heeft iedereen wat te bieden: iedereen kan Europa gebruiken en misbruiken. En dat laatste doet ook het Comité Ander Europa.

Het zijn namelijk niet alleen politici die handig verwijzen naar ‘Europa’ als het ingewikkeld wordt (en Europa is te vaak, te ingewikkeld en te ondemocratisch) of de consequenties van impopulaire maatregelen moeten worden afgeschud. Het Comite Ander Europa blijkt namelijk ook handig gebruik te maken van dit mechanisme om haar argumenten kracht bij te zetten: de huidige financiële en economische crisis is de schuld van Europa, werd mij gisteren voorgehouden, dat volgens het Comite eenzijdig het neoliberalisme bevordert en een halt moet worden toegeroepen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Joint Struikel Fighter

jsfenHet besluitvormingsproces voor de vervanging van de F16 is inmiddels het beste te vergelijken met een soap, en met behoorlijke kijkcijfers zelfs. Om nog eens de onzinnigheid van dit proces en het voornemen om die testtoestellen aan te schaffen uit te leggen, lijkt me niet meer nodig en zinvol.
Vanavond was weer een aflevering van deze nationale soap te zien. De besluiteloosheid van de PvdA wordt pijnlijk duidelijk. Het kabinet – inclusief de PvdA-ministers stemmen in – terwijl de PvdA-fractie tegen aanschaf is van de beide testtoestellen. Staatssecretaris De Vries heeft de PvdA-fractie er niet van kunnen overtuigen dat de JSF het “beste vliegtuig is, voor de beste prijs”. Dit ambivalente – maar o zo vertrouwde – PvdA-optreden, siert deze partij niet. Neem nou eens duidelijk een standpunt in. Maar goed de JSF-soap, leidt wel de aandacht af van meer wezenlijke zaken.
Boeiend, maar niet verrassend – ook typisch ‘soap’ – is om te zien dat een belangrijke hoofdrolspeler wederom ontbreekt, en weer niet thuis geeft. Ik doel op onze minister van Defensie Van Middelkoop. Want hoe is het mogelijk dat hij geen acte de présence geeft op dit cruciale moment voor de door hem gekoesterde wens de JSF aan te schaffen? Desnoods neemt hij De Vries mee om zijn hand vast te houden. Ik vermoed dat hij bezig is de strategische visie op de rol van krijgsmacht – en van de Luchtmacht – eindelijk uit te werken; handig om te zijner tijd eens wat zinnigs te kunnen zeggen over de aanschaf van defensiematerieel; vliegtuigen bijvoorbeeld.

Typisch voor een soap is ook dat plotseling een lang dood gewaand familielid of collega weer op de proppen komt. Ook daar was in deze aflevering sprake van. Staatssecretaris De Vries kwam namelijk op de proppen met onze Michiel de Ruyter, die precies 333 jaar geleden is overleden, vertelde hij ons. De Ruyter overleed aan de verwondingen opgelopen tijdens zijn laatste zeeslag in de Baai van Syracuse. Zou hij over een luchtwapen hebben beschikt, dan was dat dat niet gebeurd, zei De Vries.
Zoveel onzin, en een erg slechte poging om nationale sentimenten op te roepen, is zelden opgetekend in zo’n korte tekst. Wat is de relevantie hiervan? Wat is het verband met deze zeeslag, de beide JSF-testtoestellen en de opleiding van onze militairen, waar De Vries vervolgens over rept? ‘Overdrijving’ is overigens wel een typisch kenmerk van een soap. Maar er zijn grenzen, ook voor een soap.
Het was – niet verrassend – een slechte aflevering. De soap duurt te lang, het plot wordt steeds ongeloofwaardiger, de teksten steeds onsamenhangender. Het is tijd dat deze soap stopt.

Foto: Eric Heupel (cc)

De jarige NAVO: Twintig jaar over datum

navo-jarig_klDe Noord-Atlantische Verdragsorganisatie is jarig en wordt op vier april maar liefst zestig jaar. Drie en vier april is er feest, onder andere in Straatsburg. Gefeliciteerd? Ja, maar dan wel met een slap handje.
Kern van het Noord-Atlantische verdrag is artikel 5: “De partijen komen overeen dat een gewapende aanval tegen een of meer van hen in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen hen allen zal worden beschouwd” (bron).
Gedurende deze periode was het bondgenootschap weliswaar niet altijd onomstreden, maar de eerste veertig jaar van de NAVO – tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie – kunnen een succes worden genoemd. In 1949 werd de NAVO opgericht in antwoord op Sovjet-agressie en de vrees dat het nog altijd verzwakte West-Europa daarvan slachtoffer zou kunnen worden.

Maar toen – na 1989 – werd het lastiger; de bestaansgrond van het bondgenootschap viel weg, maar de alliantie werd wel in stand gehouden. Nieuwe missies werden gezocht en soms gevonden, in eerste instantie aangeduid als out of area operaties, dat wil zeggen, operaties buiten het bondgenootschappelijke grondgebied.

Elk bondgenootschappelijk optreden van enige betekenis na 1989, benadrukte echter niet de eenheid en de solidariteit van de NAVO, maar vooral haar verdeeldheid en beperkte militaire effectiviteit. Het meest recente voorbeeld hiervan is de NAVO-operatie in Afghanistan. Maar weinig NAVO-landen dragen bij aan deze operatie van het bondgenootschap, en als dat al het geval is, dan veelal met allerlei restricties, zoals: geen deelname aan gevechtsacties, geen ondersteuning aan bondgenoten die in de problemen komen, of geen patrouilles in bepaalde gebieden of gedurende de nachtelijk uren. ’s Nachts is het voor sommige bondgenoten te donker in Afghanistan.

Foto: Eric Heupel (cc)

Obama’s high risk strategie

Vanmiddag heeft President Obama van de Verenigde Staten ‘zijn’ strategie gepresenteerd, om de ongunstige ontwikkelingen in Afghanistan – en in Pakistan – te stoppen (http://www.nytimes.com/2009/03/26/washington/28prexy.html?hp). Aan deze strategie ligt een reeks analyses ten grondslag, die de afgelopen twee maanden zijn gemaakt. Op hoofdlijnen ziet Obama’s strategie als volgt uit: Doelstelling is het “verstoren, ontmantelen en verslaan’ van Al Qaeda en haar bondgenoten in Afghanistan en in Pakistan. Al Qaeda en haar bondgenoten bereiden volgens onderliggende analyses namelijk nog steeds aanvallen op de VS en op haar belangen en bondgenoten voor. De strategie voorziet onder andere in counter insurgency operaties (17.000 man extra), de training van Afghaanse veiligheidstroepen (4000 man extra), de wederopbouw van onder andere de infrastructuur, en de opbouw van effectieve politieke instituties. Ook worden concrete benchmarks – maatstaven – geïntroduceerd om de implementatie van deze strategie te kunnen ‘meten. Overigens zullen ook maatstaven worden geïntroduceerd voor de Afghaanse en Pakistaanse regering; ook daar worden nu duidelijkere eisen aan gesteld: blanco checks, zijn vanaf nu niet meer zo blanco. “Nieuw” is ook dat getracht wordt om verzoening met gematigde Taliban-elementen te bewerkstelligen. Het vermoeden bestaat – naar aanleiding van ervaringen met Soennitisch verzet in west Irak – dat een aanzienlijk deel van de Taliban strijders met financiële middelen kan worden losgeweekt van de harde kern van deze opstand. Tot slot is nog een belangrijk nieuw element in deze strategie: Obama wil andere stakeholders bij de oorlog in Afghanistan betrekken, onder andere: India, Rusland, China, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi Arabië en een aantal Centraal Aziatische staten. Een regionaal probleem, vraagt om een regionale oplossing, is de gedachte.

In de loop van dit jaar komt de totale troepensterkte van de VS op circa 60.000 man/vrouw; de kosten zullen met 60% stijgen. Momenteel kost deze oorlog de VS 2 miljard dollar per maand.
De laatste maanden is – ook in de media – uitgebreid gediscussieerd over de beste aanpak. Standpunten varieerden van How to leave, tot How to surge. Obama vermijdt het woord surge in zijn strategie, maar daar is wel degelijk sprake van, en dat niet alleen in militair opzicht. Er is namelijk ook sprake van geografische escalatie: Pakistan is nu formeel onderdeel van het – wat wordt genoemd – theatre of operations (strijdtoneel, ook wel aangeduid met de afkorting AFPAK). Ook politiek is het speelveld – zoals gezegd – opnieuw gedefinieerd door andere staten te betrekken bij een duurzame oplossing voor de AFPAK-regio. De aanpak zal 31 maart in Den Haag – tijdens een speciale NAVO – worden besproken.

Foto: Eric Heupel (cc)

Weer tijd voor een Franse Revolutie?

Het Tsjechische kabinet is gevallen, waardoor de toch al zwakke invulling van het voorzitterschap van de Europese Unie door dit land, verder wordt ondermijnd. Ondertussen schroomt de Tsjechische minister-president Topolanek niet om in het Europese Parlement in Straatsburg allerlei krasse uitspraken te doen over de Amerikaanse aanpak van de economische crisis. Ongetwijfeld worden deze ontwikkelingen in menig Europese hoofdstad – en waarschijnlijk ook in Washington – met gekromde tenen gevolgd. En niet in de laatste plaats in Parijs. Je vous ai dit, vindt men ongetwijfeld in Parijs. Een aanscherping van de tegenstellingen tussen Europa en de Verenigde Staten over de aanpak van de Economische crisis voegt nu niets toe.
Met enige regelmaat heeft president Sarkozy zijn bedenkingen over het al te zwakke optreden van Tjechië, nou niet bepaald onder stoelen of banken gestoken. President Sarkozy stak zijn ambities om – vanwege de speciale crisisomstandigheden – een soort voorzittersrol van de Eurozone te willen vervullen, niet onder stoelen of banken. Sarkozy had – dat was en is in ieder geval zijn eigen mening – laten zien hoe die rol kan worden ingevuld. Deze suggestie leverde – niet in de laatste plaats in Berlijn – de nodige gefronste wenkbrauwen op.
Los van de vraag of de Europese spelregels dat toelaten (dat doen ze niet), is het wel een relevante vraag of – onder het motto ‘nood breekt wet’ – door de instelling van een tijdelijke ‘crisisgroep’ de economische belangen van de Europese Unie niet beter kunnen worden behartigd.

De Europese Unie worstelt namelijk met (tenminste) twee problemen die elkaar ook nog eens versterken: de gebrekkige politieke integratie en het ontbreken van ‘instrumenten’ om de geïntegreerde economieën en Eurozone effectief te kunnen besturen, in combinatie met de verplichte halfjaarlijkse wisseling van het Europese voorzitterschap. Verdeeldheid in plaats van eenheid wordt hierdoor verder aangejaagd. Door de halfjaarlijkse wisseling ontbreekt het aan continuïteit in beleid omdat elk land zich in die rol graag wil profileren en eigen stokpaardjes op de politieke agenda zet. Bovendien ontbreekt het menig EU-land aan de bestuurlijke kwaliteiten om deze voorzittersrol naar behoren te kunnen vervullen.
Door de instelling van een dergelijke crisisgroep naar (min of meer) Frans voorbeeld, wordt wel de vrijheid van (nationaal) handelen van Europese staten ingeperkt, in strijd gehandeld met Europese afspraken, maar vooral beoogd het belang van Europa beter te dienen. Kort gezegd, een Franse Revolutie met nu als wapenspreuk: “minder vrijheid, minder gelijkheid, maar wel meer broederschap”. Wat mij betreft is zo’n crisisaanpak het proberen waard; er staat veel op het spel.

Foto: Eric Heupel (cc)

Hoezo: “Van wie is de onderklasse?”

Volgende maand vindt in Amsterdam een debat plaats tussen VVD-leider Rutte en PvdA-fractievoorzitter Hamer, met als titel: “Van wie is de onderklasse?”. Bij het lezen van NRC Handelsblad ben ik herhaaldelijk ‘geconfronteerd’ met een advertentie voor dit debat. ‘Geconfronteerd’ is het juiste woord, want de titel van dit debat roept bij mij nogal wat ergenis op. Waarom? Daar zijn meerdere redenen voor: ten eerste het gebruik van het woord ‘onderklasse’, ten tweede de veronderstelling dat die ‘onderklasse’ van iemand – een politieke partij – zou kunnen zijn; een soort bezit is, en tot slot de pretenties van beide politici dat zij op deze ‘onderklasse’ een ‘claim’ op zouden kunnen leggen. Is dit alles nog van deze tijd? Voor mij maken beide politici vooral duidelijk dat hun politieke ideologieën grotendeels achterhaald zijn, en dat zij nog steeds geen adequaat antwoord hebben kunnen formuleren op een aantal fundamentele veranderingen in onze maatschappij.

Het woord ‘klasse’ veronderstelt namelijk een zekere hiërarchie en impliceert ook een zeker waardeoordeel. Niet zo gepast en nogal hooghartig, vooral als dan ook nog het ‘bezit’ van deze groep mensen wordt geclaimd. Beide partijen laten hier hun paternalisme en betweterigheid zien, in plaats van de autonomie van het individu centraal te stellen. Democratie veronderstelt juist dat mensen prima in staat zijn mee te denken en mee te stemmen over hun eigen toekomst. De titel van het debat maakt ook duidelijk dat beide partijen nog niet klaar zijn met hun fundamentele zoektocht naar een nieuwe identiteit. Dat belooft nog veel gezwalk en populisme.

Foto: Eric Heupel (cc)

Never Waste a Good Crisis? Wij wel

Een crisis levert niet alleen bedreigingen op, maar vaak ook kansen. Dit gegeven ontlokte functionarissen van Obama’s regering de uitspraak: Never waste a good crisis, ongetwijfeld ook om in deze barre tijden niet verder ten prooi te vallen aan defaitisme en vooral optimisme uit te stralen. Echter, het zijn voor Obama voorlopig vooral bedreigingen waarmee hij en zijn regering worden geconfronteerd, veel kansen zijn er nog niet, of ontglippen aan politieke controle. Critici beweren dat Obama’s ambitieuze en overvolle agenda daar mede debet aan is.
Europa gaat het overigens niet beter af, en blijkt niet in staat om snel – en snelheid is zeker vereist om de economische schade te bepreken – en eendrachtig een adequaat antwoord op de crisis te formuleren. Ondanks de mooie woorden die ook vandaag weer uit Brussel komen: het is nog steeds business as usual. Europa wordt nu geconfronteerd met haar gebrekkige politieke integratie: instrumenten ontbreken voor effectieve besturing van de Europese economie en monetaire eenheid. Het roterende voorzitterschap van de Europese Unie is ook niet echte behulpzaam voor een adequate aanpak van de crisis, integendeel. Dat moet veranderen.
Wat ook niet helpt, is dat een mondiaal antwoord op deze mondiale crisis nog niet in zicht is. Een mondiaal antwoord – geccordineerde actie – is noodzakelijk omdat een functionerende economische groeimoto – die de rest van de wereld uit het slop kan trekken – van enige betekenis ontbreekt. Ook op dit front voorlopig nog meer bedreigingen dan kansen: de Verenigde Staten en Europa zijn namelijk nog steeds verdeeld over de aanpak van de crisis: moet de nadruk nu liggen op stimuleren (VS) of op reguleren (EU) (zie: Atlantic rift over stimulus widens)?

Toch lijkt er een soort ‘lachende derde’ te zijn, een land dat wel bepaalde kansen grijpt. dat is China. China benut nu haar sterke cashpositie en de lage prijzen van grondstoffen – als gevolg van een ingezakte vraag – om wereldwijd (potentieel) schaarse hulpbronnen op te kopen (zie: China gearing up in crisis to emerge even stronger). De Chinezen zelf noemen het hun Going Out strategie (zie: China likely to be stronger after crisis). De Verenigde Staten en Europa hebben vooral het nakijken. De economische crisis zorgt dus voor een herverdeling van macht en invloed, met als resultaat dat China haar concurrentiepositie structureel verbetert.
Daarmee is overigens niet gezegd dat de crisis ongemerkt aan China voorbijtrekt; dat is zeker niet het geval. In China dreigt als gevolg van de crisis toenemend werkeloosheid en sociale onrust. De vraag is of deze sociale onrust kan worden ‘beteugeld’, zeker gelet op de gebrekkige (niet-democratische) legitimiteit van de Chinese politieke leiders. Grootschalige omscholingsprogramma’s – die in China worden opgezet – spelen daar een rol in; niet alleen om mensen ‘van de straat te houden’, maar ook om ze beter te kwalificeren voor een volgende economische groeifase. China streeft ernaar haar exportafhankelijkheid structureel terug te dringen, en in de toekomst meer groei te ontlenen aan consumptie in eigen land.
Never waste a good crisis, het klinkt goed, maar voor ons in Europa is dat vooralsnog wel het geval. Going Nowhere in plaats van Going Out. Het was overigens een Chinees – de strateeg Sun Tzu, tevens auteur van The Art of War – die zo’n vierhonderd jaar voor onze jaartelling al wees op de kansen die een crisis kan bieden.

Foto: Eric Heupel (cc)

De EU in 2009: Erop of eronder?

euflagDat het niet zo goed gaat, dat kwartje is nu wel gevallen. Maar we zijn er nog niet: de totale uitwerking van de crisis is nog lang niet duidelijk; de ‘bodem’ is nog niet bereikt. De crisis – lijkt het – krijgt steeds weer een nieuwe wending en blijft verrassen.

Internationale samenwerking, investeringen en internationale uitbesteding van (economische) activiteiten hebben in belangrijke mate bijgedragen aan onze welvaart. Nu worden we vooral geconfronteerd met de keerzijde van deze eens productieve verwevenheid. Er is nu sprake van wat wel een systeem failure wordt genoemd, waarbij falende onderdelen van het financiële en economische systeem, door middel van een kettingreactie en lawine-effecten, steeds weer nieuwe falende onderdelen veroorzaken. En dat proces lijkt maar niet te stoppen.

Als gevolg van deze systeem failure wordt ook de Europese Unie geconfronteerd met een reeks uitdagingen. Waar we nu tegen aanlopen is dat enerzijds lidstaten niet meer onafhankelijk en effectief kunnen optreden tegen de gevolgen van deze crisis, maar dat anderzijds het Europese financiële besturingsmodel onvoldoende is ontwikkeld om snel en adequaat een antwoord te kunnen formuleren op allerlei ‘nieuwe’ bedreigingen.

Europese actie is nu onder andere vereist om banken in Oost en Centraal Europa te ondersteunen: door de economische en kredietcrisis – en de reactie van West-Europese banken daarop – is namelijk onvoldoende krediet beschikbaar in deze landen, waardoor banken dreigen te falen, begrotingstekorten niet meer kunnen worden gefinancierd, de lokale munteenheden verzwakken, waardoor vervolgens (nog terug te betalen) Euroleningen steeds duurder worden, etc. etc. Weer zo’n lastige kettingreactie. Gecoördineerde actie van de EU is helaas niet vanzelfsprekend: Europese landen (evenals de VS overigens) neigen in reactie op de crisis steeds vaker – reflexmatig – naar protectionistische maatregelen, terwijl juist die (op langere termijn) veel minder effectief, maar wel kostbaarder zijn. Eenheid is nu vooral geboden.

Foto: Eric Heupel (cc)

Crisis is nog een reden voor uitstel aanschaf JSF

jsf“De aanschaf van twee testtoestellen van de Joint Strike Fighter (JSF) mag niet worden uitgesteld vanwege de economische crisis. Dat heeft staatssecretaris van Defensie Jack de Vries (CDA) woensdag gezegd in de Tweede Kamer, aldus Trouw. Dit was de reactie van De Vries op een suggestie van PvdA-Kamerlid Eijsink. De Vries zei ‘erg geschrokken’ te zijn van deze suggestie. “U zegt nu publiekelijk honderden miljoenen te willen bezuinigen op Defensie.”

Duidelijk is dat De Vries met de aanschaf van deze testtoestellen vooral een voldongen feit wil creëren. Op het standpunt van De Vries – ik doel op de voorgenomen vervanging van de F-16 door de JSF, en de argumentatie die erbij gesleept wordt – valt namelijk nogal het nodige af te dingen.

Ten eerste, uitstel en afzien van aanschaf van twee testtoestellen, is wat anders dan een bezuiniging. Maar zou het natuurlijk wel kunnen worden. De Vries zijn opmerking dat hierdoor verwarring wordt gezaaid bij de krijgsmacht, valt – denkt hij – misschien ‘goed’ bij zijn achterban, maar zo snel laat de krijgsmacht zich nu ook weer niet in verwarring brengen. Dat nog los van de vraag, of het draagvlak bij de krijgsmacht voor deze mega-investering nu wel zo groot is. Deze mega-investering sluit namelijk andere investeringen uit, of resulteert in uitstel daarvan. Is dat gewenst? Wie weet dat eigenlijk? Is (ook) politiek eigenlijk wel duidelijk welke trade-offs besloten liggen in de aanschaf van de JSF? Volgens mij niet.

Foto: Eric Heupel (cc)

Van Middelkoop weer in de knoop

De verleiding is groot, maar ik doe het toch niet: een verband leggen tussen het geklungel van Minister van Defensie Van Middelkoop ‘te land, ter zee en in de lucht’, en nu ook nog op het ijs. De media, met de Telegraaf voorop, ruiken bloed, en pakken hem aan (Telegraaf: “Minister jokt over interview”). Liegen tegen de Telegraaf? Creatief omgaan met nieuws en interviews? Dat mag natuurlijk niet iedereen, zeker niet een minister (Volkskrant).

Het gaat weer over Uruzgan. Wordt de missie nogmaals verlengd, vanaf 2010? Verhagen wil wel, Van Middelkoop begint het te willen. Krasse uitspraken van Van Middelkoop (in december tegen een Telegraafjournalist) – dat wat hem betreft verlenging uitgesloten is – die wil je dan wel vergeten. Eerst sprak Van Middelkoop voor zijn beurt (toen de eerste verlenging aan de orde was en hij vooruitliep op een Kabinetsbesluit, en hij daarmee de Nederlandse onderhandelingspositie ondermijnde), nu spreekt Van Middelkoop na zijn beurt. Lastig die timing.

Sargasso publiceerde begin november al een profetisch artikel met de titel: “Kabinet besluit toch tot tweede verlening Uruzgan tot tenminste 2012” (Sargasso). Dit artikel was – en is – gedateerd in de toekomst: 18 maart 2009. En zie: de inleidende beschietingen en eerste manoeuvres – nu nog politiek – zijn inderdaad begonnen. De hete adem van President Obama wordt al gevoeld (FT.com). Naar aanleiding van dit Sargasso-artikel verzekerde een Tweede Kamerlid mij met grote stelligheid dat verlenging echt niet aan de orde kan zijn. Ik ben benieuwd.

Vorige Volgende