Uit de jeugdzorg | Boventallig

COLUMN - ‘Nou ja! Wat doe jij hier?! Jij was toch overgeplaatst omdat je boventallig was?’ Verbaasd spreek ik mijn oud-collega aan.

Dat wás ook zo. Ze was niet meer nodig. Vooruitlopend op de nieuwe Jeugdwet werden bij verschillende instellingen voor jeugdhulp leefgroepen gesloten. Contracten die afliepen, werden niet verlengd. Pedagogisch medewerkers werden overgeplaatst naar wijkteams. Een aantal leefgroepen werd gesloten. Mijn collega was boventallig. Maar nu niet meer. Nu is ze weer keihard nodig.

De huidige crisisopvanggroepen zitten inmiddels overvol. Noodbedden (een extra slaapkamer op een leefgroep die alleen wordt gebruikt als alle crisisopvanggroepen vol zitten) zijn bezet. Over de impact die dit heeft op de kinderen die er al wonen zal ik het maar even niet hebben. Dus worden er nieuwe crisisopvanggroepen geopend. Zo ook bij mijn stichting. Hier is haast bij, dus volgende week gaat het eerste nieuwe project open. Dit klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Een aantal panden stond leeg, dus het gebouw is er. Nu de rest nog.

Afgelopen week vonden er sollicitatiegesprekken plaats. Er zijn pedagogisch medewerkers overgeplaatst, of toch maar weer aangenomen. Er is een gedragswetenschapper en een locatiemanager. Op papier is het plaatje rond. Maar in de praktijk heb je acht verschillende mensen met acht verschillende manieren van werken. Zij moeten dus een team gaan vormen waarbij ze op elkaar ingespeeld zijn.

Wie regelt de financiën? Hoeveel is er te besteden? Wie doet de boodschappen? Waar ís überhaupt de supermarkt? Welke scholen zijn er in de omgeving? Wie gaat kennismaken met de huisarts? Wie werkt wanneer? Wie máákt eigenlijk het rooster?

En dan heb ik het nog niet eens over de jongeren die er gaan verblijven. Hoe gaan ze zorgen dat die zich hier ondanks alles een beetje prettig voelen? En wat zijn de huisregels? Koken zij of een pedagogisch medewerker? Kan er bezoek mee-eten? Hoeveel zakgeld krijgt een jongere?

Shit, de bedden die er stonden zijn voor kleinere kinderen, en nu komt er een jongen van 1.90 m. Dus moeten er nieuwe bedden komen. Er moet een telefoon geregeld worden en bestek, handdoeken, kledingkasten, een agenda, een eettafel, stoelen, een televisie (o ja, een televisie-áánsluiting…), warm water, een koelkast, boodschappentassen, een blaadje om te schrijven, o ja, een memoblok.

Gordijnen!, er zijn nog geen gordijnen! Pannen, afwasmiddel, blikopener…

Het is een bijna onmogelijke opgave om binnen een paar weken een goedlopende crisisopvang te realiseren. En wie het gaat financieren is nog niet duidelijk. Maar nu slapen er jongeren soms bijna letterlijk op het kantoor van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Gewoon omdat er nergens een slaapplek voor ze is. En dat wil je niet. Dan maar inspringen op waar dringend behoefte aan is. Met een team dat elkaar nog nauwelijks kent. En met voorlopig ‘eten op de bank’, omdat er nog geen eettafel is. En slapen zonder passend gordijn. Liever geen gordijn dan helemaal geen onderdak.

Hopelijk worden de kinderziektes nog verholpen en krijgen de jongeren over enige maanden de hulp die vooraf zo mooi op papier was uitgedacht. In de praktijk is er vraag naar, maar volgens mij was het openen van nieuwe residentiële groepen juist níet de bedoeling van de nieuwe wet!

Alle cliëntnamen zijn gefingeerd.

Roselinde van Berkel is pedagogisch medewerker bij TriviumLindenhof, een jeugdzorginstelling in Zuid-Holland. Ze is auteur van het boek Sannah! en schrijft voor Sargasso over de jeugdzorgpraktijk van binnenuit.

  1. 3

    Vanuit een heel ver land ook een +1 voor jullie inzet en voor je heldere verhaal.

    Het ware gezicht van de bezuinigingen die geen bezuinigingen mogen worden genoemd door PvdA en VVD met dank aan de oppositie die ik met de beste wil van de wereld geen oppositie kan noemen. Over de ruggen van de meest kwetsbaren van de samenleving.

    Oh ja, en over twee jaar gaan er opeens allemaal zorginstellingen failliet, wedden?