Wijnberg is de weg kwijt

Rob Wijnberg gebruikt filosofisch relativisme om het innemen van een positie in het vluchtelingendebat te vermijden. Dan heeft hij toch het relativisme niet goed begrepen. 

Iedereen heeft wel eens mindere momenten. Rob Wijnberg, die ik over het algemeen erg sterk vond in zijn opinies, lijkt echter de laatste tijd wat verder de weg kwijt. Vol verbazing las ik zijn laatste stuk bij de Correspondent, waarin hij dat ook feitelijk zelf toegeeft. Hij gebruikt hier filosofisch relativisme om geen positie in te nemen in het vluchtelingendebat. Hoe je het ziet, dat is immers een kwestie van perspectief, meent Rob. En dus stelt hij:

“Solidariteit, is dat: je land openstellen voor hen ver weg, of je land behouden voor hen die het hebben opgebouwd?

Compassie, is dat: opkomen voor het lot van de vreemdeling in een oorlog, of voor die van je buurman die naast het azc woont?”

Bij zulke regels uit de pen van een filosoof valt mijn mond open van verbazing. Goed, je kan natuurlijk een eigen-volk-eerst-gedachte verdedigen, met pragmatische argumenten. Maar noem het dan geen solidariteit en compassie, want dat is het niet.

Nog even los van de vraag of solidariteit en compassie goed of slecht zijn, het zijn nu eenmaal begrippen die van zichzelf geen ruimte laten voor keuzes. Je kan stellen dat het opnemen van vluchtelingen te duur is en de welvaartsstaat in gevaar brengt. Als je kijkt naar de aantallen vluchtelingen waar dat over gaat is dat overigens volkomen onterecht, maar theoretisch is het natuurlijk helemaal waar dat wie oneindig solidair is en oneindig veel compassie heeft, dit niet lang vol zal houden. Want de wereld op zijn schouders dragen, dat kan alleen Atlas. Maar als je grenzen en voorwaarden stelt aan je solidariteit en compassie, is dat van zichzelf natuurlijk geen solidariteit en compassie.

Opvallend ook dat hier het relativisme wordt gebruikt om een politieke discussie uit de weg te gaan. Het doet me denken aan hoe het cultuurrelativisme normaal gehekeld wordt door het rechterkamp: als alle culturen gelijk zijn, dan kan je nooit kritiek hebben op een andere cultuur.

Ik heb dat altijd onzin gevonden. De filosofische relativist die denkt dat zijn relativisme het oordelen in de weg staat, moet dringend terugkeren tot de koning van het relativisme, de filosoof met de hamer, Friedrich Nietzsche. Een pure relativist, maar één met passie. Wie geen oordeel durfde te geven, was volgens hem een lijk, die verloochent zichzelf. En met Nietzsche waren bijvoorbeeld ook de filosofen Jean Paul Sartre en Foucault diepe relativisten. Je kan je ook deze mannen onmogelijk verwijten onpartijdige twijfelaars zonder oordeel te zijn. Deze filosofen vonden in hun relativisme juist de basis voor hun activisme. Twijfel is altijd goed, maar dat neemt niet weg dat we al twijfelend wel keuzes kunnen maken.

En laten we dat als filosofen vooral blijven doen. Anders is onze twijfel voor niets.

 

  1. 1

    Solidariteit is een begrip dat relateert aan meer dan slechts altruisme. Lindenberg (1998) onderscheidt bijvoorbeeld vijf vormen van solidair gedrag: cooperatie, ‘fairness’, altruisme, betrouwbaarheid, en ‘considerateness’. M.n. cooperatie heeft te maken met de gemeenschappelijke belangen die collectief worden nagestreefd. Dit impliceert een onderscheid tussen de leden van het collectief en hen die daar niet toe behoren.

    Uiteraard kan een groep besluiten om zich tot doel te stellen maximaal altruistisch te zijn, en cooperatieve solidariteit in die context vereist dan dat ieder lid van de groep zich overeenkomstig gedraagt. Maar wanneer een groep prioriteit geeft aan het materiaal en/of immateriaal welzijn van zijn eigen leden, impliceert solidariteit met deze groep dat leden geen collectieve resources verstrekken aan hen die niet tot de groep behoren.

    De tegenstanders van vluchtelingenopvang beschouwen zich, zo begrijp ik, als leden van een nationaal collectief dat primair tot doel heeft de economische belangen van haar leden te bevorderen. Gezien de alomtegenwoordigheid van economische argumenten in politieke besluitvorming hoeft dat bepaald niet te verrassen. Maar het betekent wel dat solidariteit in die context op gespannen voet staat met een vorm van altruisme dat de Nederlandse grenzen overschrijdt.

    Aan die spanning ligt niet zozeer filosofisch relativisme ten grondslag als wel de verschillende ideeen die mensen hebben over de ethos van onze nationale gemeenschap.

    Lindenberg, S.M. (1998). Solidarity: Its microfoundations and macro-dependence. A framing approach. In P. Doreian and T.J. Fararo (Eds.), The problem of solidarity: Theories and models (pp. 61–112). Amsterdam: Gordon and Breach.

  2. 2

    Nog even los van de vraag of solidariteit en compassie goed of slecht zijn, het zijn nu eenmaal begrippen die van zichzelf geen ruimte laten voor keuzes“.

    Dat snap ik niet: stel, je loopt over straat en je ziet dat één jongetje wordt belaagd en aangevallen door drie leeftijdsgenootjes. Dan heb je toch de keuze met wie je compassie voelt en met wie je je solidair belieft te voelen?

    (En waarom Nietzsche een “relativist” genoemd zou kunnen worden ontgaat me trouwens ook al. Ik heb niets met de man en ik heb het dus nog nog even nagekeken, maar ook in de Wikipedia kan ik niets van een consensus terugvinden dat Nietzsche een relativist zou zijn)

  3. 3

    @1: Hier geldt toch gewoon hetzelfde? Natuurlijk kan je ook aan coöperatie grenzen stellen, maar over die grenzen heet dat dus geen coöperatie.

    @2: Als je die keuze maakt, doe je dat voor die andere 2 dus niet, en toon je voor hen geen solidariteit en compassie.

    Dus dan moet je dat dus ook niet zo noemen.

  4. 4

    Is niet de eerste keer dat Rob met gefilosofeer mijn inziens het te bont/te makkelijk maakt:

    http://sargasso.nl/rob-wijnberg-ziet/

    Sowieso begint me bij Rob Weinberg steeds meer het gevoel van onbehagen te bekruipen dat deze niet zozeer filosoof als wel een handige ondernemer is die toevallig (na niet afmaken studie bedrijfskunde) filosofie gestudeerd heeft. Zo iemand bij wie het uiteindelijk niet uitmaakt wat ie gestudeerd heeft maar met soepele babbel, dosis gezond verstand en amicaal overkomen altijd wel een niche vindt om commercieel uit te buiten. Nou schrijven er gelukkig meer lieden voor de Correspondent want vaak staat er best leuk en goed werk (mijn nietige mening) maar zijn stukjes beginnen me vaak te irriteren zonder dat ik exact de vinger er op kan leggen waarom. Ben niet genoeg onderlegd in filosofie maar vaak bekruipt mij het gevoel dat hij een beetje her en der cherry picked in 2000 jaar filosofie om een beetje tegendraads punt te maken om daarmee weer commerciële aandacht voor zijn toko te genereren. Maar zoals gezegd, dat kan ik allemaal niet hard maken want ik weet er te weinig van.

  5. 5

    Nu ja, de fout wordt door veel filosofen gemaakt. De rechtse kritiek op het cultuurrelativisme waar ik naar verwijs wordt bijvoorbeeld gedeeld door Ayn Rand, die in die kritiek min of meer haar bewijs zoekt voor het verwerpen van relativisme. Hier in Nederland heeft Cliteur op die grond het relativisme al aangevallen.

    Zeer zwakke aanvallen naar mijn idee. Want het is onzin als filosoof relativisme te verwerpen op basis van de wens dat het niet klopt en dat er wel een absolute waarheid zou zijn. Een wens is nog geen bewijs.

    Los daarvan is die wens zoals gezegd onzinnig (ik heb naast Nietzsche er nog twee sprekende voorbeelden bijgezet).

    Maar goed, filosofen zijn het zeker niet allemaal eens, en naar mijn idee is de geschiedenis van de filosofie het bewijs dat verstand geen garantie is voor niet-dwalen: verstand hadden alle filosofen zeker, maar ze zijn het zelden eens ;).

  6. 6

    @5: “Zeer zwakke aanvallen naar mijn idee. Want het is onzin als filosoof relativisme te verwerpen op basis van de wens dat het niet klopt en dat er wel een absolute waarheid zou zijn“.

    De afkeer van relativisme berust voornamelijk op de notie dat als je ergens een keuze voor maakt, dat die keuze in principe gebaseerd moet zijn op je uitgangspunten (of dat je impliciete dan wel expliciete uitgangspunten zijn, dat maakt op zich verder niets uit). Als er dus enigerlei relativisme in die uitgangspunten sluipt, dan kun je dus geen keuzes meer maken. Nergens over. Snap je nu wat beter waarom het relativisme in de filosofie (maar ook in de wetenschappen bijvoorbeeld, en in de wiskunde) in zo’n slechte reuk staat? En áls men ergens in de wetenschappen gedwongen zou zijn tot relativisme (je zou zo bijv. naar het golf/deeltje dualisme kunnen kijken, hoeft niet maar het kan wel) dan nog doet men er alles aan om de theorie zo te ontwerpen dat de werkzaamheid van dat dualisme beperkt wordt tot een zo streng mogelijk afgepaald deelterrein.

  7. 7

    @3: Je mist het punt dat begrensde cooperatie echter wel een legitime vorm van solidariteit kan zijn, zelfs wanneer altruisme ten opzichte van de outgroup afwezig is. PVV-ers zien het als onze collectieve taak om in de eerste plaats de resources van de eigen bevolking te maximaliseren. (Cooperatieve) solidariteit in die context betekent dus: geen cent naar Brussel, geen cent naar Griekenland, geen cent naar vluchtelingen (tenzij Nederland er zelf beter van wordt).

    Maar zoals ik schreef, het debat waar we het over hebben wordt gekarakteriseerd door verschillende ideeen over de ethos van onze nationale gemeenschap. Dat onderkennen is geen poging om de politieke discussie uit te weg te gaan. Integendeel, politiek moet precies daar over gaan: wat zijn onze collectieve doelen? Wiens belangen willen we als land solidair nastreven? Willen we maximale welvaart voor Nederlanders realiseren, of willen we onze resources ook delen met ‘buitenlanders’?

    Dat hier verschillende opinies over zijn is domweg een gevolg van het feit dat de werkelijkheid ons geen objectieve politieke idealen opdringt. Daarom hebben we tenslotte ook verschillende politieke partijen. Of beschouw je het bestaan van verschillende politieke partijen ook als verwerpelijk relativisme?

    edit: Waar zie je Wijnberg overigens beweren dat de legitimiteit van rivaliserende waarden uitsluit dat we een discussie kunnen voeren, kritiek hebben, of een keuze kunnen maken? Zelfs keuzes op grond van het volkomen subjectieve criterium van persoonlijke smaak kunnen immers gemaakt worden (naar welke film je wilt, welke smaak chocolade je koopt, enz). Daar heb je ook geen Absolute uitgangspunten voor nodig.

  8. 8

    @Morika: Ik snap dat heel goed maar dat is mijns inziens dus een volkomen verkeerde interpretatie van of gevolgtrekking van het relativisme. Denk bijvoorbeeld aan Sartre. Die zag als gevolg van het ontbreken van een absolute waarheid de mens als volkomen vrij zijn eigen werkelijkheid te scheppen, en beschouwde het daarmee als de plicht van de mens om dus juist zelf keuzes te maken. Je ziet hier dat relativisme precies de basis is voor activisme.

    @Siebe: Nee, ik mis dat punt niet, maar jij mist mijn punt dat de begrenzingen van iets niet het kenmerk van dat iets zelf is. Als ik water wil beschrijven dan doe ik dat niet door een kustlijn te beschrijven.

    En ik onderken verschillen ook niet, en verschillende perspectieven ook niet, en zeker het belang van het onderkennen daarvan niet. Maar dat neemt niet weg dat die verschillende perspectieven mij er niet van weerhouden een keuze te kunnen maken. Wijnberg doet dat expliciet niet met als excuus die verschillende perspectieven en koppelt dat uiteindelijk aan een slap oproepje tot inleven en inlezen. Ik vind dat inhoudsloos academisch gekwezel van iemand die uiteindelijk niets zinnigs over een onderwerp te zeggen heeft.

  9. 9

    Valse tegenstellingen natuurlijk. Solidariteit met iemand zonder vaste woon- en verblijfplaats, inkomen, onderwijs en gezondheidszorg kan je niet wegstrepen tegen solidariteit met iemand die mogelijk wat overlast zal hebben van een georganiseerde vluchtelingenopvang in zijn buurt. Net zoals je in @2 het leed van 1 gemolesteerd jongetje niet kan wegstrepen tegen het gederfde genot van 3 jongetjes die hadden willen vechten. Solidariteit is geen zero sum game.

  10. 10

    @8: “Denk bijvoorbeeld aan Sartre. Die zag als gevolg van het ontbreken van een absolute waarheid de mens als volkomen vrij zijn eigen werkelijkheid te scheppen.”

    Als ik aan Sartre denk, en aan het scheppen van zo’n eigen werkelijkheid, dan denk ik automatisch aan het terreurbewind van Stalin waarvan de ware aard volstrekt niet onderkend werd door Sartre. Zelf sta ik er buiten hoor, maar ik denk dat de familie van de slachtoffers (in de voorzichtigste schattingen zijn dat er zo’n drie miljoen) iets minder filosofisch relativisme best wel welkom geheten zouden hebben.

    Mensen zijn allesbehalve “absoluut vrij” : je zult als mens toch echt moeten drinken, eten en ademen en veel gevoelens zijn biologisch bepaald. Veel gedachten daarover indirect dus ook. Dat daarnaast vrijheid inderdaad een belangrijk moreel concept is (zij het dat die niet absoluut is en niet absoluut kan zijn), was sinds Kant al bekend, daar was de vrijheid immers al de zijnsgrond van de moraal (en de moraal de kengrond van de vrijheid) en daar hebben we Sartre dus verder helemaal niet voor nodig.

  11. 11

    Eh, dat slaat echt als een tang op een varken. Wat Sartre zelf aanhing was bepaald geen Stalinisme. En misschien heeft hij wel te weinig afstand genomen maar dat had ook veel te maken met gebrek aan kennis. Maar vooral: de richting waar Sartre voor koos heeft natuurlijk niets te maken met het argument om zich te engageren. Je gebruikt hier dus een vette ad hominem die volkomen misplaatst is. De vrijheid waar jij het over hebt als je het hebt over het “moeten” drinken, eten en ademen (waar je overigens ook voor kan kiezen) is natuurlijk een volkomen andere definitie dan de vrijheid die Sartre bedoelde. Een volkomen irrelevante opmerking dus. En dat Kant met iets komt dat lijkt op de vrijheid van Sartre kan je beweren, maar los van dat je opmerking dat we Sartre niet nodig zouden hebben onzinnig is, omdat Sartre met die vrijheid iets heel anders doet dan Kant, heeft dit echt helemaal niets te maken met waar het over gaat, namelijk dat het engagement van Sartre zijn grond vindt in relativisme.

    Je bent kortom volkomen langs het onderwerp heen aan het lullen.

  12. 13

    Wat zie je op deze foto
    foto 1. Mensen die in een land/ gebied niet kunnen leven en denken ergens anders het wel te kunnen en hun eigen of welk beroep dan ook kunnen uitoefenen.
    foto 2. Mensen die denken dat die anderen hier kunnen leven en hun eigen of welk beroep dan ook kunnen uitoefenen.

  13. 14

    @1: Dat klinkt als een verkeerde uitleg van coöperatie. Ik bemerk een verwarring tussen het bijvoeglijk naamwoord collectief (gezamenlijk) en het zelfstandig naamwoord collectief (groep). coöperatie gaat over het gezamenlijk nastreven van gemeenschappelijke (of beter: samenvallende) belangen. In die zin overigens een wat twijfelachtige vorm van solidariteit (de homo economicus zal immers puur uit eigenbelang coöpereren in situaties waar dat voordeel oplevert). Maar goed, punt is dat coöperatie in feite los staat van bestaande groepen en net zo goed aangegaan kan worden met totale vreemdelingen.

  14. 15

    @Morika: @2, toevoegsel: Misschien moet je maar eens proberen na te gaan wat Nietzsche bedoelde met ‘God is dood’. Als je niet snapt dat Nietzsche daarmee juist doelde op het omvergooien van het beeld van een absolute waarheid, dan heb je niet alleen niets met die man, zoals je zelf zegt, maar dan heb je vooral niets van de man begrepen. Met Nietzsche begint het totale ongeloof dat hijzelf aanduidt als het nihilisme. Existentialisten en postmoderne filosofen verwijzen vervolgens naar hem.

  15. 16

    @11: “De vrijheid waar jij het over hebt als je het hebt over het “moeten” drinken, eten en ademen is natuurlijk een volkomen andere definitie dan de vrijheid die Sartre bedoelde“.

    Ik “bedoel” helemaal niks en Sartre ook niet. Ik geef alleen maar een voorbeeld van wat “vrijheid” is. Als ik een definitie ervan zou moeten geven, dan is het al het (op denken gebaseerd) gedrag dat niet bepaald wordt door externe oorzaken. Als er iemand aan het lullen is ben jij het wel in je pogingen “het relativisme” aan de basis te stellen voor wat-dan-ook. Als jij vindt dat Sartre een beter uitgewerkt of “waarder” interpretatie van het begrip “vrij” of “vrijheid” heeft (waarom is relativisme hier opeens niet meer op zijn plaats trouwens?) dan moet je dat maar eens laten zien. Bij Kant komen een aantal vrijheidsbegrippen voor, zie de alfabetische lijst in de linkerkolom, de eerste is deze: http://www.textlog.de/32300.html Als je meent dat Sartre iets beters heeft, laat dat dan maar eerst eens zien. Vergeet intussen niet dat je als filosoof ook geacht mag worden om ervoor te zorgen dat je natuurfilosofie (had Sartre überhaupt iets wat met de “Reine Vernunft” vergeleken kan worden?) en je moraalfilosofie een eenheid vormen waar geen discontinuïteiten tussen zitten.

    @12: @9: Er is geen sprake van “wegstrepen”. Gesteld werd dat solidariteit en compassie begrippen zijn “die van zichzelf geen ruimte laten voor keuzes“. Dat lijkt me onzin (zeker in een relativistische context overigens, ik had trouwens net begrepen dat Sartre juist de nadruk legde op de noodzaak van het maken van keuzes… ach, laat ook maar…). Ik gaf één tegenvoorbeeld. Dat was alles. Maar dat je het een tegen het ander zou moeten of kunnen “wegstrepen”, nee, zulks heb ik nooit beweerd.

    @15 Waarom zou ik het me moeten laten aanleunen dat je me tegenstrijdige dingen voorhoudt? Ten eerste zeg je dat Nietzsche een relativist was, en ten tweede vertel je me dat ik (zijn?) begrippen moet gebruiken “die van zichzelf geen ruimte laten voor keuzes. Snap je nou zelf niet dat je op een onmogelijke manier bezig bent?

    PS Als Nietzsche met zijn “God is dood” iets anders bedoelde dan wat hij erover gezegd heeft (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_vrolijke_wetenschap ) dan had ie het misschien anders moeten zeggen.

  16. 17

    Jozef probeer nu gewoon eerst gewoon eens de draad te volgen voordat je reageert. Het is nogal vermoeiend te discussiëren met een warhoofd die door de bomen duidelijk het bos niet kan zien en de hele discussie laat verzanden in het rechtzetten van zijn interpretatiefouten van details en de onzinnige dingen die hij me in zijn verdwazing in de mond tracht te leggen, terwijl hij zelf koppig volhardt in zijn hardnekkige onkunde die hij tracht te onderbouwen met links naar wikipedia-artikelen: ik pas daarvoor.

  17. 18

    De mooiste vrijheid is hoe Spinoza het beleefde in zijn losmaking van zijn Joodse achtergrond, de gemeenschap. Waar de moraal gekoppeld was aan autoriteit. Niet aan enige vorm van waarheid. Spinoza koos tot verdriet van de genoemde gemeenschap voor zijn eigen vrijheid. Dat doen weinig mensen, want het kan verlies van status, geld en aanzien betekenen.

    Zoals Goethe op hem voortborduurde: het gaat niet om de roem of faam, het gaat om je eigen vrijheid van spreken en denken wat je een goed gevoel geeft, niet het applaus van het domme volk.

  18. 21

    … die je volgens de auteur moet interpreteren, vriend. Nietzsche zelf wees er keer op keer op dat zijn lezers niet zomaar zouden moeten winkelen in zijn teksten maar ze moesten herkauwen, als een koe. En zeker bij een auteur met zo’n literaire manier van schrijven mag je daarbij de context niet negeren (zo dat ooit al verantwoord is).

    Scheldwoorden worden hier overigens verwijderd, en de auteur ervan bij herhaling ook. We gaan hier geen moddergevechten houden: daar gaat het forum hier niet van vooruit.

  19. 22

    @14: “coöperatie gaat over het gezamenlijk nastreven van gemeenschappelijke (of beter: samenvallende) belangen. In die zin overigens een wat twijfelachtige vorm van solidariteit (de homo economicus zal immers puur uit eigenbelang coöpereren in situaties waar dat voordeel oplevert)”
    De homo economicus is een berucht slecht model van hoe mensen zich daadwerkelijk gedragen. De preferenties van mensen worden deels gevormd door de groepen waartoe ze behoren, en dus ontstaan gemeenschappelijke belangen in een collectieve zin (niet slechts in de zin van ‘samenvallend’). Functioneren als lid van zo’n groep, door bij te dragen aan de verwezenlijking van haar doelen (ook wanneer het tegen het eigenbelang ingaat), wordt door sociologen als een robuuste solidariteit beschouwd.

    “Maar goed, punt is dat coöperatie in feite los staat van bestaande groepen en net zo goed aangegaan kan worden met totale vreemdelingen.”
    Natuurlijk, je kunt lid zijn van verschillende groepen met meer of minder sterke cooperatie, en solidariteit met de ene groep kan op gespannen voet staan met solidariteit met een andere.
    Maar focus nu eens op de groep mensen die zich (juridisch) Nederlander mogen noemen, als zodanig bepaalde rechten en plichten hebben, en in Den Haag politiek gerepresenteerd worden. Dit is een groep waar níet zomaar iedereen lid van kan worden. De bijdragen die deze groep van haar leden eist, kunnen bovendien tegen hun individueel belang indruisen (bijvoorbeeld via dienstplicht, hoge belastingen, etc). In de context van het debat over vluchtelingen staat ter discussie wat onze nationale collectieve doelstellingen in deze behoren zijn. Als we accepteren dat de Nederlandse samenleving primair het welzijn van Nederlandse burgers dient te bevorderen, dan kunnen we democratisch kiezen voor mensen die het beleid daarmee in overeenstemming brengen, en dan zijn die mensen daar ook op aan te spreken. Maar uiteindelijk betekent solidariteit hier ook dat je inschikt met de besluiten die democratisch genomen worden. Ook als die een meerderheid vertegenwoordigen van mensen (waar ik mezelf ook toe reken) die het welzijn van niet-Nederlanders zwaar laten meetellen.

  20. 23

    @22: “De preferenties van mensen worden deels gevormd door de groepen waartoe ze behoren, en dus ontstaan gemeenschappelijke belangen in een collectieve zin (niet slechts in de zin van ‘samenvallend’). “
    Niet noodzakelijk. Als ik bij een appelboom een wildvreemde tegenkom en we kunnen allebei niet bij de appels, dan kunnen we ter plekken een coöperatie starten door hem op mijn schouders te laten klimmen, zodat hij er wel bij kan en we beiden van de vruchten kunnen genieten van onze samenwerking.

    “Maar focus nu eens op de groep mensen die zich (juridisch) Nederlander mogen noemen, als zodanig bepaalde rechten en plichten hebben, en in Den Haag politiek gerepresenteerd worden. Dit is een groep waar níet zomaar iedereen lid van kan worden. De bijdragen die deze groep van haar leden eist, kunnen bovendien tegen hun individueel belang indruisen (bijvoorbeeld via dienstplicht, hoge belastingen, etc). “
    Dan heb je het al lang niet meer over solidariteit, die immers per definitie vrijwillig is (en dus niets met eisen en plichten te maken heeft).

    In die zin is voor mij ook zeer duidelijk waar er wel en geen solidariteit is: Ik heb geen enkele solidariteit met mensen die naast een gepland azc (zonder enige grond!) staan te schreeuwen dat de inwoners de dochters van alle buurtbewoners zullen gaan verkrachten (ondanks dat ik met mijn belastingafdrachten hun uitkeringen mede betaal) en ik ken wel solidariteit met mensen die hun huis en haard zijn moeten ontvluchten vanwege een oorlog waar ze niet om hebben gevraagd, die na veel omzwervingen hier zijn aangekomen en die vragen om een veilig heenkomen (ondanks dat ik niet meebetaal aan hun verblijf als de IND een smoes weet te vinden om ze toch af te wijzen).

  21. 24

    Precies, je moet het maatschappelijk contract niet verwarren met solidariteit. En als ik grenzen en prioriteiten stel aan mijn solidariteit, dan is dat dus geen solidariteit: dat houdt daar dan juist op. Daar heet het dan ook een grens voor te zijn. En zo gaat dat ook op voor compassie.

    Ik hoopte dat als ik erop wees dat die knol van een denkfout van Wijnberg wel voor iedereen duidelijk zou zijn, maar helaas, dat valt tegen dus.