Arabische Lente?

Hoe zit het nu met die zo bejubelde Arabische Lente, is een win-win situatie wel mogelijk? Die vraag van een van mijn trouwe reageerders laat zich goed beantwoorden door een gerenommeerd politiek commentator uit het Midden-Oosten: Rami Khouri. Over het belang van historische analogieën om de ontwikkelingen in het Midden-Oosten op waarde te kunnen schatten. En waarom de westerse term ‘Arabische Lente’ de lading niet dekt.

Strijders in de Arabische Opstand 1916 - 1918 (foto: Wikimedia Commons/Library of Congress)

Toen ik vorige week oude tijdschriften aan het opruimen was, kwam ik het Winter 2009/2010 nummer van Maarten! tegen. Daarin stond een interview met Jan Marijnissen, die zei:

“…in sociaal opzicht is Nederland nog altijd een van de meest sophisticated landen ter wereld. Dat is niet louter onze eigen verdienste; je wordt nu eenmaal geboren op een bepaalde plaats in een bepaalde omgeving – je bent het product van gebeurtenissen en omstandigheden waarop je geen enkele invloed hebt gehad. Het is belangrijk om van dat historisch besef doordrongen te zijn…”

Marijnissen’s woorden sloten perfect aan bij twee recente opiniestukken van Rami Khouri, directeur van het Issam Fares Institute for Public Policy and International Affairs aan de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. Khouri was hoofdredacteur van de Jordan Times en de Libanese Daily Star, hij schreef voor de Financial Times en de Washington Post. In het Midden-Oosten, maar ook daarbuiten, is hij een commentator met aanzien.
Khouri stelt een aantal historische analogieën aan de orde die volgens hem zinvol zijn voor een goed begrip van de huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten en het beoordelen van de implicaties ervan.

“In their ongoing revolts against police states and overly centralised autocratic governments, ordinary Arab men and women are compressing into a single moment their equivalent of perhaps the two most outstanding global historical moments of the past 300 years or so: the democratic revolutions that engulfed the world from their starting points in France and the United States in the late 18th century; and the global decolonization movement that swept much of the Third World in the mid-20th Century.”

Khouri spreekt over de monumentale krachten die bij die revoluties aan het werk waren om menselijke en sociale transformatie te bewerkstelligen. Het is het soort ontwikkelingen dat laat zien hoe sterk overal ter wereld de lokroep van vrijheid en soevereiniteit in het hart van mensen weerklinkt. Hij brengt in herinnering dat democratische revoluties en bevrijdingsbewegingen vaak tientallen jaren in beslag namen en regelmatig gepaard gingen met politiek geweld, binnenlandse onrust, intensieve onderhandelingen, vallen en opstaan, en met strijd binnen en tussen dominante politieke bewegingen. Soms kwamen die transformaties tot stilstand. Soms duurde het een eeuw of langer voor alle burgers er de vruchten van konden plukken. Neem het vrouwenkiesrecht, dat soms pas honderden jaren na de oprichting van de staat of het ontstaan van de natiestaat werd ingevoerd: 1920 in Amerika, 1928 in Groot-Brittannië, 1944 in Frankrijk, 1971 pas in Zwitserland.
Hij noemt nog een derde aspect, dat het ontstaan van democratie en vrijheid sterk beïnvloedt: economische ontwikkeling. In samenlevingen die welvarend zijn en waar een geloofwaardige mate van sociale gelijkheid heerst, zal eerder sprake zijn van een levendige democratie dan in landen die arm en gepolariseerd zijn en waar spanningen heersen.

Khouri stelt dat die drie ontwikkelingen zich in veel Arabische landen op dit moment gelijktijdig voordoen. Burgers roepen om vrijheid, democratie en daadwerkelijke soevereiniteit van het volk en kampen tegelijkertijd met een uitgeholde economie en een corrupte bureaucratie. Men probeert in een paar maanden te bewerkstelligen waarin leidende westerse democratieën en onafhankelijke staten slechts in tientallen of zelfs honderden jaren slaagden: een einde maken aan onderdrukking door autoritaire regimes en buitenlandse invloeden, het hervormen van het landsbestuur, het verbreden van de basis voor nationale besluitvorming zodat alle burgers het gevoel krijgen dat ze invloed hebben op de manier waarop hun land geleid wordt, het revitaliseren van de economie en het bewerkstelligen van sociale gelijkheid.
Zelfs voor de meest ontwikkelde en stabiele samenlevingen is dat een opgave van jewelste. Laat staan voor de Arabische landen, die op drie fronten tegelijk moeten opereren, maar ervaren talent ontberen. Khouri stelt dan ook dat de mensen in de Arabische wereld met veel moed een schier onmogelijke prestatie leveren, een prestatie die ons in de eerste plaats met ontzag zou moeten vervullen.

Khouri heeft dan ook bezwaar tegen het begrip Arabische Lente. Waar westerlingen spreken over een lente, spreken de Arabische burgers zelf over revolutie en Arabische opstand, daarmee rechtstreeks terugverwijzend naar de oorspronkelijke Arabische Opstand aan het begin van de twintigste eeuw, die tegen Ottomaanse en Europese overheersing.
De term ‘Arabische Lente’ suggereert niet alleen een winter die eraan voorafging, maar ook een beperkt overgangsmoment dat weldra plaats zal maken voor het volgende seizoen. Hij weerspiegelt de tijdelijkheid van de Praagse Lente van 1968 en de Europese revoluties in 1848. Veelzeggend is dat voor de revoluties in de Sovjet-Unie nooit de term ‘lente’ gebruikt werd, maar Glasnost en Perestrojka. Naar werkelijke verandering verwijzen we met termen als revolutie, niet lente, behalve dan, aldus Khouri, in de Arabische wereld. De term ‘lente’ bagatelliseert de ernst van de protesten tegen bestaande regimes en hij onderwaardeert de intensiteit en moed van burgers die hun vaak wrede en goedbewapende veiligheidsdiensten de wacht aanzeggen.
‘Lente’ is bovendien een passief woord, iets dat mensen overkomt, hulpeloze mensen die geen macht, geen stem in het proces hebben. In de termen die Arabieren zelf gebruiken weerklinkt daarentegen activisme, wilskracht, empowerment en vastberadenheid. Het zijn termen die duiden op het vermogen van burgers om hun wereld te veranderen, op ijver en volharding.

En wellicht, zegt Khouri, is de term ook een stilzwijgende uiting van de terughoudendheid waarmee westerse landen de implicaties van vrije Arabieren die zelfbeschikking nastreven en het vermogen hebben om zelf hun landen af te bakenen en hun nationale politiek vorm te geven, erkennen, laat staan omarmen of ondersteunen. Die taak hebben westerse mogendheden in de afgelopen anderhalve eeuw vooral aan zichzelf toebedeeld, daarbij mede geleid door imperialistisch eigenbelang, energiebehoefte, economische belangen en pro-Israël bias. Nu Arabische burgers hun dociliteit afwerpen en de controle over hun eigen samenlevingen dreigen over te nemen, leidt dat bij velen in het Westen tot onzekerheid hoe daar mee om te gaan.
Bovendien laat een ‘Arabische Lente’ de westerse (inclusief Russische) betrokkenheid bij de donkere, bittere en eindeloze winter van de oude autoritaire regimes die eraan voorafging, genoeglijk uit beeld verdwijnen. Volgens Khouri zijn revolutionaire, zelfverzekerde Arabieren voor velen een schrikbeeld. Zachtere Arabieren die meebewegen met de seizoenen en meewaaien met de wind, zijn een stuk comfortabeler.

Khouri eindigt zijn betoog met een waarschuwing: wanneer westerse politici en media over dit moment van groots historisch zelfbewustzijn en nationalistische strijd spreken met het vocabulaire van wind en getij, kunnen we erop rekenen dat de eeuwenlange gevolgen van de strijd tussen kolonialisme en nationalistisch verzet zich zullen blijven doen gelden. Onze taal is wellicht de makkelijkste plek om deze zorgwekkende erfenis ongedaan te maken. Het inwisselen van de term ‘Arabische Lente’ voor een term die beter past, zou een goed begin zijn.

  1. 1

    Goede gezien. Taalgebruik is belangrijk en vaak bepalend voor de manier waarop we over zaken denken, en meestal hebben we dat niet in de gaten.

    Ik kwam dit tegen over economie: The economy is a ‘machine’, not a ‘body'. Het betoogt dat het gebruik van lichaam als metafoor voor de toestand van de economie leidt tot passiviteit (“uitzieken”) en leidt tot verkeerde oplossingen (“pijn lijden om beter te worden”) terwijl de machine metafoor veel beter past.

  2. 2

    Mooi artikel inderdaad waar je naar linkt. Ik moest gelijk denken aan ‘snijden’, ‘uitwassen bestrijden’, ‘opkalefateren’, ‘de pil vergulden’, ‘we moeten allemaal pijn lijden’…

  3. 3

    @2 Heel mooi vond ik deze vergelijking. Stel dat je lichaamsmetafoor op je auto zou toepassen:

    “A car with no gas does not go anywhere. It’s not like, ‘Oh my gosh, the car is empty again! That gluttinous car!’ You know – ‘I just filled that car last week!’

    Bij een auto maak je zo’n fout niet. De machine metafoor geeft ook een gevoel van controle – economie is waar we iets aan kunnen doen en wat we niet passief hoeven te ondergaan.

    Op vergelijkbare manier zet de “zeiszoen metafoor” aan tot passiviteit zoals jij ook betoogt.

  4. 6

    @richard: ik moet inderdaad meestal wel lachen om Van Rossum. Ik snap echter niet waarom dat relevant zou zijn bij een citaat van Jan Marijnissen. Verzin snel een andere ad hominem zou ik zeggen.

  5. 7

    Johanna, Joost,

    Je kunt niet `en van Rossum aanhalen `en een unbiased discussion aangaan. En als ik dat dan aanstip -niet eens commentaar op je eigenlijke stuk- beschuldig je mij van een ad hominem, iets wat feitelijk onjuist is.

    Als dan ook nog de plaatselijke joris -excusez le mot- mij gaat doorzagen over de -welja- huisregels, dan is het wel duidelijk: Dit is geen discussie, dit is meer iets voor de buhne. Niet serieus.

  6. 8

    @7 Uit de Wikipedia:
    De ad-hominemredenering heeft de volgende vorm:
    1.A doet bewering ‘B’.
    2.Er is iets mis met A.
    3.Dus bewering ‘B’ is onwaar.

    Daarnaast: het was niet A die bewering B deed, maar C. C zijnde Jan Marijnissen, de initiatiefnemer van ons nationaal historisch museum.

  7. 9

    Je kan je afvragen of voordat er democratie er is, niet eerst liberale rechten geschapen moeten worden. Dat is voorafgegaan aan de invoering van de genoemde democratieën. Eerst vrijheid van ondernemerschap, scheiding kerk en staat, bescherming minderheden, invoering mensenrechten. Anders krijg je een democratie die de nek om wordt gedaan door grote meerderheidspartijen die puur conservatief zijn, en wellicht zelfs veel vrijheden willen beperken. Democratisch. Dat wel.

  8. 10

    @7: Dat het geen discussie was was al lang duidelijk. Jij stormt binnen, beledigt alles wat los en vast zit, komt niet met argumenten, behalve een link naar een site waar we jouw mening dan maar uit moeten destilleren.

    Vervolgens ga je lekker verder met beledigen en op het moment dat je daarop aangesproken wordt roep je dat het een discussie voor de bühne is en impliceer je dat we je willen censureren? Ach man, je hebt geen enkel recht van spreken. Er is geen zinnig woord van jou gecensureerd.

  9. 11

    @Rich-arse: je was toch alleen maar met linksche denkerts aan het spelen? Doe dan nu niet alsof je een discussie wil. Je bijdragen hier schieten daarvoor inhoudelijk ook weer ernstig te kort.

  10. 12

    Wie denken de redactieleden wel niet dat ze zijn dat ze zomaar durven te attenderen op de huisregels van een website, alleen maar om dat je je er niet aan houdt? Tisk hoor!

  11. 13

    Lente is een prima term:

    Lente – bevrijding van de dictator
    Zomer – een nieuw regime
    Herfst – dat toch niet zo fijn blijkt te zijn
    Winter – en een nieuwe dictator voortbrengt

    Zo precies geeft dat ene woord weer wat wij westerlingen verwachten van het Midden-Oosten (of eigenlijk Noord-Afrika), een moment in de jaarlijkse wisseling van de seizoenen.

  12. 14

    @13: ja, want zo ging het in Oost Europa ook. Soms, al noemen we Poetin nog steeds democratisch… Ik hoop alleen niet, dat je daarmee bedoeld, dat die mensen veel beter hun oude dictator hadden kunnen behouden.

  13. 15

    Johanna,

    Prima, jij je zin. Ga je nou Jan Marijnissen als ‘objectieve’ referentie opgeven?

    Jan is toch een maoïst? Goed voor 50-100 miljoen doden. Of is dat ook weer een adje hominem?

    Ben je trouwens wel eens in China geweest? Zou je eens moeten doen. Weg uit die nieuwbouwbunker in Almere: Doet je goed.

  14. 16

    @15: ach jee. Jan Marijnissen is een Maoïst en persoonlijk verantwoordelijk voor 50 tot 100 miljoen doden. Dat mag je zeggen natuurlijk. Het is een uiterst domme mening, maar niet dommer dan de stelling dat Geert Wilders een nazi is, goed voor ongeveer 72 miljoen slachtoffers. Daar zul jij geen bezwaar tegen maken, of vind je dat plots wel verkeerd om te roepen?

  15. 21

    “Burgers roepen om vrijheid, democratie en daadwerkelijke soevereiniteit van het volk en kampen tegelijkertijd met een uitgeholde economie en een corrupte bureaucratie. ”
    De uitgeholde economie is natuurlijk het belangrijkst. Na decennia van economische groei, kampen de meeste landen in de wereld opeens met economische krimp. Hoge werkeloosheid, stijgende voedsel- en brandstofprijzen, terwijl je op Al Jazeera dagelijks ziet hoe rijk de heersende elite is.

    De economische oorzaken van de Arabische Lente blijven onderbelicht: ze zijn onoplosbaar.
    Teveel aandacht voor de economische problemen is ook gevaarlijk voor onze Westerse democratieën: stel je voor dat wij met zijn allen de straat opgingen om meer werk en hoger loon te eisen.