Donald Trump heeft een plannetje om medicijnen in de VS goedkoper te maken, even eenvoudig als briljant: laat de EU meer betalen, dan kan die extra winst worden ingezet om Amerikaanse prijzen te drukken. Een soort Mexicaanse muur en deze keer lukt het wél om een ander de rekening te laten voldoen. Althans, dat is het idee, want wie in Europa vasthoudt aan prijsafspraken via zorgbeleid, kan – goh – sancties en importheffingen verwachten. Het bekende frame wordt weer afgestoft: Europa lift mee op Amerikaanse patiënten die de hoofdprijs betalen.
Die redenering rammelt natuurlijk aan alle kanten. Farmaceuten draaien ook in Europa stevige winsten. Lager dan in de VS, zeker. Onvoldoende om rendabel te blijven? Geen moment. Grote concerns rapporteren stabiele omzetten en gezonde marges. Reuters beschrijft zelfs hoe dezelfde bedrijven actief proberen Europese prijzen verder op te drijven, terwijl de winstgevendheid al ruimschoots op orde is.
Het werkelijke verschil zit elders. Europese landen behandelen medicijnen als publieke zorg en onderhandelen daarover. De VS laat prijsstelling grotendeels over aan de markt en accepteert structureel machtsmisbruik. Dat falende Amerikaanse zorgsysteem wordt zo naar Europa geëxporteerd, met de inmiddels bekende handelspolitiek als drukmiddel.
Voor Europese patiënten betekent dit plan vrijwel gegarandeerd hogere zorgkosten. Voor Amerikanen blijft het effect onzeker, want nergens worden de farmaceuten gedwongen winst in te leveren: What could go wrong. Groot-Brittannië ging al voor en betaalt inmiddels 25 procent meer voor medicijnen. Lagere prijzen blijven daar vooralsnog uit. Eén uitkomst staat wel vast: de farmaceutische industrie wint. Aan beide kanten van de oceaan.