Wie luidt de noodklok voor de voedselbanken?
De nood is hoog bij de Nederlandse voedselbanken, zegt Les Clochards.
Mijn moeder doorliep in de jaren vijftig wat toen ‘de Kweekschool’ heette. In haar geval was dat een door nonnen gerund instituut in een middelgrote stad in het toen nog zeer Roomsch Katholieke zuiden des lands.
In de buurt van ‘de Kweek’ lag een klooster van een bedelorde. Dat waren toen nog wat de naam al aangaf bedel-ordes: monnikken of nonnen die leefden van wat hen door de mensen werd gegeven. Ze gingen in die tijd soms ook nog echt langs de deuren uit bedelen, al was dat ook destijds al een uitstervende gewoonte.
Het klooster had een noodklok: een klok die uitsluitend werd geluid als de bewoners van het klooster helemaal niets meer hadden en zich moesten gaan afvragen wat ze de volgende dag zouden eten. Met die noodklok werd de nijpende aard van de situatie den volke kond gedaan en die reageerde daar doorgaans direct op.
Het werd als een grote schande ervaren als de noodklok werd geluid, want het betekende dat de mensen niet goed genoeg voor de kloosterlingen hadden gezorgd. De heftigheid van die emotie kan worden geillustreerd met het feit dat in de minstens vijf jaar dat mijn moeder op ‘de Kweek’ zat, die noodklok slechts éénmaal heeft geluid.
In deze tijden van crisis, bezuinigingen en werkeloosheid lijkt het een aantrekkelijke optie: