1. 1

    Advocaat Klopstra is niet bekend met…. beroepsgeheim? Nu het om een beestachtige moord gaat mag de hele verdedigingsstrategie op straat komen? Inclusief de strafeis van het OM, gratis erbij? Dit alles uiteraard ter eer en meerdere glorie van de advocaat, die de crisis heeft bezworen door zijn client te adviseren te bekennen. Applaus! We zijn trots op Klopstra!

    Onmiddellijk uit de orde van advocaten zetten, die egotripper.

  2. 2

    Uit de gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten (gedragsregels 1992, artikel 3):

    Regel 5
    Het belang van de cliënt, niet enig eigen belang van de advocaat, is bepalend voor de wijze waarop de advocaat zijn zaken dient te behandelen.

    Regel 6
    1. De advocaat is verplicht tot geheimhouding; hij dient te zwijgen over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen.
    2. Indien een juiste uitvoering van de hem opgedragen taak naar zijn oordeel een gebruik maken van zijn verkregen kennis naar buiten eist, staat dat de advocaat vrij, voor zover de cliënt daartegen geen bezwaar heeft en voor zover dit in overeenstemming is met een goede beroepsuitoefening.
    3. De advocaat legt zijn medewerkers en personeel de inachtneming van een gelijke geheimhouding op.

    Toelichting op regel 6
    De bij de wet geregelde zwijgplicht en het wettelijke verschoningsrecht van de advocaat strekken zich alleen uit tot datgene wat de cliënt de advocaat heeft toevertrouwd, daaronder begrepen hetgeen hem ter kennis kwam tijdens (schikkings)onderhandelingen. Dat wordt slechts anders als is komen vast te staan dat die onderhandelingen tot overeenstemming hebben geleid. Alleen in dat geval is er geen zwijgplicht.
    Met het oog op een goede beroepsuitoefening is het gewenst dat de geheimhoudingsplicht van de advocaat zich verder uitstrekt.
    In het eerste lid van het nieuwe artikel staat de algemene norm van het beroepsgeheim, d.w.z. de geheimhoudingsplicht in enge zin en `geroddel´. Het gaat om alle kennis omtrent zijn cliënt, hoe ook verkregen: van de cliënt, van derden, vertrouwelijk of niet.
    De behandeling van een zaak eist natuurlijk veelvuldig, dat de advocaat zijn kennis omtrent de cliënt wel naar buiten brengt. In het tweede lid is geformuleerd dat de advocaat dit mag doen, voor zover de cliënt daartegen geen bezwaar heeft.

    @Obscura, uit de Orde zetten is hier dus (als de cliënt akkoord is gegaan met deze benaderingswijze) geenszins van toepassing.

  3. 3

    De client, zegt deze fijne advocaat zelf, heeft geen enkel zicht op de realiteit, is bovendien in beperking en kan dus nauwelijks overzien wat zijn daad los heeft gemaakt. De advocaat schetst het beeld van iemand die ernstig in de war is. Wat is dan zijn toestemming waard, als hij zijn advocaat toestemming zou geven om te vertellen hoe de zaak gelopen is?

    De advocaat had moeten zwijgen. En niet zichzelf naar voren moeten schuiven als de man die de crisis bezworen heeft.

  4. 7

    @6 Dat is natuurlijk een overweging, maar het gaat me vooral over de ongebruikelijke onthulling hoe de advocaat iemand overhaalt tot een bekentenis. Zoiets onthul je niet, vind ik. Je moet altijd de schijn ophouden als verdediger van de bekenner dat deze uit oogpunt van berouw alsnog inzag dat bekennen beter was. Lijkt mij.

  5. 8

    @7: ik zag heb Klopstra gisteren bij P&W gezien en inderdaad wringt het af en toe ergens. Er is frictie tussen twee zaken: ten eerste heeft zijn cliënt vast ingestemd met de informatie die de advocaat naar buiten heeft gebracht. De advocaat heeft het ook niet over andere dingen gehad dan wat het OM eerder al onthuld had. Ten tweede is het op zijn minst opmerkelijk dat een advocaat, als hij zijn cliënt echt verward vindt, toch de publiciteit zoekt, omdat het dan inderdaad maar de vraag is wat de instemming van de cliënt waard is.

    Maar er bestaat natuurlijk zeker de mogelijkheid dat dit strategie is van cliënt en advocaat.

    Waar Spuyt12 op doelt (ontoerekeningsvatbaarheidstrategie), lijkt me niet nastrevenswaardig. Het gevolg van zowel levenslange (of 30-jarige) opsluiting en een TBS voor hetzelfde delict is hetzelfde: de verdachte verdwijnt uit de samenleving. In dit geval zal er dus echt geen voordeel zitten in een “ontoerekeningsvatbaarheidsverklaring.