Brief Donner: Slechts voorlopige stop opslag vingerafdrukken?
Een gastbijdrage van Dirk Poot, kandidaat voor de Piratenpartij bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen. De bijdrage is ook op zijn site te lezen.
Veel sites juichten vanmorgen dat de centrale opslag van vingerafdrukken van de baan is. Toch lijkt enige scepsis over wat de minister nu echt van plan is op zijn plaats. Enkele kanttekeningen bij de vingerafdrukkenbrief die minister Donner vandaag verstuurde.
Het is goed dat Donner een einde maakt aan de verplichting om vingerafdrukken af te staan voor een identiteitskaart. Op dit gebied stonden Nederland en Letland alleen in Europa. Helaas erkent de minister niet dat Nederland ook als enige veel verder gaat dan de EU-richtlijn die nadrukkelijk slechts over 2 vingerafdrukken spreekt, die bovendien niet centraal opgeslagen mogen worden.
Het is geen goed teken dat ruim een kwart van de tekst een verdediging is van het centraal opslaan van reisdocumenten. Nergens spreekt de minister zich uit tegen de centrale opslag van vingerafdrukken of andere biometrische gegevens. Donner lijkt de biometrische gegevens uiteindelijk gewoon ook centraal te willen gaan vastleggen. Eén van slotconclusies luidt dat de vorming van een centrale reisdocumentenadministratie zijn voornaamste doel blijft.
Het stoppen van de opslag van vingerafdrukken wordt op pagina 5 van de brief uitdrukkelijk als tijdelijke maatregel aangekondigd. De bezwaren die vanuit de samenleving en Europa tegen de opslag van vingerafdrukken worden geuit, spelen in deze brief van de minister geen enkele rol.
De militairen zijn te loyaal en laten zich nauwelijks horen. Het is een kreet die de afgelopen weken in de gesprekken over bezuinigingen regelmatig te horen was. Maar dat valt mee: woordvoerders van de bonden worden gehoord; en kranten als Algemeen Dagblad en Telegraaf dienen als spreekbuis om de kwaadheid via chocolade letters op de voorpagina’s naar buiten te brengen. Bovendien hebben ze een batterij deskundigen die ingezet worden om tegen het afglijden van Nederland te waarschuwen. Dan is er nog minister van Defensie Hillen. Hij gaf zelf het slechte voorbeeld door zijn eigen bezuinigingen te honen. Hij werd hierbij afgelopen zondag door Kamerlid Knops van het CDA in het 
Afgelopen woensdag belegde de Staten-Generaal een miniconferentie over kabinetsformaties in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer. Er was nogal wat staatsrechtelijk kaliber uitgerukt, waardoor het aardig werd om de interactie met de actieve politici te bestuderen. Het ging meteen al mis toen Mariette Hamer de termijn waarin de Kiesraad de verkiezingsuitslag officieel vaststelt en de oude kamer de geloofsbrieven van de nieuwe kamer onderzoekt, ‘de acht dagen’, aanwees als een grote veroorzaker van de problemen. ‘Als formalisme opgetuigde politieke onwil,’ haalde prof. Van den Berg meteen uit. Hamer trok zich verschrikt terug achter haar ‘worsteling’ met het probleem. Verbeet ondernam nog een reddingspoging door te vertellen over de onmogelijkheid om daags na de verkiezing fatsoenlijk met een kamerfractie te spreken, maar daarmee werd volgens mij juist een heel ander nut van de acht dagen bewezen. Van een geheel andere orde was Senator Arjan Vliegenthart. Hij combineerde scherpe politieke stellingname met inhoudelijke kennis, en schudde waar nodig ook nog even Kuypers ontbinding van de Eerste Kamer uit de mouw. Eigenlijk had hij naast Kox in de Staatsrecht Senator Stemwijzer voor de SP moeten zitten.
Compleet overstappen van atoomstroom op elektriciteit uit andere energiebronnen, gaat dat? Onze oosterburen denken van wel. In Duitsland komt ongeveer
Het PVV kamerlid Bosma bejubelde gisteren in
We zijn een jaar verder sinds Griekenland, als eerste euroland ooit, haar staatsschuld niet meer zelfstandig tegen redelijke tarieven kon financieren. Dat bleek niet alleen een probleem voor Griekenland, maar net zo goed voor Duitsland en Nederland. Het Europees Parlement stemde gisteren in met voorstellen die de crisis van de euro in de toekomst moeten voorkomen. Een belangrijke stap in de geschiedenis van de Europese economische en monetaire samenwerking.
Om managers meer in het belang van de organisatie te laten werken is vooral gezocht naar slim vormgeven van individuele prestatiebeloningen, de bonussen. Dat blijkt niet goed te werken, stelt Eddy Cardinaels. De vaak één-dimensionale prestatiebeloningen kunnen de intrinsieke motivatie ondergraven. Beter is het teamprestaties te belonen. Die kunnen sociaal handelen bevorderen.