Een goed bonusjaar
De bonussen zullen alleen maar stijgen, zegt organisatiepsycholoog Marlies Brenters in deze gastbijdrage.
Ondanks de publieke weerstand tegen wat ooit werd aangeduid als exorbitante zelfverrijking, hebben topbestuurders in Nederland vorig jaar hogere bonussen opgestreken. De directeuren verdienden in totaal 41,6 miljoen euro met het verzilveren van opties en aandelen. Dat is een stijging van 34 procent, zo blijkt uit onderzoek van De Volkskrant. De hoogste bonus is voor Eric Meurice van ASML. Hij toucheerde vorig jaar 6,7 miljoen voor zijn inspanningen.
In deze tijden van crisis waarbij van werknemers wordt gevraagd om af te zien van salarisverhoging, aarzelen de topmannen en topvrouwen niet om zichzelf rijkelijk te bedelen. Daarover bestaat kennelijk geen gêne. De inkomenskloof tussen de top en de werkvloer wordt steeds groter, maar dat leidt niet tot enige zelfmatiging bij degenen die het in ondernemend Nederland voor het zeggen hebben. In tegendeel. En dat is niet vreemd als je begrijpt hoe mensen, en dus ook bestuurders, hun eigen gedrag goedpraten.
Allereerst overschatten mensen altijd hun eigen aandeel in succes. Als het goed gaat met hun bedrijf zijn bestuurders geneigd om te denken dat dit komt omdat zijzelf zo goed zijn. Natuurlijk zijn ze heel belangrijk voor het succes, want zij bepalen de strategie. Maar daarmee nog niet het resultaat. Dat hangt op de collectieve inzet en prestatie van alle medewerkers. Minstens even doorslaggevend voor goede bedrijfsresultaten zijn de externe omstandigheden die maken dat je als bedrijf de wind mee of tegen hebt. Is bijvoorbeeld ASML niet ook zo succesvol omdat de vraag naar smartphones en tablets zo groot is? Dat het goed gaat met dit bedrijf is vooral ook te danken aan hightech elektronica giganten als Samsung, Apple en Nokia die de markt aanjagen voor de chipmachines die ASML levert.

