Ik had Wakker in Paraguay gemist toen de VPRO de serie uitzond. Nu de documentaire een wildcard heeft gekregen voor de Gouden Televizier-Ring en daarmee meedoet aan de nominatieronde, werd het tijd om dat alsnog recht te zetten.
Wakker in Paraguay heeft een slimme keuze gemaakt: de makers hoeven hun hoofdpersonen nauwelijks tegen te spreken. Ze hoeven chemtrails, 5G-angst, de Deep State en verhalen over een naderende dictatuur ook niet uitgebreid te ontkrachten. Ze zetten de camera neer en wachten tot de werkelijkheid het werk doet.
De vijfdelige VPRO-serie volgt Nederlanders die het vertrouwen in overheid en samenleving grotendeels hebben opgezegd en daarom naar Paraguay vertrekken. Daar hopen ze te vinden wat Nederland volgens hen heeft verloren: vrijheid, ruimte, lage belastingen en vooral weinig bemoeienis van bovenaf.
Dat levert soms buitengewoon grappige televisie op. Mensen die Nederland ontvluchten vanwege overheidsdwang ontdekken dat Paraguay zelf ook gewoon regels, instanties en bureaucratie kent. Wie bang is voor surveillance overweegt ondertussen camera’s om ongewenste bezoekers van het eigen terrein te weren. De overheid moet weg, behalve waar eigendom, veiligheid en orde beschermd moeten worden.
De kracht van de serie zit precies in die botsingen. De makers hoeven geen debatleider te spelen en ook geen factchecker die na iedere uitspraak in beeld springt. Daardoor zie je iets interessanters dan een discussie over de vraag of chemtrails bestaan: je ziet hoe een volledig wereldbeeld zich gedraagt wanneer het met de echte wereld in aanraking komt.
Misschien wel de grappigste tegenstelling is hoe slecht sommige van deze zelfverklaard ‘wakkere’ mensen lijken te hebben onderzocht waar ze eigenlijk naartoe zijn verhuisd. Ze vertrouwen Nederlandse instituties, media en overheid zo weinig dat achter vrijwel alles een verborgen agenda kan zitten, terwijl een emigratie naar de andere kant van de wereld soms opvallend veel op goed vertrouwen gebeurt. De geschiedenis van Paraguay, de politiek, de economie, de lokale verhoudingen, de praktische werkelijkheid: regelmatig lijkt de kennis daarover beperkt. Je zou verwachten dat juist mensen die zichzelf erop beroemen kritischer te kijken dan de goedgelovige massa eerst drie keer controleren waar ze hun huis, geld en toekomst neerzetten.
Een van de merkwaardigste details is dat de deelnemers zichzelf vaak als vluchtelingen beschouwen. Ze zijn gevlucht voor Nederland, voor de overheid, voor regels, voor wat zij ervaren als repressie. Tegelijkertijd komt uit dezelfde kring uitgesproken weerstand tegen asielzoekerscentra en migranten naar voren.
Het woord vluchteling blijkt daarmee opvallend rekbaar. Voor henzelf is vluchten een begrijpelijke reactie op omstandigheden die zij onverdraaglijk vinden. Bij anderen verandert migratie direct in profiteren, overlast, dreiging of misbruik. Hun eigen vertrek is een principiële zoektocht naar vrijheid, dat van anderen eerder een maatschappelijk probleem.
Die asymmetrie loopt als een rode draad door de serie. Vrijheid betekent in de praktijk vooral dat anderen zich zo weinig mogelijk met hen moeten bemoeien. Zelf hebben ze ondertussen vrij concrete ideeën over wie er naast hen mag wonen, hoe de omgeving zich hoort te gedragen en welke cultuur Paraguay wel wat beter zou kunnen overnemen. Integreren krijgt daardoor een bijzondere vorm: emigreren naar Zuid-Amerika om vervolgens zo veel mogelijk tussen Nederlanders en andere Europeanen te gaan wonen.
En onder dat alles ligt een overduidelijk privilege. Paraguay is voor deze Nederlanders mede aantrekkelijk omdat hun Nederlandse inkomen, spaargeld of vermogen er veel verder reikt dan thuis. Arbeid is goedkoop, grond is goedkoop, diensten zijn goedkoop. Waar ze in Nederland klagen dat alles onbetaalbaar is geworden, ontdekken ze in Paraguay opgelucht dat mensen nog wel voor bedragen willen werken die voor hen betaalbaar zijn.
Dat wordt vervolgens gepresenteerd als bewijs dat Paraguay beter functioneert. Alleen: die betaalbaarheid bestaat juist bij gratie van de economische ongelijkheid waarvan zij zelf profiteren. Ze kunnen goedkoop wonen en goedkoop arbeid inkopen omdat hun koopkracht veel groter is dan die van veel Paraguayanen. Hun vrijheid wordt voor een belangrijk deel gefinancierd door het verschil tussen hun portemonnee en die van de lokale bevolking. Hier zijn de arbeiders en nanny’s tenminste nog wél te betalen, zolang je zelf degene bent met de euro’s, natuurlijk.
Tegelijk ontstaat rondom deze emigratie een Nederlandse economie. Nederlanders verkopen grond aan Nederlanders, adviseren Nederlanders over emigratie en rekenen voor allerlei diensten bedragen die voor Nederlandse begrippen misschien aantrekkelijk zijn, terwijl die voor lokale maatstaven heel anders kunnen uitpakken. Wie Nederlandse koopkracht meebrengt, kan bovendien lokale prijzen opstuwen. Precies het mechanisme waar deze emigranten in Nederland over klagen, exporteren ze zo zelf.
De ironie is bijna te mooi. In Nederland zijn woningen te duur, grond te duur en arbeid te duur. Dus vertrekken ze naar een land waar ze dankzij hun grotere koopkracht juist degenen zijn die woningen, grond en arbeid duurder maken voor mensen die daar al wonen. Ze klagen over Nederlandse prijzen en creëren vervolgens een omgeving waarin steeds meer Nederlandse prijzen gevraagd kunnen worden, terwijl lokale inkomens niet ineens mee migreren.
Dat gevoel van vanzelfsprekende superioriteit is moeilijk te missen. Paraguay is aantrekkelijk zolang het goedkoop, ruim en beschikbaar is voor mensen met geld uit Europa. De lokale samenleving fungeert geregeld minder als een maatschappij waarin zij willen opgaan dan als een omgeving die hun gewenste, luxe levensstijl mogelijk moet maken.
De serie wordt nog interessanter doordat rondom al dat wantrouwen een complete markt ontstaat. Er is grond, dienstverlening, advies, apparatuur tegen vermeende straling en hulp bij emigratie. Wie mensen eerst vertelt dat ze nergens meer op kunnen vertrouwen, verkeert daarna in een uitstekende positie om zichzelf als betrouwbare gids aan te bieden. Overal hangt daarom de zweem van mogelijke oplichting.
Ook daarin zit een aardige paradox. Mensen die beweren overal manipulatie, bedrog en verborgen belangen te herkennen, blijken tegelijk bijzonder ontvankelijk voor mensen uit hun eigen kring die precies aanbieden wat ze willen horen: een stuk grond, een veilige gemeenschap, bescherming tegen straling of een route naar een vrijer bestaan. Het kritische wantrouwen houdt opvallend vaak op bij de grens van de eigen bubbel.
Dat aspect had van mij nog prominenter gemogen. Wakker in Paraguay observeert vooral de gelovigen, terwijl de ondernemers rond dat geloof minstens zo interessant zijn. De stap van maatschappelijke vervreemding naar verdienmodel is klein en in Paraguay soms bijna letterlijk een vastgoedtransactie.
Ook het land zelf blijft geregeld achtergrond. Paraguay is geen leeg vel waarop Nederlanders hun libertaire droom kunnen tekenen. Het heeft een lange autoritaire geschiedenis en stond van 1954 tot 1989 onder de dictatuur van Alfredo Stroessner. Juist dat maakt de keuze voor Paraguay als toevluchtsoord voor mensen die menen aan Europees autoritarisme te ontsnappen nogal geladen. Het onderstreept ook hoe vreemd het is dat mensen die zo veel belang zeggen te hechten aan zelfstandig onderzoek kennelijk naar een land kunnen emigreren waarvan ze soms bijzonder weinig lijken te weten.
De observerende aanpak kent bovendien een grens. In de serie komen ook onversneden racistische en antisemitische uitspraken voorbij. Op dat moment begint de keuze om deelnemers vooral zelf te laten praten problematisch te worden. Complottheorieën over 5G kunnen door hun eigen absurditeit onderuitgaan. Racisme en antisemitisme zijn iets anders: die richten zich tegen concrete groepen mensen en hebben een lange politieke geschiedenis die weinig baat heeft bij vrijblijvende behandeling als nóg een opmerkelijke overtuiging van excentrieke emigranten.
Dan dringt zich de vraag op of het journalistiek voldoende is om de camera te laten draaien en de kijker zelf zijn conclusies te laten trekken. De kracht van Wakker in Paraguay is juist dat de deelnemers zichzelf voortdurend ontmaskeren. Alleen geeft diezelfde methode racistische en antisemitische ideeën ook ruimte zonder dat er noodzakelijk een weerwoord of context tegenover staat. Observeren kan veel blootleggen, maar neutraliteit tegenover haatdragende denkbeelden is zelf ook een redactionele keuze.
Tegelijk is de terughoudendheid van de makers vermoedelijk precies waarom de serie meestal zo goed werkt. Een strenge interviewer tegenover deze mensen had hun vertrouwde verhaal bevestigd: zie je wel, de mainstreammedia proberen ons weer belachelijk te maken. Nu krijgen ze alle ruimte om zelf uit te leggen hoe wakker ze zijn.
Dat pakt zelden uit zoals ze vermoedelijk hopen. Toch vervalt Wakker in Paraguay nergens volledig in leedvermaak. Sommige deelnemers zijn komisch, anderen tragisch, en regelmatig zijn ze beide tegelijk. Achter de complotten zitten ook mensen die werkelijk vervreemd zijn geraakt van hun omgeving en daarin een verklaring hebben gevonden die alles met alles verbindt. Dat maakt hun overtuigingen geen haar aannemelijker. Het verklaart wel waarom een verhaal waarin niets toevallig is aantrekkelijker kan worden dan een chaotische wereld waarin overheden geregeld incompetent zijn, instituties fouten maken en niemand werkelijk de touwtjes volledig in handen heeft.
Juist daarin is Wakker in Paraguay veel meer dan Ik vertrek met chemtrails. Het is een portret van mensen die uit Nederland vluchten omdat zij overal verborgen structuren van macht zien, om duizenden kilometers verderop een eigen miniatuurmaatschappij te bouwen waarin hun Nederlandse paspoort, hun Nederlandse geld en hun Nederlandse koopkracht hen precies de vrijheid geven die voor veel Paraguayanen een stuk minder vanzelfsprekend is.
Ze zijn gevlucht voor een samenleving waarin ze zich tekortgedaan voelden, om elders terecht te komen aan de comfortabele kant van dezelfde ongelijkheid waarover ze thuis klaagden.