Toezicht, de staat en Vestia

ANALYSE - Het rapport over Vestia van de commissie-Hoekstra is recent naar de Tweede Kamer gestuurd. Minister Blok gaat erover nadenken. Maar tot verandering zal het rapport niet leiden: daarvoor was de opdracht die de commissie mee kreeg niet goed genoeg geformuleerd.

Als ik zwaar tafel, slaap ik daarna slecht. Dan droom ik dat ik minister Blok voor Wonen en Rijksdienst ben. Ik moet dan iedereen toespreken: huurders, die hun huur niet meer kunnen betalen. Ontslagen ambtenaren en bouwvakkers, woedende starters die hun financiering niet rond krijgen. Ik snap veel van geld, maar moet duiken voor rotte eieren.

Dan word ik zwetend wakker. Geen idee hoe ik die woningmarkt weer in beweging en de rijksdienst weer op orde krijg. Dan denk ik: gelukkig dat ik geen minister ben en nog gelukkiger dat ik geen Blok heet. Of het goed met hem afloopt weet ik niet. Hij slaagt erin de Eerste Kamer tot woede te brengen  over de hypotheekregels. Dat is geen belofte voor wat er nog komt.

Verzelfstandiging en toezicht

Enkele decennia geleden vonden we de overheid te groot. Organisaties konden het wel zelf, niet alles moest door de staat worden aangestuurd en gecontroleerd. Het zijn ook nu nog vertrouwde zinnetjes, al ligt het neo-liberale denken wat achter in de etalage. Maar verzelfstandigen is al twintig jaar modern.

Dat pakte niet altijd goed uit. Dus er kwamen toezichthouders en inspectieregimes. Er zijn voorbeelden te over.In de wereld van bedrijven alleen al vinden we de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Nederlandse Bank. Het heeft ons niet behoed voor de narigheid met de bank van Scheringa, wellicht ook niet voor de deconfiture van de SNS.

Ook het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) hadden een hoop te inspecteren, dus ook departementen richtten inspecties in. Maar de ramp in Enschede (VROM- regels vuurwerkopslag), in Volendam (VROM – regels bouwen en gemeentelijk toezicht), op Schiphol (VROM – regels en toezicht verblijfsinrichtingen) gebeurden toch. Ook de IVW deed niet alles goed: had de kreupele Boeing van El Al  van Schiphol mogen vertrekken voordat hij in de Bijlmer neerstortte?

Samenhangende toezichtsystemen

Over Vestia heb ik hier geschreven dat ik de opwinding eenzijdig vond en aandacht wilde voor het systeem van toezicht. Behalve de justitieel vervolgden heeft niemand Vestia met opzet in de nesten gewerkt. Dat was te genuanceerd voor veel applaus, maar de toenmalige Minister Spies begreep het wel en stelde een geleerde commissie in ter advisering. Op 14 januari werd het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Minister Blok gaat er over nadenken. Dat is geen hoog tempo, nu we al meer dan twintig jaar over toezicht nadenken.

De opdracht van de commissie luidde:

De commissie heeft tot taak de minister te adviseren over hetgeen nodig is om de risico’s van het maatschappelijk ondernemerschap van woningcorporaties beter beheersbaar te maken en daarbij aan te geven welke maatregelen nodig zijn voor een prudent, effectief en efficiënt finacieel beleid van en toezicht op woningcorporaties.

(art. 2 lid 2: Regeling Instelling Cie Hoekstra)

Sommige dingen gaan niet snel. In 1997, toen vooral het toezicht van gemeenten op woningcorporaties onbevredigend werd gevonden, luidde de brede vraagstelling aan prof. Mr. M. Scheltema:

Op welke wijze dient het toezicht op de woningcorporaties te worden vormgegeven, gelet op de gebreken in het huidige toezichtsarrangement?”

(Rapportage Project Toezicht Volkshuisvesting, R.U. Groningen, januari 1997)

De uitkomst van Scheltema c.s. was dat de rol van de gemeente in het toezicht op de corporaties verdween.

De gemeentelijke rol in het toezicht

De rapporteurs, die uit 1997 en die van 2013 zeggen veel verstandige dingen, die we niet in detail hoeven te noemen. Maar de geoefende Kremlinoloog vindt ook in de stukken voor het Binnenhof vaak inspiratie in terzijdes. Zo schrijven Hoekstra, Hoogduin en Van der Schaar op pagina 53 van het nieuw verschenen rapport:

De commissie heeft nog overwogen om de gemeenten opnieuw in de toezichtsketen te plaatsen, maar ziet daar van af. De schaalvergroting tot over de gemeentegrenzen van woningcorporaties, die zich na 1995 voordeed leidt ertoe dat de organisatie van dat toezicht lastig is, terwijl vooralsnog de benodigde capaciteit en deskundigheid veelal ontbreekt.

Woningcorporaties hadden vroeger een werkgebied in hun statuten. Dat gaf een heldere relatie met een gemeentebestuur. Als er meer corporaties werkzaam waren, moest de gemeente ook iets verdelen: als één corporatie alle grond zou krijgen was er immers geen concurrentie. Maar er waren ook wel bezwaren: de corporaties en de gemeenten trokken hun eigen klanten voor. Als je van elders kwam “kon je er niet tussen komen.” De regels van Europa vroegen om een open woningmarkt. Er is ook niks tegen een beetje schaalvergroting en concurrentie, dacht VROM, en weg was de lokale binding en het werkgebied.

Nu meldt het regeerakkoord in een intrigerend zinnetje dat woningcorporaties onder aansturing van de gemeenten worden geplaatst. De VNG ruikt iets en heeft maar weer een commissie ingesteld, waarin prof. Johan Conijn rapporteur is, de geleerde die de truc met de verhuurdersheffing en de huurverhogingen ter grootte van 4.5% van de WOZ-waarde binnen een week doorprikte.

Het lijkt op het laatste verhaal van Toonder, “het einde van eindeloos.” Heer Bommel vaart daarin door een zompig moeras naar Parnas (het beloofde land?), dobbert langs een steiger waarop een visser zit, die op zijn vragen alleen roept: ‘volgende steiger!’ Prof. Scheltema wist in 1997 dat de gemeenten geen toezichtsrol moesten hebben, maar vijftien jaar later gaat de discussie in de commissie Hoekstra over hetzelfde.

De problematiek van Scheltema is opnieuw door de commissie Hoekstra betast.  De gemeente is na het advies van Scheltema weggestreept als toezichthouder, maar het probleem van de lokale binding van corporaties en gemeenten is niet opgelost. Het schiet inderdaad niet op. Blok kan daar niet veel aan doen, maar de opdracht aan de commissie-Hoekstra deugde niet.  Adviesopdrachten hebben alleen zin, als je weet welke richting de ontwikkeling rond de woningcorporaties moet gaan.

De omvang van Vestia

Wie deze geschiedenis op het thema Vestia legt, ziet het belang ervan. Vestia kon groeien als kool en in vele gemeenten activiteiten ontwikkelen. Het natuurlijke contact met gemeentebesturen ontbrak: Vestia was ook te deskundig en te groot en te belangrijk om een heldere gesprekspartner te kunnen zijn met een lokale wethouder over een projectje. Daarin speelde ook arrogantie mee.

Wat is het belang van de volkshuisvesting? In mijn ogen definieer je dat altijd lokaal. Die definitie verandert dus als je degenen die definiëren niet meer kent. Een grote en complexe organisatie maakt andere afwegingen, zonder die lokale wethouders, die hun belang en visie articuleren. Daarbij komt dat Vestia een institutie werd too big to fail. Omvallen moest worden voorkomen.

Wat kan Blok met het advies van de commissie-Hoekstra?  Zeker, er staat veel verstandigs in: Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) moeten beter samenwerken. De accountant, die goedkeurende verklaringen introk, krijgt een douw. De verhouding tussen bestuurder/directeur van Vestia en Raad van Commisarissen klopte niet, en het ministerie moet beter opletten. Het is allemaal “klein bier.”

De sectorale solidariteit heeft gewerkt en een reddingsplan is gemaakt. Maar het kost alle corporaties in Nederland voorlopig  5 procnet van de huuropbrengst. Daar hebben vele tanden van geknarst. Nu moet Blok de Eerste Kamer duidelijk maken dat de arme huurders ook nog twee miljard voor de schatkist moeten gaan op brengen, middels de verhuurdersheffing.

Ik zorg vanavond maar voor een lichte maaltijd, want nog een nacht als minister….

  1. 1

    Het kan allemaal kleiner, toezicht kan beter, uitvoering kan anders, maar waarom is de heersende gedachte dat als je ergens voor betaald, je al dat gedoe in handen van anderen mag laten? Vanwege een goede nachtrust?

  2. 2

    Ik begrijp de zin in cursief aan de kop ook niet helemaal, maar de vraag ook niet.
    Mijn redenering is: de gedachte aan decentralisatie en verzelfstandiging vind ik niet ongezond. Maar dan moet je wel toezicht hebben en heldere kaders.
    Wat we nu zien is een eindeloze discussie over toezicht, die ik niet snap. Je kunt bedenken dat je in Den Haag niet alle details op een lokale woningmarkt kunt overzien, maar dan? Er zijn toch lokale overheden met belangen in de volkshuisvesting?
    Waarom doen die dan niet wat ze moeten doen? Dat is in wezen de kernvraag. Daarop komt een karrenvracht aan antwoorden: de deskundigheid is er niet (zorg daar dan voor), de corporaties houden zich niet aan gemeentegrenzen (door beleid veroorzaakt, dus ook te repareren), de rollen zijn niet verenigbaar.
    Het is geen vrolijk debat, maar als je niet scherper bedenkt wat je wilt, kom je er met 10 geleerde commissies nog niet uit.
    Nog anders geformuleerd: je loopt tegen de ideologische grens van het liberalisme op. “Men regelt het in de corporatie zelf.” Ja, dat doet men, maar niet naar de zin van ons. Dan zijn er maar twee mogelijkheden: of je keert terug van je beleid en gaat weer gedetailleerd sturen, wat sterke centralisatie betekent. Als je dat niet wilt, moet het belang van de volkshuisvesting lokaal worden gedefinieerd, dus moet een toezichtregime worden geschapen waarin de gemeenten een sleutelrol vervullen.
    Hopelijk is het zo wat duidelijker? Mijn angstdromen over Blok waren goedmoedige spot, dus met nachtrust heeft het allemaal weinig te maken.

  3. 3

    @2: Je beschrijft het allemaal prima. Inclusief de nachtmerrie van Blok. Grootschaligheid leidt tot ondoorzichtig toezicht en vergroot de afstand tussen de diverse participanten .
    Als we zelf deelnemen in bestuur en toezicht, zal alles ongetwijfeld trager gaan en zullen we misschien minder geld genereren. Maar ik ga er vanuit dat we minder risicos nemen met ons eigen geld. Nu doet iemand anders dat, denkende dat het in ons belang is. Ik kan me niet herinneren ooit daar opdracht toe gegeven te hebben.