Gastauteur

2.322 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Sebastiaan ter Burg (cc)

Henk Krol legt zwakte EPD bloot

ANALYSE - De ‘hacker’-zaak tegen Henk Krol moet ons zorgen baren over het Elektronisch Patiëntendossier, zegt informaticus Wim Voets.

50PLUS-Kamerlid Henk Krol moest vorige week in ‘s-Hertogenbosch voorkomen wegens het hacken van het patiëntensysteem van Diagnostiek voor U. Is wat Krol deed relevant voor het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) dat woensdag groen licht kreeg?

Waar de krantenkoppen spraken van ‘Henk Krol hackt’, bleek het hier te gaan om een andere zwakke plek in de beveiliging: een patiënt die het wachtwoord hoorde toen zijn behandelende arts niet in zijn systeem kon en dat wachtwoord doorkreeg van de helpdesk. Dat was dus een variant op het wachtwoord lezen van dat gele stickertje op de monitor.

Vijf cijfers

Het wachtwoord bleek te bestaan uit vijf cijfers en was identiek aan de inlognaam. Als een twaalfjarige een gratis spelletje wil downloaden op zijn iPad, dan zijn dit de eisen waaraan het wachtwoord bij Apple moet voldoen: de minimaal acht tekens moeten bestaan uit tenminste één letter, één hoofdletter en één cijfer, er mogen niet drie dezelfde tekens achter elkaar in staan en het mag niet hetzelfde zijn als je inlognaam. En ieder half jaar moet je een nieuw wachtwoord verzinnen.

Foto: Martijn van Exel (cc)

Nederland rijtjeswoningland

DATA - In geen enkel ander Europees land wonen er meer mensen in rijtjeshuizen dan in Nederland. Dat blijkt uit cijfers van Eurostat, de databank van de Europese Unie (EU). Ruim zes op de tien mensen woont in een rijtjeswoning, zo blijkt uit de cijfers.

Alleen in Ierland en het Verenigd Koninkrijk zijn rijtjeshuizen vergelijkbaar populair; ook daar woont zo’n 60 procent van de bevolking in een tussenwoning.

Vrijstaande woningen en flatwoningen komen daarentegen juist een stuk minder voor in Nederland. Nog geen 20 procent van de Nederlanders woont in een flat en dat is vrij laag binnen de EU. Er zijn landen, zoals Ierland en Noorwegen, waar dat percentage nog lager is, maar in de meeste landen wonen er relatief veel meer mensen in een appartement in een flat. De hoogste percentages zijn te vinden in het voormalige Oostblok, met Letland als koploper (65,4 procent).

‘Een rijtjeswoning is deel van onze cultuur. Er is wel markt voor appartementen in flats, maar veel mensen willen toch graag een woning met een tuintje. Dat is het referentiekader’, legt Kees Dol uit. Hij werkt bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft, dat zich richt op wonen en bouwen. Volgens Dol willen veel mensen een grondgebonden woning, want ‘de flats in Nederland zijn vaak niet heel ruim.’

Foto: andres musta (cc)

Thierry Baudet is een drogredenaar

RECENSIE - Mihai Martoiu Ticu las De aanval op de natiestaat van Thierry Baudet. Volgens Martoiu Ticu slaat Baudet de plank volledig mis.

Bij het lezen van het boek De aanval op de natiestaat viel het me op dat Thierry Baudet telkens uit zijn duim zuigt.

Bijvoorbeeld dat er geen universele mensenrechten zouden bestaan:

Strikt juridisch gezien bestaan er dus geen universele rechten. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (1948) mist elke rechtskracht omdat het een verklaring is en geen verdrag. De internationale verdragen inzake Burgerrechten en Politieke Rechten enerzijds, en Economische, Sociale en Culturele rechten anderzijds (beide gesloten in 1966) stellen niet dat ze ‘mensenrechten’ codificeren, maar burgerrechten, politieke rechten, economische rechten, enzovoorts. Wat deze rechten overigens betreft: ze bestrijken een zo breed spectrum aan beleidsgebieden dat ze het hele idee van universeel natuurrecht dat altijd en overal in gelijke mate zou gelden, volkomen uithollen.[mijn vet]

Verderop zegt hij:

Niet alleen bestaan universele mensenrechten dus niet omdat ze nooit zijn vastgelegd en niet geclaimd kunnen worden. [mijn vet]

Dus Baudet beweert drie dingen, die ik verder zal bestrijden:

  • Dat de mensenrechten nooit zijn vastgelegd.
  • Dat er geen universele mensenrechten bestaan.
  • Foto: ANS-online (cc)

    Geert en het referendum

    ANALYSE - Geert Wilders heeft iets met referenda. Nu wil hij stemmen over een referendum over de EU. Daarmee borduurt hij voort op werk van PvdA, GroenLinks en D66, zegt Clara Mens.

    Moet er een referendum komen over ons land uit de Europese Unie treden? Daarover debatteerde Geert Wilders afgelopen dinsdag met Diederik Samsom. Geert vroeg Diederik nog eens na te denken over zo’n referendum. Diederik gaf een antwoord waarvan hij later wellicht spijt had. Het antwoord kwam er namelijk op neer dat je voor referenda bij de PvdA aan het juiste adres was. De PvdA-fractie had immers al jaren geleden een initiatiefwetsvoorstel over referenda aanhangig gemaakt. Dat maakte een raadgevend referendum mogelijk ‘over vrijwel elk denkbaar onderwerp.’

    Prima, zei Geert, laten we daar dan zo snel mogelijk over stemmen. Woensdag vroeg hij bij de regeling van werkzaamheden om het wetsvoorstel volgende week donderdag in stemming te brengen. En hij kreeg zijn zin. Daarmee is het door Wilders zo gewenste referendum over het verlaten van de Europese Unie echter geen stap dichterbij gekomen. Het voorstel in kwestie gaat namelijk alleen over referenda die wetten of de stilzwijgende goedkeuring van verdragen die binnen het Koninkrijk alleen voor Nederland gelden betreffen (artikel 4).

    Foto: FaceMePLS (cc)

    Sociaal

    COLUMN - Een sociaal leenstelsel voor studenten is niet sociaal. Het is een middel dat past in een ieder-voor-zich-wereld.

    Voor onze minister van Onderwijs is het allemaal heel simpel. Als je gaat studeren, ga je later ook meer verdienen en dus is het logisch dat je investeert in je toekomst en geld leent om je studie te kunnen bekostigen. Chesterton zei het al: ‘logic is the hallmark of the madman.’

    Er zijn twee dingen mis met de bewering dat een hogere opleiding leidt tot een hoger inkomen. Het klopt niet en het deugt niet. Wat dat eerste betreft: statistisch zal het best waar zijn dat mensen met een hogere opleiding gemiddeld (hier staat het toverwoord) meer verdienen dan mensen met een lagere opleiding. Toch ken ik in mijn omgeving uitsluitend academici die van aanzienlijk minder moeten leven dan mensen die -zeg maar- een echt vak geleerd hebben, zoals loodgieter of timmerman.

    Mijn ouders -geen van beiden academisch opgeleid, maar wel hoger beroepsonderwijs gehad- wilden niet geloven dat ik -wel academisch opgeleid- eerlijk was over mijn inkomen. Zo weinig als ik verdiende -in een functie waarvoor zo’n opleiding ook nodig was- dat kon in hun ogen niet waar zijn. Decennialang hebben ze gemeend dat ik mezelf zieliger voordeed dan ik was om af en toe bij ze te kunnen aankloppen -wat ik trouwens nooit heb gedaan, maar dat terzijde.

    Foto: Derek Bridges (cc)

    BP is veel te optimistisch over olieproductie

    ANALYSE - Oliebedrijf BP is optimistisch in zijn nieuwe jaarlijkse BP Energy Review. Veel te optimistisch, constateert oliedeskundige Peter Polder.

    In zijn jaarlijkse BP Energy Review laat oliebedrijf BP zich steevast van zijn zonnigste kant zien. De BP Energy Review en bijbehorende website is een van de weinige gratis bronnen waarin cijfers te vinden zijn over olie, gas en steenkool en wordt daarom veel geciteerd door journalisten en studenten. En dat is jammer, want de cijfers en de conclusies van BP lijken gekleurd te worden door de belangen van BP. Het is dan ook niet voor niets dat het rapport afgeleverd wordt met een disclaimer. BP staat niet in voor de conclusies, aangezien de toekomst van energiewinning niet te voorspellen valt.

    Een van de zaken die BP niet correct durft weer te geven zijn de oliereserves van de OPEC-lidstaten. Het is een publiek geheim dat die met minstens 300 miljard vaten overdreven zijn. BP beheert een fors deel van de oliebronnen in de Verenigde Arabische Emiraten en wist op basis van eigen data eerder een flink lagere inschatting te maken. Dat werd ter plaatse niet op prijs gesteld en na een stevige waarschuwing aan BP besloot het bedrijf zich voortaan te houden aan de officiële inschattingen.

    Foto: Bart (cc)

    Zomervakantie in Nederland veel te lang

    OPINIE - De zomervakantie voor scholieren duurt te lang, en helpt Nederland niet, betoogt docent Jelle Verwer.

    De positie van Nederland als hoogwaardige kenniseconomie zal de komende jaren verder onder druk komen te staan. Concurrerende landen en economieën besteden in een aantal gevallen meer geld aan het onderwijs, zijn beter in staat om talent enthousiast te maken voor een carrière als leerkracht of durven scherpere beleidskeuzes te maken. Nederland hoeft echter niet bij de pakken neer te gaan zitten. Door de bank genomen is het Nederlandse onderwijs nog steeds in goede staat, wordt er hard gewerkt aan de kwaliteit en zijn een aantal verbeteringen makkelijker te realiseren dan wordt gedacht.

    Eén van die relatief eenvoudige, maar doeltreffende, verbeteringen is het hervormen van de schoolvakanties in het Nederlandse onderwijs. ‘Dat scholen tijdens de vakantie sluiten, stamt uit de agrarische tijd, toen er in juli en augustus veel werk op het land was,’ is te lezen op Wikipedia. Het schoolsysteem is in zekere zin dus op te vatten als een afspiegeling van de verhoudingen in de maatschappij. In dit geval heeft het systeem zich echter niet aangepast aan de omstandigheden die zijn veranderd. Kinderen werken immers al lang niet meer op het land. Dat is tegenwoordig zelfs bij wet verboden. Daar komt bij dat het een aantal voordelen oplevert om de opzet van de vakanties te wijzigen.

    Foto: Thomas Geersing (cc)

    Graaiende zorgbestuurders overgeleverd aan Brinkman en Gerbrands

    ACHTERGROND - Zorgbestuurders stapten eerder dit jaar naar de rechter vanwege het aan banden leggen van de topinkomens in de publieke sector. Maar de rechter stelde hen in het ongelijk. Clara Mens geeft achtergrond bij de ‘graaiende zorgbestuurders.’

    Wie er als topfunctionaris in de zorgsector warmpjes bijzit en dan toch durft te klagen bij de rechter over de per 1 januari 2013 in werking getreden Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Wnt), loopt uiteraard het risico in de publieke opinie verketterd te worden. Dit artikel beoogt zeker geen sympathie te kweken voor de zorgbestuurders in kwestie. Integendeel. Wat deze bijdrage wel beoogt, is iets te vertellen over de achtergronden van het conflict dat recent voor € 816 aan salaris advocaat en € 575 aan griffierecht (gemeenschapsgeld?) door de voorzieningenrechter werd beslecht.

    Commissie-Dijkstal

    De discussie over topsalarissen in de publieke en semipublieke sector is niet nieuw. In haar rapport ‘Over dienen en verdienen’ uit april 2004 concludeerde de commissie-Dijkstal dat de salarisstructuur in de publieke sector (in dit geval vooral de ambtenarensector) oorspronkelijk gebaseerd was op de gedachte dat de minister, gezien zijn staatsrechtelijke positie en verantwoordelijkheden, het hoogste salaris behoort te hebben. Vervolgens constateerde zij dat die oorspronkelijke gedachte in de praktijk niet meer verwezenlijkt werd. Diverse topfunctionarissen verdienden aanzienlijk meer dan een minister. Daarbij was de commissie – die overigens breed was samengesteld met naast Dijkstal (VVD) ook Andrée van Es (GroenLinks), Jan Hendrikx (CDA) en Coen Teulings (PvdA) – van mening dat dit onder meer te wijten was aan een salarisachterstand bij ministers. Anders gezegd: het probleem was niet direct dat topfunctionarissen teveel verdienden, ministers verdienden gewoon te weinig. De commissie signaleerde een salarisachterstand van ongeveer 30% ten opzichte van rijksambtenaren. Mede gelet op het feit dat de ministerssalarissen volgens de commissie in internationaal perspectief sober waren, adviseerde zij de achterstand weg te werken, de ministers opslag te geven en aldus het uitgangspunt te herstellen dat het ministerssalaris vertrekpunt is voor het loongebouw van de publieke sector.

    Foto: Kennisland (cc)

    De ‘Zijlstra-manoeuvre’ en de langstudeerboete

    ANALYSE - De langstudeerboete werd na de Tweede Kamerverkiezingen in september afgeschaft, maar staatsrechtelijk gezien handelde Halbe Zijlstra niet helemaal op de juiste manier.

    Vandaag stemt de Eerste Kamer over de intrekking van de langstudeermaatregel. Het dossier dat rondom de verkiezingen volop in de media is bekritiseerd, bejubeld en bespot, mag nu rekenen op volledige mediastilte. Slechts enkelen zullen zich realiseren dat de langstudeermaatregel formeel tot op de dag van vandaag is blijven voortbestaan en nu aan het begin van het einde is gekomen van zijn tocht naar de intrekking. De Senaatsvergadering van vandaag zal waarschijnlijk de guillotine – terecht – laten vallen. Evenwel kunnen de Senatoren (zeer theoretisch) het voorstel nog afstemmen, wat direct een merkwaardige maar interessante situatie zou opleveren. Ik denk echter niet dat we ons op zo’n staatsrechtelijke traktatie mogen verheugen.

    Hoewel het einde van dit discutabele dossier dus in zicht is, kleeft er nog wel een wrange (na)smaak aan de gebeurtenissen van de voorbije maanden. Een smaak die in alle juridische en politieke commotie over dit onderwerp – naar mijn weten – nog niet eerder is benoemd: kón staatssecretaris Zijlstra wel zomaar weigeren een geldig en democratisch tot stand gekomen wettelijke regeling uit te voeren?

    Foto: Micah Baldwin (cc)

    Een grotere hooiberg alstublieft

    ACHTERGROND - Het DNA-onderzoek dat de moordenaar van Marianne Vaatstra onthulde, noopte twee kwaliteitskranten ertoe te pleiten voor een landelijke database met DNA-profielen van alle Nederlanders. Dirk Janssen onderzocht voor Apache of dat een goed idee is.

    De moord op Marianne Vaatstra werd pas dertien jaar na dato opgelost omdat het voorheen niet mogelijk was een DNA-screening te doen. In 1999, toen de moord gepleegd werd, was dat volledig handwerk. In 2012 was grootschalig DNA-onderzoek mogelijk en leverde het -zoals bekend- een match op met een lokale boer, Jasper S., die inmiddels bekend heeft.

    Het succes van de DNA-screening leidde tot verschillende oproepen tot een landelijke DNA-database, onder andere door NRC-columnist Steven de Jong en Volkskrantredacteur Maarten Keulemans. Want daar kun je boeven mee vangen, was het argument.

    Database

    Voorstanders van een landelijke database voeren het argument aan dat je uit forensische DNA-analyses geen persoonlijke kenmerken kunt aflezen. Dat klopt.  Dit is geen DNA-analyse die in kaart brengt welke genen iemand heeft en vervolgens concludeert dat het gaat om iemand gaat met zwart haar, bruine ogen, aanleg voor sikkelcelanemie en een haakneus, dus dat het wel een asielzoeker zal zijn.

    Het is wat minder geavanceerd dan dat. Forensische DNA-analyse meet de lengte van verschillende stukken DNA (een “locus”) die bij iedereen voorkomen. Omdat de lengte van die stukken per persoon verschilt ontstaat er een persoonsspecifieke “streepjescode”, ook wel een DNA-profiel genoemd. Dat DNA-profiel is praktisch uniek, tenzij je met een eeneiige tweeling te maken hebt. Je kunt er wel in aflezen of iemand familie is, want dan heb je waarschijnlijk een aantal identieke stukken uit een gemeenschappelijke voorouder. Maar verder is het privacy-argument dus niet erg relevant.

    Foto: Ian Britton (cc)

    Forse groei cameratoezicht

    ANALYSE - Het aantal gemeenten dat cameratoezicht is gestart, is in 2012 fors gegroeid. Vijf gemeenten besloten ermee te stoppen. Dat blijkt uit een analyse van cameradeskundige Sander Flight. 

    In 2012 namen 32 Nederlandse gemeenten het besluit een nieuw cameraproject te starten. Dat is bijna net zoveel als in 2011 toen 36 gemeenten hiervoor kozen. Vijf gemeenten kozen ervoor geen camera’s op te hangen. Daarnaast werden er zes cameraprojecten in vijf gemeenten beëindigd. De meeste gemeentelijke camera’s werden opgehangen in uitgaansgebieden, daarna volgen op afstand bedrijventerreinen en winkelgebieden.

    De gemeenten die kozen voor extra cameratoezicht variëren sterk in omvang. Er zitten grote steden bij zoals Amsterdam, Den Haag, Amersfoort, Amstelveen, Enschede, Haarlem en Zwolle. Maar ook kleinere gemeenten besloten toezicht te gaan houden met camera’s, zoals bijvoorbeeld Culemborg, Dalfsen, Hoorn, Kaatsheuvel, Laren, Medemblik, Nijkerk, Purmerend en Westervoort.

    Dé trend in 2012 was de inzet van flexibele camera’s. Die worden een paar dagen, weken of maanden op hotspots opgehangen om acute problemen aan te pakken. Tot op heden was dat niet toegestaan en bleven camera’s altijd meerdere jaren hangen. Voor elke verplaatsing moest een nieuw besluit door het gemeentebestuur worden genomen, vaak in overleg met de gemeenteraad.

    Vlak voor de kerstvakantie diende het kabinet een wetsvoorstel in om deze vorm van cameratoezicht te voorzien van een wettelijke basis. Het wetsvoorstel ligt op dit moment voor advies bij de Raad van State en is nog niet openbaar gemaakt.

    Foto: Janeen (cc)

    Europese regelgeving rond nanomaterialen is gatenkaas

    ACHTERGROND - Terwijl er vele honderden producten met nanomaterialen te koop zijn bestaan er nogal wat problemen met de regelgeving voor deze superkleine stofjes, schrijft Rob Buurman.

    Even voor de goede orde: nanomaterialen zijn echt ontzettend klein. Eén nanodeeltje van enkele nanometer verhoudt zich ongeveer tot een voetbal als die voetbal tot planeet aarde. Nu is het bekend dat het inademen van fijnstof, wat eenvoudigweg zeer kleine deeltjes zijn die in de lucht zweven, kan leiden tot aandoeningen aan luchtwegen en hart- en vaatziekten.

    De vraag is wat er gaat gebeuren als we steeds meer in aanraking komen met allerlei nanodeeltjes. Vooralsnog bestaat daarover vooral veel onduidelijkheid, daarom is het cruciaal dat wetgeving de gezondheid en het milieu beschermen tegen mogelijke schadelijke effecten.  In Brussel zijn er verschillende legislatieve discussies gaande over nanomaterialen, maar de voorlopige tussenstand is allesbehalve geruststellend.

    Een politieke definitie van nanomaterialen

    Allereerst is er in Brussel lang gediscussieerd over iets schijnbaar simpels als een definitie voor nanomaterialen. De keuze voor een specifieke definitie heeft een enorme impact. In de Cosmetica Verordening (pdf) staat bijvoorbeeld dat de aanwezigheid van nanomaterialen bij de ingrediëntenlijst vermeld moet worden. Dat betekent dat de fabrikant een verantwoordelijkheid heeft om te weten welke stoffen in zijn product als nanomaterialen geclassificeerd zijn, en een informatieplicht heeft tegenover de consument. De impact van een definitie wordt helemaal duidelijk wanneer je bedenkt dat sommige risicobeoordelingen straks waarschijnlijk specifiek voor nanomaterialen moeten worden uitgevoerd.

    Vorige Volgende