Voor de vijfde dag op rij demonstreren Albaniërs, onder leiding van studenten, in de hoofdstad Tirana om premier Edi Rama tot aftreden te dwingen.De protesten zijn een voortzetting van de ‘flamingobeweging‘ die eerder dit jaar tot massale protesten leidde tegen de corrupte regering. Die begonnen nadat Rama een natuurbeschermingsgebied, het eilandje Sazan voor de kust bij Vlora, opofferde voor de goede betrekkingen met de familie Trump
Het ‘flamingoprotest’ is uitgelopen op een bredere beweging tegen Rama en het gehele Albanese politieke systeem. De jongeren zijn vooral ontevreden over het banentekort. Veel studenten die zijn afgestudeerd komen niet aan het werk en ze vinden de kosten van het onderwijs te hoog.
De politie treedt keihard op, niet alleen met traangas en pepperspray maar ook met rubberen kogels die rechtstreeks op demonstranten worden afgeschoten. Ook twee journalisten raakten gewond. Vanuit Albanië bericht Vincent Yüsui van Gerven Oei op zijn blog The Albanian Mechanism: ‘De afgelopen dagen hebben demonstranten, journalisten en burgerrechtenactivisten talloze gevallen gedocumenteerd van willekeurig, extreem geweld door Albanese staatstroepen tegen ongewapende en vaak minderjarige demonstranten. Hiermee maken zij zich op een grootschalige en ongekende wijze schuldig aan schendingen van zowel de Albanese als de internationale wetgeving. Er zijn videobeelden waarop te zien is hoe politieagenten demonstranten slaan, zelfs nadat zij al zijn aangehouden. Ook is er sprake van bestraffende mishandelingen, enkel omdat mensen door een politieafzetting renden. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de politie beveiligingscamera’s heeft afgedekt op plekken waar zij arrestanten naartoe brengt.’ De politie overtreedt meerdere wettelijke bepalingen, constateert Van Gerven Oei. Ook is er sprake van ‘niet-geïdentificeerde agenten of agenten in burger die zich niet bekendmaken voordat zij demonstranten intimideren, treiteren of met geweld aanhouden, om hen vervolgens in ongemarkeerde witte of zwarte busjes af te voeren naar politiebureaus.’ Onder die niet-geïdentificeerde agenten zouden personen zitten ‘met criminele banden die worden ingelijfd bij de staatspolitie om het “vuile” werk op te knappen’. Van Gerven Oei verwijst hierbij naar wat hij eerder schreef over de inzet van criminele netwerken tijdens verkiezingen.
En waar is de premier? ‘Rama geeft de staat op’, kopt The Albanian Mechanism vorige week na de eerste demonstraties. ‘Terwijl ik gisteren de door studenten geleide anti-regeringsprotesten volgde – die zich verplaatsten van het ministerie van Onderwijs naar het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Justitie en de parlementsgebouwen tegenover het kantoor van de premier – viel me één ding op: hoe volkomen onbewaakt al deze gebouwen waren. Het ene na het andere gebouw werd door de demonstranten binnengedrongen, leeggehaald, geplunderd en in brand gestoken. In geen enkel geval probeerde een ambtenaar, beveiliger of politieagent de toegang te blokkeren – alsof de panden al die tijd al leeg waren geweest. Toen de demonstranten daarentegen dreigden het Toptani Center binnen te gaan – het grote winkelcentrum nabij het parlement dat eigendom is van oligarch Bashkim Ulaj (en is ontworpen door MVRDV, een van de architectenbureaus die centraal staan in het ‘Albanian Files‘-schandaal) – werden ze snel op andere gedachten gebracht door slechts twee beveiligers, terwijl er binnen enkele seconden een grote politiemacht verscheen om het pand te beschermen.’
De conclusie van Van Gerven Oei: ‘Het verschil was symbolisch: staatseigendommen worden onbeschermd gelaten, terwijl het bezit van oligarchen wordt verdedigd.‘